Eucharistische belevenissen

Ziet toe, wat hebben ze met Mijn kudde gedaan?

Tijdens de geloofsbelijdenis onder de Eucharistieviering zag ik een prachtig, drievoudig ,Licht’ komen, dat één ,Licht’ werd. Het scheen over de priesters en het altaar en het verspreidde zich langzaam over alle mensen. Toen ik ,Ons Heer’ ontving kreeg ik een heel diepe hemelse schouwing. Ik hoorde ,de Stem’ die sprak: “Komt, volgt Mij en ziet toe.” Het was alsof dit niet alleen tegen mij gezegd werd. Ik kwam in een heel grote vallei. Middenin stond een grote grauwe rots. Ineens kwam vanuit de lucht een regen van vuile, donkere stof, die alles verduisterde zodat ik niets meer zag dan stof. Toen zag ik die rots, die één grote stofberg geworden was. Rondom die stofberg lag het vol met lijken van mensen in zwarte kleding.  Daaromheen weer in het rond lagen lijken van mensen met gekleurde kleding. Aan de voet van die rots zag ik de wereldbol, in stukken gebroken, met daaromheen ruïnes van kerken en torens. Over dit geheel brak een vreselijk onweer los met donder en bliksem. Vanuit de hemel klonk als een roep ,de Stem’: “Ziet toe, wat hebben ze met Mijn kudden gedaan? Dood en verderf?  Dit is Mijn laatste waarschuwing. Keert terug tot de wáre liturgie. Brengt Mijn kudde weer tot de sacramenten.” Boven dit alles zag ik de koepel van de St. Pieter. Ineens kwam een geweldige storm opzetten, die alle stof van die berg wegwaaide. Alles verdween met die storm, alleen die rots bleef. Ik voelde die storm over mij heengaan. De vallei werd nu prachtig mooi. Een grote blinkende rots stond nu in het midden alsof ze van kristal was, zó zuiver en schitterend. Vanuit het midden van die rots vloeide water, prachtig kristal helder. Plotseling kwam toen vanuit de hemel een regen van vuur. De vuurdruppels drongen rondom die rots diep in de aarde. Daarboven was het één en al Licht. Ineens kwam vanuit de verte een geweldige grote kudde schapen met lammeren, zwarte en witte, die veranderden in mensen van allerlei soort. En ik hoorde hemelse muziek, het was één en al jubel.  En ik zag nu de wereldbol weer in zijn geheel. Vanuit de hemel  klonk nu luid, als een roep over die vallei: “Ziet toe, de Heilige Geest, de Geest van Waarheid en leven en Zij, die Ik gezonden heb,  de Vrouwe, uw Moeder, is daar!” En ik kreeg een diepe ontroering over mij. Langzaam ging dit beeld voor mijn ogen weg. De Eucharistieviering was ten einde. Ik dankte ,de Heer” voor zoveel goeds. Wat ik had mogen ontvangen. Toen ging ook ,het Licht’ weg. (31-05-1975)


Kom volg Mij

Tijdens de Eucharistieviering kwam bij de woorden: Heilig, heilig” het ,Licht’ over het altaar en de priester. Bij de consecratie bij de opheffing van de H. Hostie werd het ,Licht’ Drievoudig en hoorde ik ,de Stem’, die sprak: “Nogmaals zeg Ik u: denkt om de Transsubstantiatie. “ Dat Drievoudig Licht dat steeds door en over elkaar heen straalde, is tot het einde van de eucharistieviering gebleven. Toen ik ,Ons Heer’ ontving, kreeg ik een hemelse schouwing en werd een diepe hemelse stilte gewaar. Dan hoorde ik ,de Stem’ zeggen: “Volg Mij …  en gij, begrijpt goed. “ (Dit laatste werd tot anderen gezegd.) Ik zag nu twee wegen voor mij. De ene weg ging links af met aan het einde een diepe, zwarte kloof of hol. De andere weg ging rechtdoor  …  De linkse weg was vol mensen van allerlei soort en het was alsof de weg zwart was en boven die weg hingen zwarte wolken. ,De Stem’ riep met krachtig geluid: “Gij gaat de verkeerde weg op. Het is nu nog tijd om terug te keren.”  De mensen draaiden hun hoofden om, alsof ze luisterden vanwaar die Stem kwam. Velen liepen halsstarrig met het hoofd opgeheven door. Maar velen zag ik zich omdraaien en terugkomen. Dan sprak ,de Stem” weer:  “Kom volg Mij.”  Ik zag nu voor mij uitgaan een ,Lichtende Gestalte’ op die rechte weg. Hij had een grote sleutel in de hand. Die weg vulde zich nu met mensen, o.a. geestelijken, mannen, vrouwen, jongens, meisjes, alles liep nu achter ons aan. Aan het einde van de weg hield de ,Lichtende Gestalte” stil. Hij stond nu voor een grote, prachtig deur en stak die grote sleutel in het slot. De deur ging langzaam open. ,De Stem’ zei:  “Treed binnen.” Het was een en al Licht om mij heen. En door dat Licht zag ik één grote gemeenschap. En er was vreugde daarbinnen. En ik hoorde:  ”Dat is de kerk, de Gemeenschap, die open gaat.”  Ineens scheen het Drievoudige Licht over deze Kerk, deze Gemeenschap, en ik hoorde:  ”Ook ,de Vrouwe” is daar in ál Haar pracht en heerlijkheid. Zij, die geboren is en Mij gedragen heeft in haar schoot.”  De Vrouwe werd geheel overstraald van het Drievoudige Licht, zodat ik Haar niet kon zien, maar haar aanwezigheid kon voelen. De ,Lichtende Gestalte”trad dan weer buiten die deur en Hij wees naar die weg, die links afging, en zei: “Ziet gij, wat bij u ontbreekt? Zij, de Vrouwe, was dáár niet. Het is als een holle, kale woestijn geworden, beroofd van haar inhoud. Daarom vraag Ik u: keer terug, de Vrouwe hoort daarbij. Als gij het in dien geest beziet, zal uw Kerk ,herboren’ worden.”  Toen deze woorden gezegd werden, zag ik het Vaticaan en een Paus.  Ik zag nu een Kerk, een Gemeenschap, overstraald door Licht en kreeg deze indruk: een ,herboren’, nieuwe Kerk. Het was een prachtige, hemelse schouwing en ik hoorde ,het gebed van de Vrouwe’ bidden. ,De Stem’ sprak weer:  ”Vreest niets, het Licht schijnt over u allen. En gij …” En ik zag ineens een Bisschop en met hem andere mannen. “Doet hetgeen Ik van u verlang. Het offer is aanvaard.” Ik zei in mijzelf: ,dank U, Heer’. Toen ging alles voor mijn ogen langzaam weg en de Eucharistieviering liep ten einde. ,Ons Heer’ was nog onverteerd in mijn mond.(08-09-1974)


De wereld is in nood

Tijdens de heilige Eucharistieviering kwam bij het Credo ,het Licht’ over het altaar en de priester. Dan verspreidde het zich over ons allen. Het ,Licht’ is gebleven tot aan het einde van de heilige Eucharistieviering. Bij de consecratie tijdens het opheffen van de H. Hostie, zag ik Deze aan alle kanten schitteren. Het was net één  groot wit vuur. Bij de opheffing van de kelk kwamen vanuit de kelk prachtige stralen en het leek alsof er briljanten doorheen fonkelden. Toen ik ,Ons Heer’ ontving kreeg ik een hemelse schouwing. Ik hoorde ,de Stem’ die sprak: “Weest gegroet, mijn getrouwen.” Dan sprak ,de Stem’ tot mij: “Weer zeg Ik: gij mensenkind, kom volg Mij, gaat de poort binnen.”  Ik schouwde en zag een prachtige, gouden poort voor mij. Toen ik de poort was binnengaan, was daar een geweldig hemels Licht.  ,De Stem’ sprak tot mij en zei: ,De proef is doorstaan. Zeg dat het goed komt.” Ik weet niet waarom, maar in mij zelf zei ik terug: ,Heer, ik dank  U’. Ik bleef in dat Licht staan en zag een mond met een vinger ervoor. Dan hoorde ik luid ,de Stem’ zeggen: “En gij mijn Herder, (en ik zag een Paus) voordat Gij tot Ons komt, wil Ik U vragen: breng Haar die Ik gezonden heb als de Vrouwe van alle Volkeren in de Kerk, de Gemeenschap. Dit behoort tot Uw primaatschap.’ Een kruis kwam voor mij dat steeds lichter werd. Dan zag ik een bisschop en daar doorheen nog een andere bisschop flitsen. ,De Stem’ zei: “En gij, gij zult Hem daarbij helpen. Weest niet bevreesd, het is ,de Heer’ die u dit vraagt.” Vervolgens kwamen om de H. Vader velen heen staan en hoorde ik:  “De wereld is in nood. Breng Haar die aan alles  moest voorafgaan in de wereld. – Weest getrouw, vreest niets. “ Dan veranderde alles voor mijn ogen en ik schouwde in de verte. Ik hoorde weer ,de Stem’ zeggen: “Ziet wat is geschied”, en ik zag een geheel vernieuwde Kerk. “Dat is voor later”, hoorde ik en kreeg in mij: “en toch is er in wezen niets veranderd”. Dan ging dat hemels Licht voor mijn ogen weg. De Eucharistieviering was ten einde en ,Ons Heer’ was onverteerd in mijn mond.(15-08-1974)


Sacramentsdag

Toen ik op Sacramentsdag  ,Ons Heer’ ontving begon de heilige Hostie te leven in mijn mond. Ze bleef onverteerd. En daar doorheen kreeg ik tot driemaal toe stromen heerlijk smakend water in mijn mond. Terwijl hoorde ik in mij:  ”Eet en drinkt allen hiervan en gij zult  de poort binnengaan.” Toen moest ik tot driemaal toe dat heerlijke vocht wegslikken en toen kon ik de heilige Hostie nuttigen. Het ,Licht’ dat ik daarbij zag verdween toen langzaam.         (13-06-1974)


Drievuldigheidszondag

Op deze Drievuldigheidszondag zag ik bij de consecratie een prachtig ,Licht’ komen over het altaar. Het was een Drievoudig Licht, duidelijk onderscheidend, en toch een Licht. Het leek mij alsof het ene Licht het andere overschaduwde en toen een groot, prachtig, hemels Licht werd. (09-06-1974)


Ik zend u de Heilige Geest.

