FAQ

Zijn de verschijningen kerkelijk erkend?

puntje.pgDe authenticiteit en de bovennatuurlijke oorsprong van de verschijningen van de Vrouwe van alle Volkeren werd op 31 mei 2002 in een schrijven bevestigd door Mgr. Dr. J.M. Punt, bisschop van Haarlem en de eerstverantwoordelijke in deze. Daarin zegt hij onder meer: „Als ik al deze adviezen, getuigenissen en ontwikkelingen overzie en dit alles in gebed en theologische reflectie overweeg, dan brengt dat mij tot de vaststelling dat in de verschijningen van Amsterdam een bovennatuurlijke oorsprong gegeven is. …De devotie tot de Vrouwe van alle Volkeren kan ons, naar mijn oprechte overtuiging, helpen de juiste weg in de dramatiek van onze tijd te vinden, de weg naar een nieuwe bijzondere komst van de Heilige Geest, Die alleen de grote wonden van onze tijd kan helen..“


Heeft de beeltenis een betekenis?
voetenVan links en van rechts rondom de aardbol komt als uit de diepte van weerskanten een kudde schapen. Ik zie hier en daar zwarte schapen ertussen. Lammeren leggen zich neer aan de voet van de aardbol. De schapen komen aangelopen, sommige grazend. Maar de meeste hebben de kop omhoog gericht, alsof ze strak kijken naar de Vrouwe met het kruis. Er zijn ook schapen die liggend met opgeheven kop naar de Vrouwe kijken. Het is een mooi en vredig gezicht. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Kind, prent deze voorstelling goed in je geheugen en geef het goed weer. Deze voorstelling van de kudde schapen betekent de volkeren van heel de wereld, die niet eerder rust zullen vinden dan als ze zich neerleggen en in rust opzien tot het kruis, het middelpunt dezer wereld.”

mano“Dit zijn drie stralen, de stralen van Genade, Verlossing en Vrede. Door de Genade van mijn Heer en Meester zond de Vader, uit liefde voor de mensheid, zijn enige Zoon als Verlosser op de wereld. Zij beiden willen nu de Heilige, de ware Geest zenden, die alleen Vrede kan zijn. Dus: Genade, Verlossing, Vrede. De Vader en de Zoon willen Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster zenden in deze tijd.”

maria 001Weliswaar is Maria niet het middelpunt (zij staat immers voor het kruis van haar Zoon), maar het is GODS WIL dat zij wegens haar roeping als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster in het middelpunt staat – vooral in middelpunt van ons hart, om ons naar HEM te leiden. De Moeder benadrukt immers terwijl zij naar zichzelf wijst: “Niet mij, maar het Kruis.” (16 december 1949). Om haar middel draagt zij een doek. Zij legt dit als volgt uit: “Luister goed wat dit betekent. Dit is als de Lendendoek van de Zoon. Ik immers sta als de Vrouwe voor het Kruis van de Zoon.“ (15-04-1951)


Waarom heeft Maria dit gebed gegeven?

kinderenDe Vrouwe van alle Volkeren heeft haar gebed gegeven om de komst van de Heilige Geest af te smeken en zo de wereld te bewaren voor verwording, rampen en oorlog. Zij vraagt allen om dit korte maar machtige gebed dagelijks te bidden en belooft dat daardoor de wereld zal veranderen. Zij zegt: „Dit gebed is gegeven voor de verlossing van de wereld. Dit gebed is gegeven voor de bekering van de wereld. Bidt dit gebed bij alles wat gij doet. Gij weet niet hoe groot en hoe voornaam dit gebed is bij God. Wie of wat ge ook zijt, kom tot de Vrouwe van alle Volkeren.“ (31.12.1951)
Met grote aandrang vraagt de Vrouwe om een wereldactie. Allereerst vraagt zij ons om zelf het gebed te bidden en vervolgens om het prentje en haar boodschappen te verspreiden. „Ik heb u gezegd, voorgezegd, dat eenvoudige gebed tot de Vader en de Zoon. Zorg daarvoor dat dat verspreid wordt in de wereld onder alle volkeren. Zij hebben allen het recht daarop.“ (29.4.1951)
En de Vrouwe belooft: „Ga met een groot vuur vol ijver beginnen aan dit verlossings- en vredeswerk en gij zult het wonder aanschouwen.“ (1.4.1951)


Die eens Maria was? Bent u niet altijd Maria?

Bijna iedereen die het gebed voor de eerste keer hoort of meebidt, houdt verrast op en vraagt zich net als destijds de zieneres en haar leidsman af: “U bént toch Maria, dat bent u toch altijd?”
Natuurlijk kan Maria altijd als ‘Maria’ worden aangeroepen, dat doen we immers ook als we de rozenkrans bidden en vele malen “wees gegroet Maria” herhalen. Maar de Vrouwe van alle Volkeren wil juist door deze formulering uitdrukken dat zelfs haar roeping een wonderbaar wordingsproces was. Het gaat dus steeds om dezelfde persoon, om Maria. Maar nu, in Amsterdam, wil zij “die eens Maria was”, op het hoogtepunt van haar medeverlossende roeping als ‘DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN’ worden aangesproken. Want ook Maria werd in de loop van haar leven wat zij voorheen nog niet was. Door haar FIAT werd zij – de Onbevlekte Ontvangenis vol van genade, de volslagen onbekende, eenvoudige Maria uit Nazareth – de Moeder van de goddelijke Zoon. Door haar lijden, in vereniging met haar Verlosser, werd de Moeder van Jezus vervolgens ook de Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren en als zodanig wil zij nu, in onze tijd, erkend en door alle mensen bemind worden.
Alles hing af van haar instemming en trouwe medewerking – ook bij Maria! In dit verband kunnen concrete voorbeelden laten zien hoe de mens door de medewerking met Gods genade en door lijden rijpt tot degene waartoe God hem geroepen heeft:  “Moge de vader en patroon van de Kerk, die eens Jozef was, onze voorspreker zijn!”
Of met betrekking tot een heilige paus:  “Moge paus Pius X, die eens Giuseppe Sarto was, onze voorspreker zijn in de hemel!”
20130314FranciscusSixtijnseKapelMisToen de zieneres de diepere betekenis hiervan begrepen had, gaf zij aan mensen die er vragen over stelden, ter verduidelijking graag de volgende vergelijking: zoals het spelende meisje Beatrix reeds geroepen was om eenmaal koningin van Nederland te worden, zo werd Maria, die eens als onbekend, eenvoudig meisje in het onbeduidende Nazareth woonde, de Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren. Ook van paus Franciscus kunnen we zeggen:  ”die eens Jorge Mario Bergoglio was”. Hij is nog steeds Bergoglio, maar als paus heeft hij een nieuwe roeping.


Is deze titel van Maria wel in de bijbel terug te vinden?

bibleReeds op de eerste bladzijden van de H. Schrift, in het boek Genesis, wordt Maria aangeduid als de Vrouw die in vereniging met haar Zoon de kop van de slang zal vermorzelen. Tegen satan, die Eva en Adam tot trots en ongehoorzaamheid had verleid, zei God: “Vijandschap sticht ik tussen u en de Vrouw, tussen uw kroost en het hare.” (Gen. 3,15)
Op de bruiloft in Kana spreekt Jezus zijn moeder voor het eerst met Vrouw aan om haar te herinneren aan haar roeping om de Vrouwe van alle Volkeren te worden. Als Middelares en Voorspreekster smeekt zij het wonder af.
Op Calvarië richt de stervende Verlosser zich met zijn laatste kracht tot zijn moeder en zegt – als persoonlijk testament – slechts vier beslissende woorden tot haar: “Vrouw, zie daar uw zoon!” Met deze goddelijke woorden wordt Maria als Medeverlosseres tot de de Vrouwe van alle Volkeren gemaakt. Dit wordt bevestigd door de boodschap van 6 april 1952: “De Vrouwe werd zij bij het kruisoffer, de Medeverlosseres en Middelares. … Bij het kruisoffer gaf de Zoon deze titel aan de hele wereld.”
De laatste vier Schriftpassages vinden we in het boek van de Openbaring, de Apocalyps. Daar verschijnt op het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis wederom de Vrouw, bekleed met de zon. Zij krijt in haar weeën en barensnood voor de wedergeboorte van de mensheid (vgl. Ap. 12,1 ev.). Dan verschijnt er een grote, vuurrode draak; deze vervolgt de Vrouw, die een zoon heeft gebaard.
De VROUW van wie in Genesis wordt beloofd dat zij in vereniging met haar zoon de kop van de slang zal vermorzelen,
de VROUW van Kana,
de VROUW van Calvarië en
de VROUW van de Apocalyps
is de VROUWE VAN ALLE VOLKEREN, omdat zij met de Verlosser voor alle volkeren heeft geleden, aan alle volkeren de genaden mag doorgeven en voor alle volkeren Voorspreekster is.