Tijdens de Eucharistieviering (in de kapel aan de Diepenbrockstraat) hoorde ik, terwijl wij de geloofsbelijdenis baden, een geweldig geruis. Het kwam van vier kanten op mij af. Over het altaar en de priesters zag ik langzaam  het ,Licht’ komen. Daarna verspreidde Het zich over alle mensen. Het was een prachtig, hemels Licht en het bleef tot het einde van de Eucharistieviering over ons allen schijnen. Toen ik ,Ons Heer” ontving begon de Heilige Hostie  te leven in mijn mond. Ik hoorde: “Kom, volg Mij, vrees niets, Ik ben de Heer Uw God.” Dan zag ik een ,lichtende Gestalte’ voor mij uitgaan. Ik moest Deze volgen en kwam in een dal. Boven dat dal zag ik wolken hangen en ik zag die ,lichtende Gestalte’ omhoog gaan. Deze was nu ineens in die wolken. Vanuit die wolken klonk zijn Stem, die riep:”Onder u zijn er, die Mij weer verraden hebben. Kijk goed en begrijp.” Nu zag ik in dat dal op de grond een monsterkop rondgaan alsof het zocht naar alle kanten. Die monsterkop had lange vangarmen, ik telde er zeven. Op de kop waren horens en ik telde er zeven. Dan had ze afschuwelijke, uitpuilende ogen. Vanuit vier hoeken zag ik ruiters te paard komen. Deze renden het dal in. Ze hadden zwepen in de handen en knalden zo hard daarmee in de lucht, dat het mij pijn aan de oren deed. Ik moest weer tellen en het waren er zeven. Dan vulde het dal zich met mensen. Ze kwamen vanuit vier hoeken van het dal. De ruiters sloegen met hun  zwepen op de ruggen van die mensen, die ineen krompen van de pijn. Ineens veranderden die mensen in slangen en adders. Nu sloegen die ruiters die slangen en adders in grote korven naar binnen, die zich vanzelf sloten. Dan kwamen vanuit vier hoeken van het dal aasgieren aangevlogen. Ook zij zochten op de grond in het dal. Maar ze werden door die ruiters weggejaagd met de zwepen en ze vlogen weg. Dan verdween dit beeld en was het stil om mij heen. Ik hoorde nu weer de Stem vanuit de wolken roepen: “Eerst als dit alles is geschied….!” En dan sloeg er een klok met zware slagen. En ik telde tot twaalf. Dan Sprak de Stem weer: “Kijk goed en begrijp.” Midden in dat dal zag ik nu ineens een water. Een prachtig, statig hert  kwam aangelopen en begon van dat water te drinken, terwijl vanuit de hemel over dat hert een prachtige straal ,Licht’ scheen. Ook dat beeld verdween en de Stem klonk luid over dat dal: “Ziet volkeren, wat is geschied. Gij hebt de Vrouwe, uw Moeder,  in uw midden gehad. Zij zal niet wederkomen, zodat gij ze niet meer zult zien. Maar, Ik zend u de Levendmakende, de Sterke,  de H. Geest, Die uw Vrouwe, uw Moeder,  heeft mogen aankondigen. Blijf haar gebed bidden voor haar beeltenis en Ik zal wonderen verrichten.”  Dan zag ik een wijsvinger vanuit die wolken komen die mij wenkte en ik hoorde: “Kom, volg Mij.” Toen braken de wolken open boven dat dal  en ik zag die ,lichtende Gestalte’ hoog weg zweven in een opengaande hemel. Dan moest ik door een gouden poort. En toen ik binnen kwam zag en hoorde ik dat er feest was. Een prachtige schouwing kwam nu voor mijn ogen. Terwijl er hemelse muziek klonk, kwamen alle hemelingen trapsgewijze rondom een hemelse troon staan. Dan moest ik naar dat dal kijken en zag daar alle volkeren der aarde staan. Ook zij hadden feest. Ik hoorde het gebed van de Vrouwe zowel in de hemel als in het dal bidden. De Heer sprak: “Zeg dat het goed is.” Het was alsof de Vrouwe feest had. Ineens sprak de Heer weer: “Ik zend u de Heilige Geest. Hij zal regeren over de volkeren, maar nier….voordat dit alles is geschied, hetgeen Zij, de Vrouwe, u door Mijn wil mocht komen verkondigen.” Nu zag ik een bisschop en priesters en hoorde: “En gij, doet uw plicht en doet hetgeen van u verlangd wordt.” Dan zag ik de paus. Hij glimlachte en stond met uitgestoken armen naar ons toe. Dan hoorde ik weer die hemelse muziek en de hemel sloot zich. Ik had ,Ons Heer’ nog onverteerd in de mond en sprak in mij zelf: “Heer, ik ben niet waardig.” De Eucharistieviering was al ten einde.(31-05-1974)


Het Offer van Mijn Zoon.

Bij de Eucharistieviering (in de kapel aan de Diepenbrockstraat) kwam bij de offerande het ,Licht’ over het altaar en de priester. Daarna werd het ,Licht’ veel sterker en schitterender en verspreidde zich over alle mensen die aanwezig waren. Na het ,Onze Vader’ kreeg ik een hemelse schouwing. Ik zag een oosters tafereel. Een stad met koepels en Oosterse mensen. Dan zag ik daarboven de hemel opengaan en hoorde een Stem die sprak: “Kijk goed hetgeen Ik je laat zien.” Dan hield de Stem even op en sprak vervolgens:“En gij, begrijpt dit alles goed.” Het leek  mij alsof dit tegen anderen werd gezegd. Dat Oosters tafereel verdween voor mijn ogen en voor mij kwam een grote muur, enigszins rond van vorm. Ze was gebouwd van heel grote, grove stenen. Ineens hoorde ik een enorm geraas en zag de muur afbrokkelen. Ik hoorde de stenen vallen met donderend geweld. Het was alsof ze afgebroken werd, maar ik zag geen mensen. Dan kwamen er mensen aan, niet van deze tijd. Zij droegen de grote stenen stuk voor stuk weg en begonnen te bouwen. Toen ze klaar waren, zag ik dat het een altaar was. En op dat altaar brandde een vuur. Ik kreeg in mij: ” het offeraltaar” . De mensen lagen diep gebogen op de grond voor dit altaar. Maar, terwijl ik naar dat altaar van grote stenen keek, zag ik dat het nu geen stenen waren, maar het altaar was gebouwd van allemaal heel oude boeken. Ik zag de ruggen van deze oude boeken, het leken mij stenen. Dan kwam over dat alles een waas en ik hoorde drie maal een roep: “ Ninive, Ninive, Ninive!”  De hemel sloot zich daarboven en het gehele beeld verdween voor mijn ogen. Dan kwam voor mij een grote, witte, ronde schijf te staan, ingedeeld met zwarte lijnen. Een grote wijzer wees op het laatste deel, gelijk een klok die op 5 voor 12 staat. Dan hoorde ik:”Kijk goed, en gij, begrijpt dit alles goed.”  De Stem vervolgde: “ Het tijdperk, dat Ik door Haar liet aankondigen, nadert het einde, maar…..”  En ik hoorde het knallen van zweepslagen, zo erg dat het was alsof ik ineenkromp. Dan zag ik ineens tegenover mij drie Pausen staan. Links tegenover mij Pius X, rechts tegenover mij Pius XII, beiden stonden zij in het ,Licht’.  In hun midden stond levend, Paus Paulus VI, met de handen – ik zou zeggen – uitnodigend. Dan zag ik een altaar zoals wij nu hebben. Ik hoorde: “Let goed op.” Dan zag ik het altaar ineens opgebouwd van allemaal nieuwe boeken. Ik zag de ruggen van deze nieuwe boeken. Toen kwam vanuit de hemel, die openging, een kelk, die door een onzichtbare hand op het altaar werd geplaatst. Daarboven kwam een grote, prachtige, schitterende H. Hostie. En ik hoorde de Stem vanuit de hemel zeggen: “ Het Offer van Mijn Zoon.” Dan zag ik de kelk en de H. Hostie, die steeds groter en grootser werd, langzaam omhoog stijgen, totdat Ze in de hemel verdween. De hemel sloot zich heel even en ging dan weer open. De H. Hostie stond nu heel groots, majestueus, midden in de hemel. Dan brak de H. Hostie open en kwam daaruit een geweldig ,Licht’. Ik kreeg in mij: “ Drievoudig en toch een.” Dan schoot vanuit dat Licht een vergeestelijkte Duif,  zwevend naar de aarde. Ik kreeg in mij: ” En de aarde is als hernieuwd herboren”  Dan hoorde ik het geschal van bazuinen en zag ze ook. Onzichtbare handen hielden ze vast. Dan ging alles langzaam voor mijn ogen weg en ,Ons Heer’  lag nog onverteerd in mijn mond. Het eerste wat ik deed was, het kwam zo maar over mijn lippen:” Grote God, ik dank U uit naam van de hele mensheid, dat Gij ons dit liet zien.”  Ik weet niet hoe ik bij deze woorden kwam. De Eucharistieviering was ten einde en ik hoorde de priester ons de zegen geven.(25-03-1974)


Het Licht kwam over de priester en het altaar.

hemel_resize

Bij de Eucharistieviering ( in de Diepenbrockstraat) kwam gedurende de offerande het ,Licht’  over de priester en het altaar. Ik kreeg een gevoel alsof het ,Licht’  mij geheel omsloot of gevangen hield. Zo iets had ik nooit eerder meegemaakt. Toen ik  ,Ons Heer’ ontving kreeg ik een hemelse schouwing. Ik zag een groot raam, ingesloten door kozijnen met een luik aan weerskanten. Plotseling werden de luiken gesloten. Na een tijdje gingen de luiken open en vlogen er ineens vele witte duiven uit. Ze hadden een witte brief, zo leek het mij, in de bek. Ze vlogen naar alle windstreken en ik hoorde het klappen van hun vleugels. Na enige tijd kwamen ze allemaal weer teruggevlogen  en gingen door het open raam naar binnen. De luiken sloten zich en het raam verdween langzaam voor mijn ogen. Daarna zag ik twee andere taferelen. Omhoog kijkend was het alsof ik in de hemel keek. Het leek of er een feest gaande was. Ik hoorde hemelse muziek en gezang. Daaronder zag ik een kathedraal vol mensen. Ik hoorde dat het ,Te Deum’ werd ingezet. Alleen die woorden verstond ik, want daarna vloeiden muziek en zang ineen. Ik luisterde toe, terwijl het ,Licht’ en deze schouwing langzaam heengingen. (11-02-1974)


Dan  zal de aarde weer rust en vrede krijgen.

Bij de Eucharistieviering (in de diepenbrockstraat) zag ik, toen de offerande begon, het ,Licht’ komen. Deze keer was het heel bijzonder ,hemels Licht’, dat niet alleen over het altaar en priester scheen, maar boven ons allen uitstraalde. Ik hoorde: “Het Licht straalt over u allen.” Toen ik ,Ons Heer” ontving kreeg ik een hemels visioen en hoorde: “Zie naar uw wereld, naar de aarde.” En ik zag donkerte, verscheuring, dorheid, gespletenheid en verwoesting, terwijl ik daarbij hoorde: “Uw aarde is donker, verscheurd, verdord, gespleten en verwoest.”  Boven die aarde zag ik nu een Davidsster duidelijk voor mij.  Deze begon ineens in het rond te draaien, eerst met de ster naar mij toe en daarna, alsof ze een omzwenking maakte, van opzij, steeds draaiende. Dan kwam weer de Davidsster recht voor mij staan en stond weer stil. Dan zag ik opeens aan de linkerkant van die ster een halve maan komen en aan de rechterkant een sikkel en hamer. Daarboven kwam een halve maan met ster eraan in het midden. Dan kwamen onder dat geheel een grote stier met horens, deze stond links, rechts een adelaar en daaronder een persoon met vleugels en rechts daarvan een leeuw met in hun midden een Lam. Deze beelden met Davidsster, manen, sikkel en hamer en beesten begonnen nu allemaal door elkaar en om elkaar heen te draaien, het warrelde voor mijn ogen. Daaronder op de aarde zag ik stenen tafels met letters er op liggen.  Deze werden stuk geslagen. Ik hoorde de harde slagen en kreeg een grote droefheid over mij heen. Dan verdween dit gehele beeld en ik hoorde: “Zie goed toe.” Nu zag ik de lucht die eerst zwart was veranderen in een prachtig diep blauw firmament. De aarde lag als gezuiverd en vredig eronder. Daarboven scheen het ,Licht’, zó prachtig en ik hoorde: “Kijk naar boven.” Nu zag ik aan dat firmament een prachtige, grote hemelse Ster, stralend als de zuiverste briljant. Ze fonkelde aan alle kanten en liet een stralend licht over die aarde vallen. Ik hoorde weer ,de Stem’: “Nu spreek Ik tot u, mijn Kerk, mijn Gemeenschap. Luistert goed. Brengt uw jeugd weer terug tot Haar, die Ik gezonden heb. Steunt uw bisschoppen en priesters in de ware Geest, in de ware Oecumene, maar let wel, in het wáre.” Deze laatste woorden klonken zeer luid door de lucht. Het was als een roep. Dan vervolgde,de Stem’:  ”Dan zal de aarde weer rust en vrede krijgen.” Ik kreeg een opgelucht gevoel over mij en moest een diepe zucht van verlichting slaken. Dan ging dit visioen langzaam weg en daarna het ,Licht’.  De priester gaf ons de zegen, de Eucharistieviering liep juist ten einde.(02-02-1974)


Volkeren, knielt voor uw Heer, Hij is daar.