Maria versus oecumene?

Pope Attends The Day Of Reflection, Dialogue And Prayer In AssisiZaterdag 7 mei 2005 vulde de Hollandhal van de RAI in Amsterdam zich met vele duizenden mensen, met bijna 100 priesters en 25 bisschoppen uit alle delen van de wereld. Ze kwamen als pelgrims. Amsterdam is de plaats waar precies 60 jaar geleden Maria verscheen als “Vrouwe van alle Volkeren”. Hieruit is een wereldwijde beweging ontstaan die eenheid wil brengen onder de volkeren van deze wereld.De dag begon met een grootse internationale Eucharistieviering. Het middagprogramma was opmerkelijk. Enkele getuigenissen uit Boeddhistische en Joodse kring en een video van een Moslimomroep lieten zien hoe Maria als universele Moeder ook steeds meer herkend en bemind wordt in niet-christelijke culturen en religies.
Een opvallend hoogtepunt was de lezing van dominee Herman de Vries. Hij schilderde een tijdsbeeld: “de Heilige Geest breekt dwars door muren heen en waait over de hele aarde, in kerken, huizen en harten van mensen. De strijd is heftig. De verwording en verwarring op aarde is groot. Velen zoeken, maar dwalen. Maria wil állen bijeen brengen, zoveel mogelijk kinderen van God, om in een tijd van groot geestelijk verval de strijd mét en vóór haar Zoon te strijden.” Hij wil de eenheid allereerst van de Christenen. “De schapen moeten gebracht worden in één kudde”, citeerde hij uit de boodschappen van Amsterdam.
In heldere woorden gaf hij aan hoe juist Mariaverering Christenen vaak gescheiden lijkt te houden. De reserve van vele Protestanten voelde hij ook: versluiert Maria niet het zicht op Christus?… Door een persoonlijke ervaring begon hij haar nieuw te zien, als wég naar Christus. “Overal en voortdurend ontvangt zij haar Zoon en geeft zij haar Zoon. Zij wijst ons op Hem en houdt Hem niet voor zichzelf. Zij geeft Hem aan ons door. Zij geeft haar Kind, haar Heer, aan mij.” Zij wordt ook niet aanbeden, maar aangeroepen als Moeder.
Juist in het gebed van Amsterdam trof hem hoezeer het een gebed is gericht tot de Heer Jezus Christus. “Dat allereerst, dat vooral, en dat uiteindelijk. Daarom zou dit gebed tot een oecumenisch gebed kunnen worden.”Ook in de afbeelding herkent hij een grote diepgang:
“Mijn grootmoeder was Joods. Als ik naar de afbeelding van de Vrouwe van alle Volkeren kijk, zie ik een joods meisje. In haar leven en lijden staat zij voor het Kruis van Christus. Daarmee is het Kruis niet verdwenen of wordt het Kruis tekort gedaan. Maria geeft ons dat Kruis. Na haar, met haar, zal Christus komen. En als Christus komt, zal het heilige Licht achter het Kruis héél de aarde verlichten en ál onze harten en zielen genezen”.


Wie was Ida Peerdeman?

Isje Johanna (Ida) Peerdeman (Alkmaar, 13 augustus 1905 – Amsterdam, 17 juni 1996) was een Nederlands Rooms-katholiek zieneres.
Nadat het gezin Peerdeman in 1913 naar Amsterdam verhuisd was, kreeg Ida al in 1917, in de periode van de Mariaverschijningen in Fátima, een drietal verschijningen van een vrouw in wie zij de Heilige Maagd Maria herkende. Deze verschijningen werden in die tijd, mede op advies van haar geestelijk raadsman, stilgehouden. Wat later kreeg Ida Peerdeman ook te maken met poltergeist-achtige verschijnselen, in verband waarmee er, overigens zonder blijvend effect, exorcisme op haar werd toegepast. Deze verschijnselen herhaalden zich namelijk ook in haar latere leven.
Amsterdam_noord__7_resizeIda Peerdeman werd in Rooms-katholieke kring vooral bekend vanwege de door haar gerapporteerde Mariaverschijningen in de periode 1945-1959; bij deze gelegenheden kreeg zij ook boodschappen door, die door haar zus in een schrift werden genoteerd (en later ook zijn gepubliceerd), en een speciaal voor de wereldvrede bestemd gebed. Naar aanleiding van deze verschijningen werd in de Amsterdamse Diepenbrockstraat de kapel van Maria als Vrouwe van alle Volkeren opgericht. Aanvankelijk stond de Rooms-katholieke kerk zeer sceptisch tegenover deze verschijningen; ook in de R.K. pers werd Ida Peerdeman veelal als hysterica afgeschilderd.
Een door het bisdom Haarlem ingesteld persoonlijk onderzoek bracht echter aan het licht dat zij een normale persoonlijkheid had, en vrijwel geen fantasie. De latere Haarlemse bisschoppen Bomers (1983-1998) en Punt, in wier bisdom deze verschijningen hadden plaatsgevonden, toonden een welwillender houding. In de uitvaartmis van Ida Peerdeman in 1996 ging mgr. Bomers dan ook voor. Uiteindelijk werden de verschijningen door de kerk in 2002, dus enige jaren na de dood van Peerdeman, als authentiek erkend. Ida Peerdeman overleed op 17 juni 1996 en ligt begraven op de begraafplaats St. Barbara in Amsterdam.


Wat is de kerkelijke positie?
De kerkelijke positie inzake de verschijningen van de Vrouwe van alle Volkeren
Een publicatie van de begeleidingscommissie
Haarlem, 25 oktober 2002

Na de verklaring van de bisschop van Haarlem d.d. 31 mei 2002 met betrekking tot de authenticiteit van de verschijningen van de H. Maagd Maria als de Vrouwe van alle Volkeren in Amsterdam gedurende 1945 – 1959, zijn er verschillende media publicaties verschenen die de kerkelijke positie trachten weer te geven. Enkele van deze publicaties zijn onvolledig en bevatten onjuistheden. De begeleidingscommissie geeft onderstaand een bijdrage aan een juiste weergave van het verloop van de kerkelijke positie, zich baserend op het voorhanden zijnde materiaal in het archief van het bisdom Haarlem.

Volgens kerkelijke principes en richtlijnen is het primair aan de locale bisschop om zich over de authenticiteit van een private openbaring in zijn diocees uit te spreken. De Congregatie voor de Geloofsleer kan dit later bevestigen, maar dit hoeft niet te gebeuren. Bij zijn beoordeling staan de locale bisschop normaliter drie kwalificaties ter beschikking: ‘Constat de supernaturalitate’, dat wil zeggen een bovennatuurlijke oorsprong staat vast. ‘Non constat de supernaturalitate’, dat wil zeggen een bovennatuurlijke oorsprong staat niet vast. ‘Constat de non supernaturalitate’, dat wil zeggen het staat vast dat er geen bovennatuurlijke oorsprong is. Naast deze uitspraken over de authenticiteit kunnen disciplinaire uitspraken worden gedaan. Het is niet ongebruikelijk dat in de loop van de tijd meer dan één uitspraak wordt gedaan in een bepaalde zaak.

De verschijningen en de devotie hebben in de loop van ruim vijftig jaar de aandacht van achtereenvolgens de vijf bisschoppen van Haarlem gehad. Tweemaal is er een periode van intenser onderzoek geweest, eerst onder Mgr. Huibers en de tweede keer onder Mgr. Zwartkruis.

I. Mgr. J.P. Huibers, 1935-1960
Na een eerste intensieve onderzoeksfase deelde Mgr. Huibers in 1956 in zijn verklaring het oordeel van zijn onderzoekscommissie mee (Analecta 7-5-1956). Deze was van oordeel dat er geen bovennatuurlijke verklaring aan de verschijningen gegeven kon worden. De onderzoekscommissie stelde in haar rapportage dat het onderzoek nog niet was afgerond. De bisschop zelf deed geen eigen uitspraak over de authenticiteit, noch op grond van het oordeel van de commissie, noch op grond van zijn eigen overtuiging. Hij beperkte zich tot een disciplinaire uitspraak en hij herhaalde zijn positie van 1954 en 1955: verbod van de publieke devotie. Zijn disciplinaire maatregel werd bevestigd door het H. Officie op 13 maart 1957. Het H. Officie liet daarbij weten dat zij niet uitsloot dat in de toekomst nieuwe informatie zou worden aangeleverd.