Tijdens de consecratie zag ik een enorm schitterend ,Licht’ komen over het altaar en de priester. Bij de opheffing van de Hostie begon Deze te ,leven”. Ik onderging dat ,de Heer’ er tegenwoordig was. Ik hoorde: “Volkeren, knielt  voor uw Heer, Hij is daar”.  Bij de opheffing van de Kelk zag ik boven de Kelk een verheerlijkt kruis komen en links daarvan een soort letter A en rechts daarvan een Ω. Dan kreeg ik een hemelse schouwing. Ik zag voor mij een draak met koppen en ik telde er zeven, elk met een eigen karakter. Zij vormden samen één grote muil, die zich opeens opende en iets uitbraakte. Ik zag dat het allemaal adders waren die zij uitspuwden. Er lagen overal eieren tussen, die zij zelf opvraten. Het was een vreselijk, akelig gezicht en ik kreeg iets afschuw wekkends over mij. Ik hoorde:  “Gij, addergebroed, wee u.”  De wereld was zwart en ik kreeg in mij: “de wereld gaat op velerlei gebied kapot en móet gered worden”. Daarna spoelde dit hele beeld voor mijn ogen weg als een moddermassa. Dan viel er een regen en ik zag dat het een regen van Manna was. Het viel op de grond en werd haastig opgeraapt. Daarna kwam er een vlakte voor mij en middenin stond daar een soort toren. Het was alsof iemand een lasso, maar ik kreeg in mij: ,singel’, om die toren heen slingerde  en deze omtrok.  Ze viel totaal in puin. Terwijl ik er naar keek was het alsof de jaren verstreken en zag toen wéér een vlakte waarop nu een nieuwe toren gebouwd werd. Toen deze klaar was, was ze veel mooier en hoger en straalde in de zon. Ineens kwam er een rots voor mij staan en naast die rots in de grond een staf met een slang. Er rond omheen kwamen water en vuur. Ik hoorde een klok slaan, hele zware slagen, en ik telde er twaalf. Dan zag ik een andere Rots, veel hoger en grootser, voor mij. Vanuit de hemel kwam een staf met een koperen slang. Deze viel precies naast de Rots. En er werden vier boeken voor gelegd. Ik hoorde: “Gij zijt Mijn Rots. Zoals het zaad in de grond tot bloei komt, zo zult gij de Kerk, de Gemeenschap, weer tot bloei brengen”. ”En gij, Mijn herders en apostelen, zijt gij ontmoedigd en verslagen? Bewaart uw geloof in Mij. Weet wel, de wetenschap komt niet voort uit de mens, maar vanuit de Heilige Geest, Die voortkomt uit de Vader en de Zoon. Hij alleen geeft de kennis en de wijsheid, want niets komt uit de mens zelf voort. Blijft standvastig en laat u niet misleiden. Ik heb u het beeld van de adders laten zien. Denkt daaraan. Rome waakt, uw vijand loert. En gij, volkeren, verzamelt en verenigt u in de naam van,de Vrouwe van alle Volkeren’.”  Toen hoorde ik: “Volg Mij”.  En ik zag een stralende, blauwe hemel met  een grote witte wolk. Deze opende zich en ik werd in het Koninkrijk opgenomen, maar nu was het nog veel hemelser dan voorheen. Woorden heb ik er niet voor, zo hemels groots is dat. Toen ik ‘de Heer’in al Zijn heerlijkheid zag,  hoorde ik:“Zoals gij Mij ziet, zo ziet gij ook de Vader. De Geest komt voort uit de Vader en Mij.”  Gekroond in al Haar hemelse glorie zag ik ook ,de Vrouwe”. En ik hoorde hemelse muziek. Er kwam eerst een leeuw, een stier, een engel en een grote adelaar voor deze troon zou ik zeggen. Zij bogen héél diep voor dit hemelse tafereel. Ook kwamen er allerlei verheerlijkte mensen. Ook zij bogen héél diep voor deze troon. Nogmaals, het is niet na te vertellen hoe diep ontroerend en hemels dit was. Dan werd ik weer in mijn eerste toestand teruggebracht. Maar dat deed mij zo’n leed, dat de tranen uit mijn aardse ogen vielen. Ik hoorde: “Verenigt u, gij volkeren. Maak uw kring groter om Haar heen. Bouwt hier een kapel voor ,de Vrouwe van alle Volkeren’. – Dit is uw opdracht.” En ik zag dat het schilderij uit de kapel als in processie over de straat gedragen werd. Wij kwamen op een groot plein, waar de majestueuze kerk stond. Daar waren vele volkeren vertegenwoordigd en allen gingen met de processie mee naar binnen. In de kerk hoorde ik: “Hier is nu ,de Gemeenschap van alle Volkeren’. De wereld zal van hieruit zijn zegen ontvangen.”  Toen ging alles langzaam voor mijn ogen weg en ik had ,Ons Heer’ nog onverteerd in mijn mond. En ik zei: “Heer, wie ben ik, dat ik dit heb mogen beleven? Ik dank U”. (31-05-1973)


Vreest niets. De Heer is met u.

Tijdens de Eucharistieviering (in de kapel aan de Diepenbrockstraat) kwam bij de offerande ineens het Licht over gehele altaar en de priesters. Het was een prachtig, schitterend Licht, dat bleef staan. Toen ik de heilige communie ontving kreeg ik een hemelse schouwing. Ik zag een grote, lege, aardse vlakte voor mij. Dan ineens zag ik, dat die vlakte gevuld was met bomen met daaraan bladeren als het zomer was. Dan zag ik plotseling die bladeren er allemaal afvallen en waren alle bomen kaal alsof het winter was. Dan zag en hoorde ik, dat stuk voor stuk de takken eraf gebroken werden met een onzichtbare hand. En ik hoorde het geluid daarvan.  Het geluid was zó doordringend en akelig, en bij elke tak die er afgebroken werd ging een vreselijke droefheid en pijn over mij heen. Het geheel maakte mij diep bedroefd. Dan schouwde ik alleen nog naar kale stammen. Deze vielen plotseling met een donderend lawaai op de grond neer. En ik schouwde naar heel die ravage van dorre takken en stammen. En weer kwam er een grote droefheid en pijn over mij heen. Dan zag ik in de lucht boven die grond een stralenbundel van Licht komen. In dat Licht kwam een hand met opgestoken waarschuwende wijsvinger. En ik hoorde alsof het door de lucht schalde: “Wee u, die dit heeft aangericht.”  Terwijl deze woorden werden gesproken, zag ik dat de hand en vinger naar beneden wees op die dorre takken en stammen. Daar schouwde ik ook naar en weer kreeg ik een vreselijke droefheid over mij heen. Dan zag ik de grond openscheuren alle takken en stammen verdwenen in de diepte en de grond sloot zich. En er was een stilte om mij heen. Toen zag ik weer een vlakte voor mij. Maar er was een verschil. Maar er was een verschil. Ik ervaarde het alsof  ik  nu over een hemelse vlakte keek. Er kwam een stralenbundel vanuit de hoogte daarop neervallen. Het was alsof de hemel openging en ik hoorde: “En gij, mijn apostelen, die het altaar nog bedient, laat u niet ontmoedigen. Vreest niets. Blijft trouw uw weg bewandelen waarop gij zijt gegaan. Gelooft in Mij en aan de transsubstantiatie. De Heer is mét u. Verzamelt de brokken en brengt Mijn kudde bijeen. Ik ben mét u.”  Dan hoorde ik: Kijk goed.” En ik schouwde weer naar die hemelse vlakte. Vanuit de grond schoot ineens, als een pijl van vuur, een heel dun twijgje omhoog. Terwijl ik er naar schouwde zag ik dat twijgje steeds dikker en groter worden. En het werd een dikke en stevige stam. Dan zag ik aan die stam telkens langzaam van rechts en links een tak komen. Dat ging zo door totdat ik een prachtige, gouden boom voor mij zag staan. Dan kwam aan elke top van de takken een knop. Eerst nog dicht. En ik zag ze ineens openspringen. Nu was het een en al een puur gouden boom. Ik kan niet vertellen hoe een pracht die boom was. En ineens hoorde ik weer de Stem vanuit  de hemel komen. En ik hoorde: “Vreest niets. De Heer is mét u. Maar….., eerst zal de storm komen.” Dan ging dat visioen voor mijn ogen weg. De Eucharistieviering was ten einde. En ik had ,Ons Heer’ nog geheel onverteerd in de mond. In mijzelf zei ik toen: “Heer ik begrijp hier niets van.” “Maar ik dank U voor deze schouwing in alle nederigheid”. Toen ging het  Licht weg.(08-12-1972)


De tijd is NU.

Tijdens de heilige communie (in de kapel aan de Diepenbrockstraat) zag ik het Licht over het altaar komen. Toen ik Ons Heer ontving hoorde ik:  ”Priesters en leken, strijdt verder voor Haar, door wie Ik werd.–De tijd is NU.” Het laatste woord werd met klem benadrukt. Ik zei in mijzelf: –”Heer, Uw wil geschiedde.”–(08-09-1972)


Uw leer is goed. Waarom verguist gij die ?

Zodra ik de heilige communie ontvangen had, in de kapel aan de diepenbrockstraat, had ik een visioen. Het was of de hemel voor mijn ogen openbrak. Ik zag toen in dit hemels visioen weer de verheerlijkte, gekroonde Vrouwe, maar nu héél in de verte. Toen sloot de hemel zich weer. Daarna opende de hemel zich opnieuw, en zag ik twee partijen van geesten tegenover elkaar. Een van die geesten had een soort zwaard in de hand. En ik schouwde naar die twee partijen. Ineens werd de tegenovergestelde partij weggemaaid. Dit leek mij een beeld uit de oudheid, dit kreeg ik tenminste in mij. Opeens zag ik nu op aarde hetzelfde gebeuren. Maar het waren echter nu twee groepen mensen die tegenover elkaar stonden. Een groep werd weggemaaid door de tegenovergestelde partij. Toen kwam er een Licht, heel fel, zodat ik de handen voor mijn ogen moest slaan. Het waren drie stralen. Een in het midden, een rechts en een links naar onder, naar de aarde gericht, die nu geheel verlicht werd. Dan schouwde ik naar een heel mooie, lichtende weg voor mij, met aan de kant een soort afhelling, gelijkend op gras. Aan het einde van die weg was een poort met een grote deur, goudkleurig. Er kwam een hele kudde aan van links en van rechts. En Ik hoorde een Stem zeggen vanuit dat Licht:  Ik ben de Geest van Waarheid en Wijsheid. Ik ben het Water dat  Leven geeft. Ik ben het Licht dat u allen wil overstralen en bevruchten tot de Ware leer en het Ware Geloof. De schapen zullen van de bokken gescheiden worden”  Dan zag ik de schapen achter elkaar als in een rij op die mooie weg lopen en naar de poort gaan. Telkens ging de deur van die poort open en ging er een kleine groep schapen naar binnen. Dit ging zo door tot alle schapen naar binnen waren. Naast die weg zag ik nu dat de bokken van die helling afgleden. Maar ik zag niet waar ze belandden. Toen kreeg ik een heel andere schouwing. Ik zag een groot, kaal, leeg veld of akker. Langzaam rezen vanuit de grond korenhalmen omhoog. Het werd één groot korenveld en het Licht scheen er over heen. Al die korenhalmen bogen zich diep voor dat Licht. Dan zag ik voor mij een grote ring die gebroken was in twee helften. Het was of ze aan twee kanten werd vastgehouden en dan naar elkaar toegebracht werden. Maar boven in de ring bleef een stuk open, dus nog niet gesloten. Dan zag ik een onzichtbare hand die de ring sloot. En nu was het een prachtige, gouden, ronde ring.Dan kreeg ik weer een ander visioen. Er werd een offeraltaar voor mij geplaatst. Het was geen gewoon altaar, maar een van ruwe stenen opgebouwd. En ik telde twaalf stenen. In het midden was een opening waaruit rook kwam en omhoog ging. Dan veranderde dit in een ons bekend altaar zoals dat nu gebruikt wordt. Een Stem die ik al meer gehoord heb zei:“Uw leer is goed. Waarom verguist gij die? Keert terug, gij priester, tot uw ware leer. Ik, de Geest der Waarheid en Wijsheid, zal u daarbij helpen. En gij,  (en het was alsof dit tegen anderen gezegd werd)  blijft trouw. Ik zal u de richtlijnen aangeven.”  Toen ging het Licht langzaam weg en het visioen was voorbij. De Eucharistieviering was reeds afgelopen.(31-05-1972)


Ik ben bij u, kijk goed en luister.

Bij de consecratie zag ik het ,Licht’ komen en direct na de opheffing van de Kelk kreeg ik een hemelse schouwing. Ik zag vanuit de wolken een ,Hand’ komen, die met de wijsvinger naar de aarde wees. Ik hoorde  ,de Stem’, die klonk als een roep: “Dood en verderf.” Ik zag de aarde en daarover hing dood en verderf. Er lagen doodshoofden met gekruiste beenderen en de aarde zag eruit alsof er verrotting overheen gegaan was. Dan klonk ,de Stem’ weer:  ”Nogmaals zeg Ik u; wee u, die dit hebt aangericht en het verderf hebt gebracht.”  Dan zag ik een kronkelpad en daarop kropen beesten. Ik meende dat het kreeften waren, maar toen kreeg ik in mij:  ,schorpioenen’. Het leek een slangenpad waarop zij voortkropen en kronkelden. Plotseling zag ik die schorpioenen veranderen in mensen; ik meende dat het vele mannen waren. Ik zag ze slechts op de rug. Er brak een vreselijk onweer over hen los en ik hoorde de donderslagen. Weer hoorde ik ,de Stem’ zeggen: “Volg Mij en onderga hetgeen zij verspelen zullen, indien zij niet terugkeren van dat pad.”  En het was alsof ik opgenomen werd en ik voelde mij in een heel diepe, hemelse toestand gebracht. Het was of ik te midden van anderen was, die allen naar dit Koninkrijk waren gekomen. Die toestand is niet te beschrijven, zó diep, zó verheven was het. Het duurde een hele tijd dat ik er mocht vertoeven. Daarna kwam ik weer in mijn eerste toestand. Ik had intussen ,de Heer’ ontvangen. Nu hoorde ik  ,de Stem’ zeggen: ”Ik ben bij u, kijk goed en luister. En gij, begrijpt dit alles goed!’  Het was of dit laatste tot anderen gezegd werd. Nu zag ik het Vaticaan en hoorde: “Het proces tussen de Geest en het verderf is in volle gang.”  Dan zag ik een driehoek met een oog erin en hoorde: “En gij, mijn herders, waar zijt gij? Wilt ook gij Mij verguizen? Denkt om uw wáre taak en roeping. Brengt mijn kudden, die overgebleven zijn, weer bijeen. Brengt mijn lammeren in veilige hoede en voert ze terug naar het ,dagelijks wonder’. Dáár alleen is vrede en rust te vinden. Brengt Mij weer door straten en over de pleinen. Blijft getrouw en de Geest zal u helpen. Hij zal u voeden en laten drinken van het hemelse Manna en het water der bron.”  Een grote blijdschap kwam over mij en het was of alles straalde van ‘Licht’. Ik zag dat op een groot korenveld de schoven gebonden stonden, terwijl het regende, en daar overheen kwam een regenboog. Terwijl ik er naar keek, werden de gebundelde korenschoven  door mannen weggebracht. En er liepen ook kleine groepjes schapen en lammeren met hun herder. Dat alles werd naar een grote kerk gebracht. Plotseling werden het mensen van allerlei rassen. Dan zag ik in een flits een kapel en de kerk, die ik vroeger reeds gezien heb,en ik hoorde: “De Bruid des Heren is niet voor niets naar de aarde gezonden. Brengt Haar onder de volkeren. Begrijpt dit goed: Ook ,de Heer’ had zijn Moeder nodig om tot leven te komen. Door de Moeder komt het Leven. Daarom moet Zij weer terug gebracht in uw kerken en onder de volkeren en gij zult de opbloei aanschouwen.” Dan zag ik  een grote gouden ring en daarin kwam een wijzerplaat met wijzer, die ging lopen en op het cijfer boven middenin bleef stilstaan.  Die ring was dus een klok geworden. Daarna zag ik een Paus.  En voor hem werden vier boeken gelegd met dierenemblemen erop. Daarna kwam voor mij een driehoek en daarin weer een driehoek, een Davidsster. En ik zag een heel andere gemeenschap van christenen, maar dat leek mij voor later. Ineens stond ik in een hemelse vlakte en midden daarin kwam vanuit de grond één tak  omhoog. En daaraan kwam een hemelse gouden roos. Terwijl ik daarnaar schouwde, straalde eerst het ,Licht’ enorm en toen ging het heel langzaam weg. En ik merkte dat ik ,Ons Heer’ nog onverteerd in mijn mond had.(25-03-1973)


De Gestalte van de Heer

Bij de schuldbelijdenis tijdens de Eucharistieviering zag ik ,Het Licht’ komen over het altaar en de priester. Dat verspreidde zich langzaam over alle mensen. Tijdens de consecratie, bij de opheffing van de Heilige Hostie en Kelk, zag ik deze veranderen in “de Gestalte van de Heer”: één en al Licht, verblindend mooi! Het is onmogelijk weer te geven: dat grootse en machtige. Dan hoorde ik ,de Stem’ zeggen:“Zó kom Ik in uw midden, telkens weer, gij, kleingelovigen.” Toen ik ,Ons Heer’ ontving, kreeg  ik   weer een hemelse schouwing en ik hoorde: “Weest getroost, Ik blijf bij u.” En nu zag ik weer “die schitterende Gestalte”. Terwijl hoorde ik zeggen: “Ziet wat is geschied.” Nu kreeg ik een vreselijk beeld voor mijn ogen. Aan de voeten van “die Hemelse Gestalte” zag ik een grote draak liggen. Dan zag ik   dat de ogen ervan uitgerukt werden. Daarna werden de nagels afgetrokken. En tot slot ging de bek open en zag ik dat zijn grote tanden uit de bek vielen. Dat alles lag vóór mij op de grond. De draak zag ik ineen krimpen, viel slap uitgeput ineen en lag neergeworpen. En ,de Stem’ zei: “Uw macht is gebroken en uw kracht is afgenomen. Uw trots en hoogmoed worden vertrapt. En gij, machtigen der aarde, ziet hierin uw voorbeeld.” Dan wachtte ,de Stem’ even en zei vervolgens: “Weest getroost, volkeren, de Heer is met u. Bidt ,het gebed’ en Zij zal en mag uw Voorspreekster zijn. Weest getrouw!” Het geheel was voor mij zéér indrukwekkend. Dat grote, Majestueuze en Machtige van ,de Heer’ en daar tegenover  dat nietige, monsterlijke beeld van de draak. Dit alles ging langzaam voor mijn ogen weg. Ik dankte ,de Heer’ in alle nederigheid. ,Ons Heer’ lag nog onverteerd in mijn mond. De Eucharistieviering liep ten einde en ,het Licht’ ging langzaam weg.(11-02-1975)


 Leest de Makkabeen

Nadat ik ingeslapen was, werd ik ineens klaar wakker en kon niet meer slapen. Steeds kreeg ik in mij het woord:“Makkabeen.”  Ik dacht: “wat is dat toch?” Ik kende dat woord niet, en wilde het van mij afzetten, maar dat lukte niet. Steeds weer klonk in mij: “Makkabeen.” Ik begreep niet wat het betekende. Dan hoorde ik tot driemaal toe:“Leest de Makkabeen. Leest de Makkabeen. Leest de Makkabeen.”  Het was toen drie uur en ben weer ingeslapen.(05 op 06- Mei 1977)


Weest niet bevreesd, strijdt voor de Waarheid.

Tijdens de H. Eucharistieviering (in de kapel aan de Diepenbrockstraat) zag ik het ,Licht’ komen bij de consecratie. Prachtig Licht. Ik keek naar het schilderij en het was of ,de Vrouwe’ daar feestelijk getooid stond. Toen ik ,Ons Heer’ ontving, hoorde ik: “Kijk en luister goed naar hetgeen Ik je laat zien en horen.” Dan zag ik de hemel opengaan en kreeg ik een prachtig hemels visioen.  Ik zag nu dat het ,Licht’ vandaaruit kwam en over een open vlakte scheen, schitterend mooi. Midden in die vlakte stond weer die mooie, gouden Boom, die ik reeds eerder gezien heb, met gouden bladeren en knoppen eraan.Terwijl ik er naar schouwde, zag ik de knoppen openspringen en het werden prachtige bloemen. Dan zag ik rond de Boom een kale grond en daaromheen kwam in het rond een stromend water, dat zo helder vloeide als kristal. Ineens zag ik de bloemen van de Boom afvallen, bloem voor bloem, en ze vielen op die kale vlakte rondom de Boom. Dan was het alsof dat water, wat eromheen stroomde, nog meer begon te leven en sprankelend over de bloemen spoot, die op de grond lagen. Boven dat alles zag ik in de lucht een prachtige  ,Zon’ staan. Het was geen gewone ,zon’  maar een hemelse ,Zon’. In een boog eromheen kwamen nu in het rond twaalf sterren en daarboven zag ik, heel wijd en breed,  een regenboog. Dan hoorde ik heel duidelijk ,de Stem’ zeggen: “Gij, mijn getrouwe dienaren, hebt moed en blijft bij het ‘Ware’.  Ik kan het u niet genoeg komen mededelen. Gij zult ,de Waarheid’ uitdragen. Het uur is bijna gekomen.” Dan zag ik vanuit de hemel een zegenende Hand komen en zag op de aarde daaronder, knielende en diep voorover gebogen mensen liggen. Dan zag ik een afbeelding van een Paus met tiara op en ik kreeg in mij: ,het gaat een slag om’. Daarna kwamen om die afbeelding van de Paus, aan weerskanten in boogvorm,  twee mannen, dus in het geheel vier. Zij droegen een boek in de hand, waarop verschillende symbolen stonden, bij de een een Adelaar en bij de ander een Stier, verder een Leeuw en bij de laatste iemand met vleugels. ,De Stem’ klonk weer:  “Gij, mijn trouwe dienaren, weest niet bevreesd, strijdt voor de Waarheid en brengt ,Haar’ in uw midden terug.”  De twaalf sterren begonnen nu prachtig te schitteren. Het was zo’n hemels, diepe schouwing, welke ik heel moeilijk met  menselijke woorden kan weergeven. Het ‘Licht’ ging langzaam weg en ik zei in mijzelf: “Heer, op u heb ik al mijn vertrouwen gesteld. Ik dank u voor wat ik mocht zien en horen.” De H. Eucharistieviering was al ten einde en ,Ons Heer’ was nog onverteerd in mijn mond.(11-02-1973)


Heer, ik dank U voor het Offer, dat Gij voor ons gebracht hebt.

Tijdens de Eucharistieviering kwam bij de Offerande het ,Drievoudige Licht’ over de priester en het altaar. Het ging dan over in één prachtig, groot ,Licht’. Dan verspreidde het zich langzaam over alle aanwezigen. Bij de Consecratie ging dat ,Licht’ naar twee kanten als een sluier uiteen. Temidden daarvan zag ik, dat de priester de Heilige Hostie in de handen had. Bij de Opheffing werd Ze steeds groter en groter en ineens was Ze als een Zon van wit vuur. Daarna, bij de Opheffing van de Kelk tijdens de Consecratie, sprankelde daaruit het ,Licht’  als bij een opspuitende fontein. Toen sloot de sluier van het ,Licht’  zich weer over de priester en het altaar. Mijn Heilige Communie was een diepe vereniging met ‘de Heer’ . Ineens moest ik zeggen: “Heer, ik dank U voor het Offer, dat Gij voor ons gebracht hebt”.  Daarna ging het ,Licht’  langzaam weg. (25-03-1976)


Treed binnen in Mijn Hof.