In de jaren hierna werden nieuwe ervaringen van de zieneres opgetekend en aan de bisschop doorgegeven. De bisschop betwijfelde nu de door de commissie gevolgde procedure en haar oordeel en overwoog het onderzoek te heropenen. Na briefwisseling met de consultor van het H. Officie bleef een besluit hierover uit. Mgr. Huibers bleef zijn aandacht geven aan de kwestie. Na zijn terugtreden (1960) groeide bij Mgr. Huibers, blijkens correspondentie en getuigenissen, de overtuiging dat de verschijningen authentiek waren.

II. Mgr. A.E. van Dodewaard, 1960-1966
Mgr. Van Dodewaard nam op zijn beurt kennis van het dossier. Alle als verschijningen gekenschetste ervaringen van de zieneres, die tot 31 mei 1959 doorgingen, waren dan opgenomen in het dossier. In de ogen van vier theologieprofessoren was de zaak onvoldoende onderzocht en zij benadrukten het feit dat het nog niet was afgerond. In 1961 richtten zij zich tot de Paus met de vraag het onderzoek te heropenen. Het bisdom ontving hierop een brief van het H. Officie, getekend Parente, assessor (25 augustus 1961), waarin gesteld werd dat er geen plaats overbleef voor enige verdere actie. Men hield vast aan de uitspraak van de bisschop van 1956 en de bevestiging daarvan door het H. Officie van 1957. In de media circuleert nu een misleidende weergave van deze brief. In de brief van het H. Officie van 25 augustus 1961 komen namelijk de woorden ‘de zaak is definitief afgesloten…’ en ‘…de boodschappen zijn vals en blijven verboden voor publicatie…’ niet voor. Dergelijke publicaties zorgen voor onnodige verwarring.
Het bleef dus bij een disciplinaire uitspraak. Wat de authenticiteit betreft was er feitelijk sprake van een ‘non constat’.

III. Mgr. Th.H.J. Zwartkruis, 1966-1983
Mgr. Zwartkruis besloot het onderzoek wel te heropenen en stelde in 1967 een commissie in. Hij deed dat in overleg met de Congregatie voor de Geloofsleer. De Congregatie kwam hiermee terug op haar standpunt van 1961 dat voor enige verdere actie geen plaats overbleef. Mgr. Zwartkruis deelde in zijn verklaring (29-1-1973), evenals zijn voorganger Mgr. Huibers, het advies en de overwegingen van zijn commissie mee. De commissie neigde naar een natuurlijke verklaring van de gebeurtenissen, doch adviseerde de publieke verering toe te staan. De bisschop deed evenmin als zijn voorgangers een officiële uitspraak over de authenticiteit van de verschijningen, maar nam het advies en de overwegingen van de commissie over. Hij beperkte zich evenals zijn voorganger Mgr. Huibers, tot disciplinaire maatregelen.
Nieuw ten opzichte van zijn voorgangers was de intentie van Mgr. Zwartkruis de publieke verering toe te staan. Na dit te hebben voorgelegd aan de Congregatie voor de Geloofsleer “die indertijd de genoemde beperkende maatregelen van Mgr. Huibers had bekrachtigd”, werd besloten vast te houden aan de disciplinaire situatie van 1956. In mei 1974 stuurt de Congregatie de bisschop van Haarlem een brief (Analecta augustus 1974), wijzend op de “getroffen maatregelen” van 1956 en het gegeven dat “de bovennatuurlijke oorsprong van de verschijningen niet vaststond”. Wat betreft de authenticiteit bleef de feitelijke ‘non constat’ situatie dus in stand. Dit werd in 1987 door kardinaal Ratzinger in een brief aan kardinaal Vachon van Québec nog eens bevestigd.

IV. Mgr. H.J.A. Bomers, 1983-1998
In de jaren na deze uitspraak werd het dossier nog met veel nieuw materiaal aangevuld. Mgr. Bomers, de opvolger van Mgr. Zwartkruis, nam op zijn beurt kennis van het dossier en verdiepte zich persoonlijk in de zaak. Evenals zijn voorgangers had ook hij persoonlijk contact met de zieneres. De devotie was inmiddels wereldwijd verspreid. In 1996 ging Mgr. Bomers samen met zijn hulpbisschop Mgr. J.M. Punt, na overleg met de Congregatie, over tot het vrijgeven van de openbare devotie en deed verder geen uitspraak over de authenticiteit. Daarmee ging een nieuwe fase in. De devotie groeide sterk en steeds dringender werd aan de lokale bisschop de vraag gesteld, zich duidelijk over de authenticiteit uit te spreken. De tijd en verdere ontwikkelingen hadden inmiddels ook een nieuw licht op de verschijningen geworpen en een definitieve uitspraak, constat of constat non was nog steeds niet gedaan.