Tijdens de Eucharistieviering, kwam bij de Geloofsbelijdenis, ,het Licht’ vanuit de vier hoeken van de kapel en verspreidde zich langzaam over, het altaar, de priesters en de aanwezigen. Bij de consecratie, scheen ,Het Licht’ alléén over de priesters, en altaar. Het was net een drie stralenbundel en boven elke priester, scheen één straal. Dan werd ,het Licht’ weer één geheel, ‘t was of de aanwezigen daarvan in de schaduw zaten. Terwijl de H.  Hostie en de Kelk werden opgeheven, klonk vanuit dat ,Licht’: “Zó, zal het blijven tot in eeuwigheid, zeg dit Uw theologen. “ En dan verspreidde ,het Licht’ zich ook weer over alle aanwezigen. Toen ik  ,Ons Heer’ ontving, kreeg ik een hemelse schouwing. Een prachtig ,Licht’ ging voor mij uit en ik hoorde: “Kom volg Mij.” Nu zag ik voor mij een oneindige wijdte, ,de Stem’ zei:  “Mensenkind, Ik heb je de tijden der tijden laten doorleven. Men leeft hier weer middenin. Beschouw en begrijp Mij goed: Nú komen de Makkabeen.”  En weer hoorde ik: “Kom volg Mij.”  Dan stond ik ineens voor een grote poort, ‘t leek me van brons. ,De Stem’ sprak: “Deze wordt nog niet ontsloten, maar … Een groot gebeuren staat te wachten voor de Kerk.”  En ‘t was of ik daar achter die poort, verschuivingen en bewegingen zag en voelde. Het prachtige  ,Licht’ ging verder voor mij uit, totdat ik wéér voor een donkeren poort stond en ,de Stem’ klonk: “Oók voor je land en andere landen staat een gebeuren te wachten. Onthou dit goed.”  De poort ging langzaam open en ik hoorde: “Treed nu binnen, gij mensenkind, in je eigen tijd. ‘t Is dezelfde maalstroom als voorheen. Ik heb je de beelden laten zien van: verderf, strijd, tweedracht en dood.”  Dan zag ik alle volkeren der wereld en boven dit alles een borstbeeld van ‘n Paus. En vanuit de lucht klonk ,de Stem’: “Dit is Mijn opdracht aan U! Verzamel dezen. Het is een zware taak, die Gij op Uw schouders krijgt, maar Ik heb Mijn gouden draad aan U gegeven, aanvaard haar! En U zult de opbloei weer beleven.”  En tot mij, sprak ,de Stem’: “Kom mensenkind, volg Mij.”  Toen stond ik voor een gesloten poort, deze was van een gouden kleur. Ik hoorde: “Treed binnen, in Mijn Hof.”  Terwijl de poort langzaam open ging, mocht ik achter ,het Licht’ aan, naar binnen. Het is niet te beschrijven, hóe mooi het daar was. ,Het Licht’ dat steeds voor mij uit was gegaan, werd nu nóg schitterender en grootser en scheen over het gehele Hof. Prachtige hemelse bloemen en groen zag ik. Een hemelse geur steeg op en hemelse muziek klonk.  Aan het einde van deze Hof, zag  ik  de verheerlijkte ,Vrouwe’, schitterend mooi. Zij werd geheel doorstraald van ,het Licht’. ‘t Is niet weer te geven, hoe ik mij voelde en wat over mij kwam. Beter kan ik het niet uit leggen. Een hele tijd mocht ik daar verblijven en alles aanschouwen.  Dan ging alles langzaam voor mijn ogen weg. Ik heb,de Heer’ gedankt in alle nederigheid en gezegd: ,Heer’ ik weet niet waaraan ik dit verdiend heb?”  Waarop ik hoorde: “Amen”. De Eucharistie-viering was bijna ten einde en ,het Licht’  ging langzaam weg. (31-05-1977)


 Kom volg Mij

Tijdens de Offerande van de Eucharistieviering, kwam ‘het Licht’ over het altaar, de priester en daarna over alle aanwezigen. Bij de consecratie, zag ik  ’het Licht’ als één grote stralenbundel, boven het altaar en de priester en wij zaten in de schaduw ervan. Bij de Opheffing van de H. Hostie, kwam in dat ‘Licht’ een prachtige schitterende M  en deze ging weer langzaam uit dat ‘Licht’ weg, ná de Opheffing van de Kelk.Daarna verspreidde  ,het Licht’ zich weer over alle aanwezigen. Toen ik  ,Ons Heer ontving,  kreeg ik een hemelse schouwing. Ik hoorde:  ”Het is een gezegende dag.” En ik voelde, alsof de Zegen over ons allen heen kwam en in de Kapel hing. Vervolgens spr

ak  ,de Stem’:  “Kom volg Mij.” Ziet en begrijpt dit alles goed, Ik breng U naar de Wateren.”  En ik kwam voor een groot water of  Meer te staan. Uit ,het Licht’  dat mij vooraf ging, zag ik een arm en hand komen. Deze strekte zich over dat Meer uit en deelde het water in tweeën, naar rechts en links. Middenin bleef een weg over. De ,Lichtende figuur’ zag ik nu op die weg staan, en ik hoorde: “Ziet toe.” Nu zag ik, dat het water aan de linkerkant, één grote dikke modderpoel was geworden. En vanaf de kant, zag ik daar krokodillen, slangen, adders en andere kruipende dieren ingaan. Daarna staken zij hun koppen uit die modderpoel omhoog en het was, alsof zij alles opzogen en opslokten, wat ik daarin zag verdwijnen, mensen gebouwen en kerken. Alles verdween in de diepte van die modderpoel. Alleen stak hier en daar nog een kleine spits van een paar kerktorens er boven uit. ,De Lichtende Gestalte’  sprak: “Dat is de droesem. Zó is het gegaan, maar ziet:” En nú zag ik, de rechterkant van het Meer, met heel helder, prachtig kabbelend water, alsof het kristal was. En ik hoorde ,de Stem’ zeggen: ” Dit is het water van de herleving. Luistert: Zoals de Bruid, Haar Zoon bracht tot de Vader, zó ook, zult gij Uw kleinen brengen  bij ,HEM’  die IS. HIJ is het Begin én de sluitsteen.” Na de woorden: “Hij is het begin en de sluitsteen”, zag ik vanuit dat water aan de rechterkant, een kerk en een gebouw naar omhoog komen. Het waren de St. Pieter en het Vatikaan. Terwijl ik een mond en een vinger ervoor zag, hoorde ik op een versluierde toon zeggen: “De strijd en het gevecht om de Ware leer, is nog steeds gaande.  Past toch op, bewaart ze en verloochent ze niet.” Intussen zag ik steeds de St. Pieter en het Vatikaan. Dan vervolgde ,De Stem’: “Daar gaat iets gebeuren.” Dan ging alles langzaam voor mijn ogen weg. ,Het Licht’ bleef tot het einde van de Eucharistieviering.(02-02-1978)


Ziet naar Haar, de Bruid, de Moeder, Uw Vrouwe.

Bij het Credo kwam ,het Licht’ over het altaar en de priesters. Dat verspreidde zich heel langzaam over alle mensen. Het was weer het ,Drie-voudige Licht’, hetgeen tot een groots ,Licht’ werd. Bij de Consecratie tijden de opheffing van de Heilige Hostie en de Kelk, kreeg ik een hemelse schouwing van,de Heer’ in al Zijn pracht en heerlijkheid. Het was in een woord: majestueus!  Het is niet te omschrijven. Intussen hoorde ik: “ Zo kom Ik telkens weer bij dit Offer als de Verheerlijkte Heer. Draag dit uit, zodat ze tot inkeer komen.” Toen ik ,ons Heer, ontving, kreeg ik een andere hemelse schouwing. Het was een en al Licht om mij heen en ik hoorde ,de Stem’ zeggen: “Volg Mij nog een keer door de poort.” En ik kwam weer door die gouden poort en zag de hemelse heerlijkheid, zoals ik ze voorheen nog niet gezien had. ,De Stem’ Sprak weer: “Dit is een grootse dag. Ziet naar Haar, de Bruid, de Moeder, Uw Vrouwe. Nu ziet gij Haar zoals Zij opgenomen is.” Dan zag ik ,de Vrouwe, verheerlijkt, niet zoals bij Haar verschijningen, uitzonderlijk mooi, maar ook  dat is niet te omschrijven. ,De Stem, sprak vervolgens:  “Ziet, wat is geschied.” En ik zag ,de Heer’ als een en al Licht, hoog verheven. Voor Hem allerlei ongedierten. Ze keken op naar die Hemelse Troon en het was alsof ze ineens een geweldige slag kregen. Ze kropen allen heel langzaam weg en ik hoorde ze sissen, grommen en brullen. En ze verdwenen in het niet. Het waren slangen, adders, schorpioenen, krokodillen, aasgieren, hyena’s en wolven. Die beesten hadden angst en een siddering ging door hen heen. Ik zag de krokodil met uitpuilende ogen en de bek  wijd opengesperd van angst. De aasgieren gingen stapje voor stapje met uitgespreide vleugels achteruit met een akelige schreeuw. Ook de hyena’s en wolven maakten een akelig geluid. Dan klonk ,de Stem,: “Dit alles zal geschieden.” Dan klonk hemelse muziek en ik zag vanaf die Troon: hemelingen, mooier dan ooit te voren. Dan klonk ,de Stem’ heel luid door het luchtruim: “Ik heb Mijn teken gegeven! Aarzelt niet langer, doet wat van u verlangd wordt!” Dan zag ik twee gezichten van Bisschoppen door elkaar gaan. En ook zag ik ‘n Paus, die heel vriendelijk keek. Dit alles ging als een flits. Dan zag ik mensen die op de knieën lagen met de handen smekend naar boven gericht. Zij riepen: “Heer, laat ons niet alleen.”  Ook ik riep hard mee, met mijn handen smekend omhoog geheven. ,de Stem’ sprak: “Weest getroost, Ik laat u de Helper, de Trooster, de Heilige Geest en Haar, die ik gezonden heb als:, de Vrouwe van alle Volkeren.’ Het Licht zal bij u blijven.”  Dan zag ik voor dit hemels gebeuren een sluier neervallen. En alles ging langzaam voor mijn ogen weg. ,Het Licht’  scheen nog steeds over ons allen en ,Ons Heer’  lag nog onverteerd in mijn mond. Ik dankte, de Heer’  voor deze onbeschrijfelijke schouwing en voor deze jaren, waardoor ik zoveel geleerd heb.(25-03-1975)


 

De Heilige Geest zal heersen.

Bij de H.Communie, zag ik “het Licht” over het altaar komen. Toen ik de H. Communie ontving, hoorde ik inwendig zeggen: “Kijk goed en begrijp, wat dit te betekenen heeft.” Ik  zag de wereldbol vóór mij draaien. Opeens brak ze open in twee delen. Ik kreeg een zware druk over mij, zo erg, dat ik er een paar maal heel diep van moest zuchten. Toen hoorde ik:  “Het wordt een strijd om leven of dood, maar “de Geest” zal uiteindelijke overwinnen.” Toen zag ik uit die opengebroken wereldbol één voor één mensen stappen, van allerlei rassen en stammen. Zij droegen elk een vlag in de hand, als van alle landen en staten. Steeds meer en meer stapten er uit die wereld. Ze vormden ten slotte één grote rij van duizenden mensen, die twee aan twee stonden. Ineens zag ik een witte jongemannen gestalte. Hij droeg het schilderij van “de Vrouwe” hoog voor zich uit en riep tot allen: “Volgt mij.” Toen zette die rij zich in beweging achter het schilderij aan. Ineens zag ik dat het schilderij in een kapel stond. Al die volkeren droegen stuk voor stuk hun vlaggen daarnaar toe. Zij schaarden zich allen om het schilderij van “de Vrouwe”. Daarna stond ik ineens buiten de kapel en zag in de verte daarboven de koepels van de kerk, die later moet komen. Dan zag ik de hemel openbreken en hoorde ik  de schoonste, hemelse muziek. Eén en al schittering toonde zich nu voor mijn ogen, in een oneindige hemelse diepte. Ik zag een opengebloeide, prachtige roos, waaruit heel langzaam de verheerlijkte “Vrouwe” omhoog kwam. Zij droeg een onbeschrijflijke, schitterende kroon op het hoofd. Maar deze keer zonder kruis, wereldbol en schapen. Ook was Zij voor mij een nóg meer vergeestelijkte figuur, en ik hoorde: “Nu ziet gij Haar niet zoals Zij altijd verschenen is, maar zoals Zij is, in het Koninkrijk. Haar zending hier op aarde is nu ten einde.  De H. Geest zal heersen. De Heer laat U dit beeld zien, opdat gij dit zult verkondigen aan alle mensen.” En toen zag ik die witte mannenfiguur heel diep  voor Haar troon buigen. Dan was het of door het hemelse ruim in een vreemde taal iets geroepen werd. Ik vroeg in mijzelf, wat betekent dit? Ik hoorde als antwoord:  “Dit is een hemelse groet”.  Dan zag ik weer die kapel. Vanuit die kapel zag ik weer die rij mensen met vlaggen optrekken naar de komende kerk. En ik kreeg in mij: dat is voor later.”Het Licht” ging nu heen. Toen was de Eucharistieviering ten einde”. (25-03-1972)


 

Gevouwen handen

Tijdens de Consecratie kwam ineens  ,het Licht’ over het altaar en de priester. Vervolgens ging ,het Licht’ over alle mensen in de kapel. Ik hoorde ,de Stem’ zeggen: “Weest gegroet. Mijn Licht schijnt over u allen. ” Ik voelde mij geheel door ,het Licht’ omsloten. Toen ik ,Ons Heer’ ontving hoorde ik ,de Stem’, die zei: “Mijn Rijk is uw Rijk.” Dan kreeg ik een hemelse schouwing van één en al Licht. Prachtig was dat. Intussen sprak ,de Stem’ weer en zei: “Ziet naar deze poort.” En ik zag voor mij een zwarte poort en moest daar binnen gaan. Toen ik binnen kwam, was daar duisternis. Ik meende mensen te zien. Maar toen ik goed keek, waren het allemaal gevouwen handen die ik zag. Ontelbaar velen. Ook ik stond daar ineens met gevouwen handen. Dat moest ik doen. Terwijl ik naar al die gevouwen handen keek, kreeg ik in mij: “gebonden handen” en voelde ik, dat ik mijn handen  moeilijk los kon krijgen. Dan sprak ,de Stem’ weer: “Kom volg mij,” En ik ging die duisternis uit en ,de Stem’ sprak: “Zie nu.” En ik zag een hemelse, gouden poort, terwijl ,de Stem’ weer zei: “Mijn Rijk is uw Rijk.”  Vervolgens: “Ik schenk het Leven áán het leven. Ik geef u het Brood van het Leven.”  Dan was er even stilte en dan zei ,de Stem” weer, duidelijk en langzaam: “Mijn Rijk zal komen.” Toen ging alles voor mijn ogen weg.  ,Het Licht’ ging daarna langzaam weg. , Ons Heer’ was nog onverteerd in  mijn mond. En ik heb gedankt voor alles. (24-11-1974)


De Heilige Hostie

Tijdens de opheffing van De H. Hostie bij de consecratie, zag ik vanuit de H. Hostie een prachtig hemels Licht komen. Dat Licht verspreidde zich over de handen van de priester heen en zette het altaar, de priester en heel de omgeving langzaam in dat Licht.  Het maakte een geweldige indruk op mij. Het Licht is gebleven tot het eind van de H. Mis. `s Middags tijdens het rozenkransgebed, zag ik een geweldige schittering van  Licht komen over het schilderij van “de Vrouwe”. Het was alsof de beeltenis prachtig straalde.(02-02-1972)


Een witte Lichtende Duif.

Bij de offerande, tijdens de Eucharistieviering, zag ik  ,het Licht’ komen, over het altaar, de priester en langzaam over alle aanwezigen. Bij de Consecratie, zag ik boven het Altaar, in ,het Licht’een prachtig Lichtend Kruis. Dat Kruis ging langzaam weg en daarvoor in de plaats zag ik nu, een schitterende letter  M staan, met daarboven een witte, Lichtende Duif. Aan alle kanten straalde Deze wit vuur uit. Plotseling kwam die Lichtende Duif naar beneden en bleef voor de letter  M vliegen. Dit alles geschiedde tijdens de Consecratie. ,Het Licht’ is gebleven tot aan het einde van de Eucharistieviering.(03-04-1978)


Ziet Gij nu het bederf ?

Tijdens de Eucharistieviering in onze kapel, kwam voor de H. Communie, ,het Licht’ over het Altaar en de Priester. Toen ik ,Ons Heer’ ontvangen had, kreeg ik een hemels visioen. Voor mij stond een heel grote, stevige boom. Vanaf de grond, kwam vanuit die boom een grote zware zijtak, die zich verder vertakte in kleinere. Ik zag ineens iemand komen aanlopen, met nog anderen achter Hem aan. Deze groep bleef bij die boom staan. Nu zag ik duidelijk, dat het Onze Heilige Vader, Paus Johannes Paulus ll was. Aan weerszijden van Hem stonden Kardinalen. De Heilige Vader keek naar die boom met een ernstig gezicht. Hij hief Zijn hoofd omhoog en ik hoorde Hem zeggen: “Heer, wat moet ik doen?” Ineens kwam een enorm Licht vanuit de hemel over de Heilige Vader en ik hoorde ,de Stem’ zeggen: “Mijn Kefas, Gij hebt tot Mij geroepen … luister.” “Neem die zijtak weg van die boom, want Gij zult zien, dat in de wortels waaruit die zijtak is voortgekomen, reeds het bederf aanwezig was.” Ze is aangetast door de wormen van de dood.” Dan hoorde ik de Heilige Vader weer vragen: “Maar, Heer, hoe kán ik dit doen ?”  Weer hoorde ik ,de Stem’ zeggen: ”Ik zal U helpen, zie …” Ik zag een grote bliksemstraal, die in die zijtak van die boom sloeg en er volgde een geweldige donderslag, die de zijtak van de boom afsloeg. Met een zware klap viel de zijtak op de grond, vlak voor de voeten van de heilige Vader en de Kardinalen. Overal lagen nu kleinere en grotere takken verspreid over de grond, die van die grote zijtak waren afgevallen. Dan hoorde ik  ,de Stem’ weer zeggen: “Neemt die zijtak op en ziet hoe ze is aangevreten, bekijkt ze goed.” Dan zag ik dat de Heilige Vader en de Kardinalen, samen met grote moeite die zware zijtak oprichten. De wormen kropen eruit. Op de stam van die tak, zag ik ingesneden staan de letter N.  Daarachter …Humanisme-Marxisme-Modernisme. En dan werd die tak een doodskist. Op die doodskist zag ik twee maal een S en nog andere letters. ,De Stem’ sprak weer:“Ziet Gij nu het verderf ? Zó is het goed, nu kan de boom weer gaan bloeien en rijpe vruchten voortbrengen.” Dan sprak ,de Stem’ tot mij: “Kom, wij gaan verder, zie toe en luister…” Ik  voelde alsof er een slot op mijn mond werd gedaan. En ineens … stond ik in een zaal. Ik zag daar de Heilige Vader, Paus Johannes Paulus ll zitten, met aan Zijn rechter en linker-zijde enige Kardinalen en een paar andere Hooggeplaatste geestelijken. Een deur ging open … en ik zag Bisschoppen binnen komen. Ik telde er 7, één liep voorop. Tot mijn schrik droegen ze allemaal een masker en ook een soort bord in de hand, waarop een letter stond.Degene die het eerste liep, droeg een letter U op zijn bord. Hij knielde voor de Paus neer en draaide langzaam het bord om, naar de Heilige Vader toe. Ik zag dat het een spiegel was … Dan kwam er een groot Licht vanuit de hoogte en daalde over de Heilige Vader neer. Ik hoorde ,de Stem’ die sprak tot de Heilige Vader: “Zie … Zij houden U een spiegelbeeld voor. En zie … Zij dragen een masker, maar achter dat masker, is hun wáre gezicht.” Dan wachtte ,de Stem’ even en klonk dringend: “Mijn Petrus, Ik waarschuw U. Hou de staf in handen. Ga opnieuw bouwen.” Intussen kwamen ook de andere Bisschoppen, één voor één  neerknielen voor de Heilige Vader. Ze droegen ieder voor zich een bord mee met een letter erop. Allen draaiden het bord om en lieten de Heilige Vader in hun spiegel kijken. Op hun bord stond in volgorde: de letters ‘sH-dan een letter B-dan een letter G, dan kwam er een met een halve masker op en had geen letter. Dan volgden twee Bisschoppen, die geen spiegel droegen en geen masker op hadden, maar boven hun hoofden, zag ik het Romeinse cijfer Vl staan.  Nu zag ik, dat de Heilige Vader deze beiden omhoog hief, uit hun knielende houding en ik hoorde Hem “Mijn zonen, houdt vol, staat pal, Ik zal U Herders sturen.” Hij sprak bijna fluisterend deze woorden uit, maar ik kon ze verstaan. Dan was er onder allen een remoer …  Verder kon ik niets meer zien, want ineens ging alles langzaam voor mijn ogen weg, terwijl ik hoorde: ‘Breng dit alles over.” Ik heb ,de Heer’ gevraagd mij te helpen, dat ik dit alles goed over mag brengen.  ’t ,Licht’ ging daarna langzaam voor mijn ogen weg.(06-01-1980)


Kom, volg Mij en begrijp dit alles goed.

 

Tijden de Eucharistieviering, toen de Voorbeden begonnen, kwam ,het Licht’ over het altaar en de priesters. Het verspreidde zich dan langzaam over alle aanwezigen. Ik hoorde daarbij: “Ja, waarlijk, het Licht dale over U alle.” Tijdens de Consecratie echter scheen ,het Licht’ alléén over het altaar en de priesters en ‘t was alsof wij daarvan in de schaduw zaten. Dan hoorde ik: “Dit is Mijn Lichaam, dat voor U opgeofferd is en in U wil leven. Mijn Zonen, breng MIJ weer ópnieuw onder de mensen.” Daarna kwam ,het Licht’ wéderom over alle aanwezigen. Toen ik ,Ons Heer’ ontving, kreeg ik een hemelse schouwing en hoorde: “Kom, volg Mij en begrijp dit alles goed.” Ineens was ik op een grote vlakte en daar middenin stond een tempel uit de oudheid. De pilaren waren hier en daar afgebrokkeld. Bovenop die pilaren, aan de voorkant ‘n driehoek met allerlei figuren erop. Grote stenen trappen lagen voor die tempel en binnenin zag ik een tegelvloer. Vanuit de wolken, die erboven hingen, klonk ,de Stem’ op klagende toon: “Achab! Achab!” Dan ging dat beeld voor mijn ogen weg en zag ik, inplaats van die tempel, de St. Pieter staan. Vóór de St.  Pieter werd door een spin, een groot spinnenweb geweven, zodat de voorkant van de St. Pieter helemaal werd omsloten. In de lucht daarboven, hingen zware wolken en vanuit die wolken klonk ,de Stem’ op nóg klagender toon, als van een stervende: “Mijn zonen, Mijn zonen, Waarom hebt gij Mij verlaten? Mijn volk, Mijn volk. Waarom hebt gij Mij verlaten?  Keert terug tot Uw Ware Leer en de Ware Kerk.” Terwijl ik dit hoorde, kreeg ik een grote droefheid  over mij. Dan was het, alsof er in het Vaticaan iets gebeurde, ik kon niet zien, wát het was … Ineens verdween vóór  de St. Pieter het spinnenweb en kwam erboven, een prachtige regenboog te staan, in schitterende kleuren. En ik slaakte een zucht van verlichting. Dan ging alles langzaam voor mijn ogen weg. ‘Het Licht’ scheen nog over alle aanwezigen en ging toen ook langzaam weg. Ik heb ,de Heer’ gedankt en gezegd: “Heer wat moeten wij U danken, dat U ons kleine mensen, de weg wil wijzen die wij moeten gaan.” Het kwam spontaan uit mijn binnenste.(02-02-1977)

Kephas, Mijn Kephas, zie toe wat geschiedt.