V. Mgr. J.M. Punt
Mgr. Punt, intussen bisschop van Haarlem, werd geconfronteerd met deze nieuwe ontwikkelingen waarbij de zaak van de Vrouwe van alle Volkeren een hernieuwde actualiteit kreeg. Na ruim 50 jaar met 2 intensieve onderzoeksfasen achtte hij een nieuw onderzoek niet meer mogelijk: De zieneres was inmiddels overleden. Alle mogelijke pro en contra argumenten waren voldoende gedocumenteerd. Hij heeft derhalve de bestaande onderzoeken opnieuw bestudeerd en de resultaten nogmaals aan enkele theologen en psychologen voorgelegd, en advies gevraagd over verdere ontwikkelingen en vruchten aan collega-bisschoppen.
Dit heeft hem na gebed en theologische reflectie tot de vaststelling gebracht, dat in de verschijningen van Amsterdam een bovennatuurlijke oorsprong gegeven is. Deze erkenning van de authenticiteit deelde hij mee in een officiële verklaring gedateerd op 31 mei 2002.
In de verklaring zelf en de begeleidende pastorale brief maakt hij daarbij de volgende aantekeningen:

• De erkenning betreft de verschijningen van Maria als de Vrouwe van alle Volkeren uit de jaren 1945 – 1959. Deze hebben in het bijzijn van derden plaatsgevonden en zijn direct opgeschreven.
• De bisschop erkent deze als in wezen authentiek, van een bovennatuurlijke oorsprong. Hij stelt daarbij dat de invloed van de menselijke factor blijft bestaan, de mogelijkheden en beperkingen van de schouwende persoon hun invloed kunnen doen gelden.
• De bisschop brengt in herinnering dat een private openbaring nooit bindend is voor het geweten van de gelovige. Ieder blijft vrij deze devotie een plaats te geven in zijn of haar geloofsleven of niet.

De bisschop heeft een begeleidingscommissie benoemd om de ontwikkeling van de devotie
te volgen en tot een verdiept inzicht te komen in de betekenis ervan. Dit alles om de correcte kerkelijke en theologische voortgang van de devotie te bevorderen.

Haarlem, 25 oktober 2002


Connectie tussen de Vrouwe van alle Volkeren en Akita?

De verschijningen van Maria als “De Vrouwe van alle Volkeren” in Amsterdam begonnen in 1945 en duurden tot 1959. In 1996 werd de openbare devotie vrijgegeven en in 2002 verklaarde de bisschop van Haarlem, mgr.dr.J.M.Punt, dat in de verschijningen van Amsterdam een bovennatuurlijke oorsprong gegeven is.

Wat velen niet weten is, dat Maria ook boodschappen gaf aan zuster Sasagawa te Akita in Japan. Maria sprak via het beeld van de Vrouwe van alle Volkeren tot de zuster. Voor de eerste maal gebeurde dat in 1973. Het convent van de Zusters van eucharistische aanbidding was al jaren daarvoor in contact gekomen met de devotie van Amsterdam en de overste had door een Japanse kunstenaar een houten beeld laten maken naar het voorbeeld van het prentje van “de Vrouwe van alle Volkeren”.
Ook verscheen later aan zuster Sasagawa een engel, die samen met haar het gebed van Amsterdam bad. De wonderlijkste gebeurtenissen volgden elkaar op: genezing van doofheid, van blindheid, van een tumor… enkele keren weende het beeld bloedtranen; dit gebeurde ook in bijzijn van de locale bisschop, Mgr. Ito.
Alles werd nauwgezet onderzocht door de universiteit van Akita, en authentiek bevonden. Na 10 jaar onderzoek, verricht met toestemming van Rome, maakte de bisschop de resultaten bekend en verklaarde met nadruk de verschijningen en gebeurtenissen als van bovennatuurlijke oorsprong.
Later pelgrimeerde hij naar Amsterdam als de plaats van oorsprong van de devotie en karakteriseerde de gebeurtenissen in Akita als bevestiging van de verschijningen van Amsterdam.
Op de schriftelijke vraag van Mgr. Bomers, de toenmalige locale bisschop van Haarlem, naar de erkenning van Akita en de relatie met Amsterdam, gaf Mgr. Ito in 1989 een eenduidig antwoord, dat geen enkele twijfel toelaat.

Comments are closed.