Vannacht droomde ik het volgende: Ik stond midden op het St. Pietersplein te Rome en zag overal in het rond visnetten hangen, die aan stokken hingen te drogen. Ze zaten vol gaten en scheuren. Hier en daar hing in zo’n gat nog een spartelende vis, die trachtte eruit te komen. Waar ik stond, was een grote rotsblok en zware, dikke wolken hingen er boven. Van daaruit hoorde ik ,de Stem’ op klagende toon roepen: “Kephas, Mijn Kephas, zie toe wat geschiedt.” Toen moest in naar die netten kijken en zag boven elk visnet een mijter zweven, de een groter dan de ander. En ik voelde mij als gevangen in al die netten. Weer klonk ,de Stem’ op klagende toon: “Kephas, Mijn Kephas. Kijk naar die gaten en scheuren. Dáárdoor is het gekomen, dat veel vis verloren is gegaan.” Dan kwam vanuit de wolken een draad naar beneden, het leek  mij een gouden draad. Intussen werd er voor die rotsblok een geheel ander, groot visnet uitgespreid. Het was door die draad geheel hersteld, er waren geen gaten en scheuren meer in. Het kwam vól spartelende vissen en werd met die gouden draad stevig dicht gebonden. Toen kwam er vanuit die wolken een staf naar beneden en sloeg tot driemaal toe tegen die rots. Het klonk als staal zo hard. Terwijl dit alles gebeurde, zag ik die rots steeds groter en hoger worden tot het één grote zuil was. Het net met de vissen hing er bovenin. Dit alles leek mij werkelijkheid toe. Ik werd wakker en het was drie uur in de nacht. (In de nacht van 29 op 30-10-1976)


Gij, mijn priesters, handelt daarnaar en wáákt over dit Goddelijk Geheim.

Tijdens de H. Eucharistieviering (in de kapel aan de Diepenbrockstraat)  kwam het ,Licht’ over altaar en priesters. Het straalde enorm en het begon bij de offerande. Toen de consecratie zou beginnen kreeg ik een hemels visioen. Het was alsof de hemel openging. En daaruit kwam van bovenaf, links en rechts, een hemelse stoet naar beneden. In het midden van die stoet kwam een Lichtende  Gestalte,  die een kelk droeg en daarboven een H. Hostie, die schitterden aan alle kanten. Heel boven, waar die stoet vandaan kwam, zag ik een hemelse troon. Daarop zag ik een Grootse Gestalte en daarnaast , De Vrouw’ verheerlijkt en gekroond. Steeds kwamen er meer en meer hemelingen naar beneden.  Ik zag toen een altaar en daarop werd die kelk en H. Hostie geplaatst. Alle hemelse gestalten knielden neer rondom dat altaar en bogen zeer diep. Intussen hoorde ik de volgende woorden: “De richtlijnen zijn u gegeven. Gij, mijn priesters, handelt daarnaar en wáákt  over dit Goddelijk Geheim.” Daarna ging alles langzaam voor mijn ogen weg en ik zag dat de consecratie voorbij was. Bij de H Communie hoorde ik de woorden: “Laat u niet weerhouden. Ga naar de H. Vader.” Het ,Licht’ bleef tot het einde van de heilige Mis.(08-12-1973)


De strijd is gestreden

Toen ik de H. Communie ontvangen had, zag ik ineens een open vlakte in een hemelse tuin vol licht. Het is niet met menselijke woorden weer te geven, hoe mooi die tuin en dat Licht was. Dat Licht was hemels en als een schitterend vuur. Middenin die open vlakte zag ik ineens een grootse fontein, die haar stralen heel hoog en heel wijd uitspoot. Hoe meer ik er naar keek, hoe schitterender de stralen werden. Het leek net een groot geheel van de prachtigste kristallen in dat Licht. Het was een en al fonkelende schittering. Nogmaals, het is niet met woorden uit te drukken. Na een poosje hoorde ik als vanuit de diepe achtergrond: “De strijd is gestreden”. En de fontein begon nog grootser en mooier uit te stralen. Het duurde totdat de priester weer aan de gebeden na de H. Communie begon. Toen ging alles weer langzaam voor mijn  ogen weg en zag ik het altaar en de priester weer.(08-12-1971)


De verwording in Kerk en wereld is in volle gang.

Tijdens de Eucharistieviering in onze kapel, zag ik bij de Offerande ,het Licht’ komen over het Altaar en de Priesters. Na de Consecratie, zag ik ,het Licht’ zich langzaam over alle aanwezigen verspreiden. Ik kreeg een gevoel over mij, alsof ik geheel door dat ,Licht’ doordrongen werd en hoorde ,de Stem’ zeggen:  ” Het Licht zal U verlichten”. Na het Agnus Dei, zag ik ineens tussen het Altaar en het Tabernakel “de Vrouwe van alle Volkeren” staan. Zij was geheel doorstraald van Licht. Ik zag HAAR, zoals vroeger, toen Zij mij haar Boodschappen gaf. Nu echter zonder kruis, schapen en wereldbol. Ik kon mijn ogen niet geloven, maar ,de Vrouwe’ begon  te spreken en ik hoorde duidelijk zeggen: “Begrijpt gij nu, waarvoor ik gekomen ben?”  Zij wachtte even en vervolgde: “De verwording in Kerk en wereld is in volle gang. De rampen in Kerk en wereld, voltrekken zich. De oorlogen duren voort.” Dan wachtte Zij weer even en vervolgde: “Om daartegen te waarschuwen, heeft Mijn Heer Mij gezonden, maar ze hebben niet geluisterd.” Ik zag dat ,de Vrouwe’ zich naar het tabernakel wendde. Met Haar rechterhand wees Zij ernaar en sprak: “Zeg tegen Uw Opperherder, Ik zal ze brengen naar HEM. Door Mij naar HEM. Maar zij moeten inkeren. De Eucharistie bestaat nog.” Daarna keek ,de Vrouwe’  mij aan en zei: “Wees getroost, Uw offer is aanvaard.”  Dan ging alles langzaam voor mijn ogen weg.(11-02-1981)


Dit is een gezegende dag.

Zodra de Eucharistieviering begon, zag ik over het altaar en de priesters ,het Licht’ komen: geweldig schitterend. Dan verspreidde het zich langzaam over alle mensen. Toen ik ,Ons Heer’ ontving. Kreeg ik een hemelse schouwing en hoorde: “Dit is een gezegende dag…!” De ,Stem’ wachtte even en weer hoorde ik, nu nóg luider: “Ja waarlijk, dit is een gezegende dag.”Dan sprak ,de Stem’ tot mij: “Kom, volg Mij.”  Ik kwam nu op een vlakte en zag, die gebonden handen’, die ik reeds eerder gezien heb. Maar nú waren het mensen die met gebonden handen zaten.  ,De Stem’ klonk weer alsof het over heel de wereld werd geroepen: “Ja waarlijk, dit is een gezegende dag.“En ik zag de mensen juichend op hun knieën vallen  en de gebonden handen gingen los. Zij hieven de handen en armen omhoog en er was een onbeschrijfelijke vreugde te voelen en te zien op hun gezichten. Zij keken allemaal omhoog. Voor mijn ogen ging de hemel open. Daar was één  al Licht en een troon zo schitterend  zoals ik ze nooit tevoren heb gezien. Er kwam een grote blijdschap over mij. Toen ging alles langzaam voor mijn ogen weg. En ik dankte ,de Heer’ voor deze blijdschap, die ik heb mogen delen en heb mogen zien.,Ons Heer’ was nog onverteerd in mijn mond. ,Het Licht’ scheen nog steeds over ons allen tot het einde van de Eucharistieviering.(02-02-1978)


Bisschoppen wordt weer één, de Geest zal u bijstaan.

Tijdens de heilige Eucharistieviering zag ik direct na de offerande “het Licht”komen over het hele altaar en de priesters. Aan het einde van het “Onze Vader”kreeg ik een hemels visioen. Ik werd in een dal geplaatst op een soort heuvel, zodat ik alles kon overzien. Midden in dat dal zag ik een kale vlakte. Ik hoorde “de Stem”zeggen: “Kijk goed.” En ik zag vanuit de grond op die kale vlakte een prachtige, forse boom komen. Aan elk uiteinde van de takken zag ik een naam in vreemde letters geschreven. De top van die boom was kaal. Ik hoorde weer “de Stem”: “Kijk nu goed wat er gebeuren gaat.”  Nu zag ik boven de boom een hemels licht komen over de kale top en in dat Licht zag ik een Duif zweven. Er gebeurde toen iets heel moois. Aan de kale top kwam langzaam een prachtige gouden roos en ze bloeide open. Dan zag ik vanuit die roos een heel bijzonder Licht komen, alsof het eruit sprong. Intussen hoorde ik:  “Zij werd overschaduwd en geheel doorstraald van het Licht. Zij is gezonden om de wereld te redden.”  Het was een hemels mooi beeld. Toen hoorde ik “de Stem” vanaf die hemelse boom zeggen:  ”Kijk nu goed en breng het goed over.” Naast die hemelse boom kwam vanuit de grond een andere boom omhoog, fier en groot, met de takken omhoog geheven. Het was een aardse boom, vergeleken bij die andere. Ineens zag ik de takken omlaag gaan. Ze hingen allemaal slap en vele braken af. Ik hoorde: “Ziet ge het onderscheid en begrijpt dit goed,” En ik kreeg in mij: dat stelt de Kerk voor. Dan zag ik naaste de tweede boom een twijg uit de grond komen. En terwijl ik er naar schouwde, begon ze heel langzaam te bloeien. Dan kwam over dit geheel een geweldig Licht van bovenaf. De “Stem” sprak weer: “Breng haar weer terug in uw Kerk. Amsterdam, Zij zal in uw stad de volkeren bijeen brengen.” Dan zag ik een groep mensen staan en hoorde: “En gij, kent uw taak. Doet hetgeen van u gevraagd wordt. Zij is gezonden door Mij. Ziet goed wat er gebeurt is.” Ik zag nu de aarde voor mij ronddraaien en er waren diepe groeven en zwarte vlekken op. Dan hoorde ik:  ”Het gebed, dat Zij u geleerd heeft, heeft al vele vruchten afgeworpen. Gaat daarmee door. Het had nóg erger kunnen worden. Kijk goed.” Nu zag ik de hele aarde zwart en daarover liep “de dood” met een zeis in de hand. En hij maaide over de grond en er lagen ineens overal doodskoppen. ( Een afschuwelijk beeld). De “Stem”klonk weer:“Blijft doorgaan. Het uitzuiveringsproces is en volle gang en gaat nog door.”Dan zag ik een hele groep mannen staan en hoorde: “En gij, mijn apostelen, wat heb gij gedaan? Keert terug tot het dagelijks offer, tot het dagelijks wonder, dan krijgt gij weer vrede en rust in uw hart.” Nu zag ik de bomen en de twijg in een nog feller Licht staan en ik zag de Duif daarboven heen en weer zweven, alsof Ze het druk had. Ik hoorde: De Geest is er weer. Ik heb u de richtlijnen gegeven. Luistert toch daarnaar en de Kerk zal weer groot zijn. Maar eerst…(en”de Stem”hield even op), zullen allerlei stromingen tegen elkaar ingaan. Maar… zet toch door! Nederland, gij hebt een zware taak op u genomen. Brengt Haar terug. Daardoor zullen ook andere volkeren gered worden. En gij, zegt tegen uw Opperpriester, dat de heilige Geest met hem is. Houdt vol en blijft getrouw. Bisschoppen wordt weer één, de Geest zal u bijstaan.” Dan zag ik het dal langzaam voor  mijn ogen weggaan en ik hoorde, dat de heilige Eucharistieviering ten einde was. Ik had “Ons Heer”nog onverteerd in de mond. Ik heb de Heer gedankt.(08-09-1973)


Ik ben de Heer Uw God, de Schepper.

Tijdens de Offerande kwam “het Licht”over het altaar en de priester. Terwijl “het Licht”zich over alle mensen verspreidde, hoor ik: “Ik ben de Heer Uw God, de Schepper.” Toen kwam een tweede “Licht”dat zich vermengde met het eerste en ik hoorde: “Ik ben de Heer Jezus Christus, die het Leven schenkt áán het leven” Dan kwam een derde  ”Licht” en ik hoorde: “Ik ben de Heilige Geest, die Licht moet brengen in de verwarring en de duisternis. Weest getroost, gij allen.”  Terwijl dit alles gezegd werd, zag ik de “Drie Lichten”nu als één “Licht”over ons allen schijnen. Toen ik bij de heilige Communie “Ons Heer”ontving, hoorde ik:  “Dit is een geheiligde plaats.” Dan wachtte “de Stem”even en zei toen: “Kijk goed” Ik moest in de verte kijken. En heel in de verte zag ik de kerk weer staan” die”de Vrouwe” mij vroeger heeft laten zien. Toen hoorde ik: “Breng Mij van hieruit naar het Huis des Heren.” En toen zag ik die éne Gemeenschap van alle Volkeren. Dan ging voor mijn ogen alles weg en “het Licht”verdween heel langzaam. De Eucharistieviering  liep ten einde. Op deze zelfde dag, tijdens het Rozenkransgebed dat ik onder het Lof voorbad, zag ik vanaf “het schilderij” “het Licht”komen. Maar dit was een heel ander “Licht” dan tijdens de Eucharistieviering van ‘s morgens. Ik voelde dat “de Vrouwe”onzichtbaar bij ons aanwezig was, bij ons bidden. Het “Licht”bleef tot aan het einde van het Lof.(08-12-1974)


De Wetten zullen in vervulling gaan

Tijdens de Eucharistieviering, kwam bij de Geloofsbelijdenis, bij de woorden: ‘t Woord is vlees geworden, “het Licht”. En óók zag ik het schilderij van “de Vrouwe”in ‘t volle Licht staan. Toen ik “Ons Heer” ontvangen had, zag ik voor mij een plank met oude boeken erop. De ruggen van de opgestapelde boeken, lagen naar mij toegekeerd. “de Wetten zullen in vervulling gaan.” Toen ging dat langzaam voor mijn ogen weg en “het Licht” scheen tot het eind van de eucharistieviering, nog over ons allen. (01-01-1978)


Zie toe en begrijp goed

Tijdens de Eucharistieviering bij het Credo kwam “het Licht”vanuit de vier hoeken van de kapel. Het werd één  groot prachtig Licht boven het altaar en over alle aanwezigen. Toen ik “Ons Heer”ontvangen had, kreeg ik een hemelse schouwing. Ik hoorde “de Stem”zeggen:  “Zie toe en begrijp goed.” En ineens stond ik in de woestijn waar in het midden een groep mensen stonden, die zwart geblinddoekt waren. Vanuit de wolken klonk “de Stem”: “Volkeren, ziet toe. Ik zal u de ogen ontsluieren.”  Plotseling vielen alle blinddoeken af . Dan zag ik, midden in die woestijn, een groot kruis staan en daarvóór een altaar, beiden van donkerbruin hout. De mensen schaarden zich daarom heen. Toen hoorde ik op klagende toon luid roepen:”Ephraim, Ephraim”.  Dan kwamen het kruis en het altaar veel dichter naar mij toe. En weer klonk “de Stem”. “Volkeren, het zal wéér “het Offeraltaar” moeten zijn.”  Naast dat altaar verhief zich toen een prachtige crème Toren, geheel bewerkt, het leek mij ivoor. Heel hoog stak ze boven alles uit. Om de top van die Toren heen kwamen schitterende sterren, als in een vertikale cirkel. Ik telde er twaalf. Weer klonk “de Stem”:  ”Volkeren, luistert: Náást het Offeraltaar staat Zij, door de wil van de Vader.” Dan ging alles voor mijn ogen langzaam weg. En “het Licht”scheen nog over allen tot aan het einde van de Eucharistieviering. Ik heb  ”de Heer”gedankt en gevraagd: “Help ons alstublieft verder.” (08-09-1976)


Kardinaal Wojtyla

Tijdens de Eucharistieviering, zag ik voordat ik ” Ons Heer”ontving “het Licht” schijnen over het altaar, de priester en daarna kwam het over de aanwezigen. Weer hoorde ik “de Stem” zeggen: “Hij die van verre komt, zal de opvolger van Petrus worden” Toen ging langzaam “het Licht”voor mijn ogen weg. ‘s Avonds hoorde ik op de radio, dat de Poolse Kardinaal Wojtyla tot Paus gekozen was met de naam Paus Johannes Paulus II.(16-10-1978)


Volg Mij

Bij de opheffing van de kelk tijdens de consecratie zag ik het “Licht” komen over heel het altaar en de priesters. Het was een prachtig stralend Licht. Toen wij onder de Eucharistieviering net  ”Onze Vader” begonnen te bidden, kreeg ik een hemels visioen. Ik hoorde: “Volg Mij.” En toen kwam ik meteen in het “Koninkrijk” binnen. Het was deze keer zo geweldig en prachtig, nog veel meer als voorheen. Het is onmogelijk dit uit te leggen: hetgeen ik doormaakte en zag. Het is niet op menselijke wijze te beschrijven. Toch wil ik de heerlijkheid en hemelse pracht proberen uit te leggen. Ik zag een geweldig “hemels licht” alsof “de Heer” daarin verscheen in al zijn heerlijkheid. En ik zag óók duidelijk “de Vrouwe”in al haar pracht gekroond. Ik hoorde “de Stem” zeggen: “Gaat verder op de weg die gij hebt ingeslagen. Ik zal u bijstaan, hoewel…(en dan wachtte “de Stem” even), vreest niets, uw vijand loert. En gij, mijn priesters, weest wéér apostelen. Verkondigt het geen staat in de Boeken. “ En vóór de troon zag ik weer die vier boeken liggen, die nú werden opgenomen en rondgedragen. Dan sprak “de Stem” weer: “Gaat voort met de Oecumene, maar … (hier wachtte “de Stem”weer even), in de goede geest, in de goede zin! (dit laatste werd met klem gezegd) Brengt de volkeren naar “Haar”,  die Ik gezonden heb door de heilige Geest.” Dan zag ik vanuit het “Koninkrijk”de aarde liggen.  Het was alsof ik er bovenop keek en ik hoorde “de Stem”zeggen: ”Europa, zijt paraat. uw vijand loert. En ook gij, de andere volkeren der aarde.“En het was alsof ik een soort dreiging voelde hangen over die aarde. Weer hoorde ik “de Stem” zeggen: “Bisschoppen en priesters, mijn apostelen, brengt mijn volk terug en de Geest zal u helpen. Maar  u zult zelf de ware geest moeten aanhangen. Ga naar de Opperpriester en smeek hem “de Vrouwe” over de wereld bekend te maken.- Het is nu nog tijd. Dit is uw opdracht voor vandaag.” Dan hoorde ik weer: “Volg Mij.” En ik ging terug door een hemelse tuin, waar ik hemelse muziek hoorde. Dan zag ik het “Licht” langzaam over het altaar en priesters weggaan en hoorde de priester juist de laatste woorden uitspreken van de Eucharistieviering. Ook merkte ik dat “Ons Heer” nog onverteerd in mijn mond lag. Toen heb ik van ganser harte de Heer gedankt, dat ik deze hemelse toestand heb mogen meemaken.(15-08-1973)


Geloofsbelijdenis

Tijdens de Eucharistieviering, kwam bij de Geloofsbelijdenis “het Licht” over het altaar en de priester. ‘t Was een prachtig schitterend Licht, dat zich langzaam over alle aanwezigen verspreidde. Bij de Consecratie zag ik “het Licht” alléén over het altaar en de priester en wij zaten in de schaduw ervan, daarna verspreidde het zich weer over alle aanwezigen en was de hele Kapel verlicht, tot aan het einde van de Eucharistieviering. (02-02-1979)


Weest getrouw.

Tijdens de Eucharistieviering( in de Kapel aan de Diepenbrockstraat) zag ik voordat de consecratie begon een prachtig  ”Licht” komen vanuit het schilderij van “de Vrouwe” Het “Licht” verspreidde zich over het gehele altaar en de priester. Bij de consecratie, tijdens de opheffing van de heilige hostie, zag ik deze aan alle kanten schitteren. Ook de kelk werd bij de opheffing omstraald van “Licht” Toen ik  ”Ons Heer” ontving hoorde ik: “Weest getrouw”. En wederom met nog meer aandrang: “Weest getrouw”. Het  ”Licht” is gebleven tot het einde van de Eucharistieviering. (02-02-1973)


Ik zag en hoorde Haar niet.

Op deze dag was er om half drie een lof en ik bad daarin de rozenkrans voor. Toen ik aan het eerste tientje begon zag ik een “Licht”komen. Ik dacht: dat kan toch niet, en keek rond om mij te overtuigen en zag inderdaad het “Licht”over ons allen schijnen. Ik zag wel een onderscheid van het “Licht” van ‘s morgens en nu. Het was zwakker, maar bijzonder mooi en hemels. Ik kreeg een diepe ontroering over mij en het was alsof  ”de Vrouwe”ineens aanwezig was. Ik zag en hoorde Haar niet, maar voelde heel duidelijk haar nabijheid. Dan hoorde ik de Stem zeggen: “Zij is bij u allen.” Daardoor vergiste ik mij even met het voorbidden, maar gelukkig heeft niemand er iets van gemerkt. Het “Licht”bleef schitteren tot het einde van het lof en ging dan langzaam weg.(25-03-1974)


Het is niet om uit te leggen in menselijke woorden.

Toen de priesters met de H. Communie begonnen, zag ik ineens het Licht over hen en het altaar komen. Toen ik zelf de H. Communie ontvangen had, kreeg ik ineens weer het visioen van de hemelse tuin met, midden op een grote vlakte, een fontein. Onder deze hemelse tuin zag ik een grote leegte en daaronder weer de wereldbol. Ik zag het dus in drie taferelen onder elkaar. De wereldbol was geheel in het duister gehuld. Ineens zag ik dat de wereldbol openbrak tot het bijna twee platte delen waren.Toen kwam vanuit de hoogte een nog geweldiger Licht over deze opengebroken wereld. De fontein spoot  haar kristallen stralen hoog op en daarna zag ik ze met een geweldige kracht naar beneden vallen over die opengebroken wereld, die ze helemaal opzoog. Het was een en al schittering op die aarde en ik zag die kristallen diep de aarde ingaan. Toen kwam vanuit die opengebroken wereld een prachtige zilveren hemelse roos in knop, heel groot. Deze knop kwam heel langzaam omhoog en bleef in die open leegte staan en stond dus tussen de hemelse tuin en de aarde in. Die rozenknop ging blad voor blad open en toen preikte die hemelse roos in al haar heerlijkheid. Het is niet om uit te leggen in menselijke woorden, hoe hemels en mooi dit visioen was. Langzaam ging dit alles voor mijn ogen weg. Ik had H. Communie nog onverteerd in de mond. De H. Mis was juist ten einde. (11-2-1972)


Ik zeg je een geheim, luister.  

Tijdens de Eucharistieviering, toen ik ,ons Heer’ ontvangen had, zag ik een mond met een vinger ervoor. Dan zag ik een prachtige, Lichtende Gestalte en ,de Heer’ sprak: Ik zeg je een geheim, luister. Eer er 2 maanden voorbij zijn, zal Paus Paulus VI, het eeuwige leven ingaan. Voor aleer dit gebeurd is, aan niemand  vertellen, ook je leidsman niet. Bewaar dit zelf.” Toen ging langzaam die ,Lichtende Gestalte ‘ voor mijn ogen weg. Ik dankte ,de Heer’ en zei: “Heer, dat Uw Wil geschiede.” En ,de Stem’ sprak toen:” Amen” (11-06-1978)


Vreest niets, weest getroost.

Tijdens de H. Mis in de Diepenbrockstraat, zag ik bij de opheffing van de H.Hostie deze prachtig wit worden en er straalde een licht doorheen. Datzelfde licht zag ik stralen over de handen van de priester. Tijden de H. Communie, hoorde ik terwijl ik Ons Heer nuttigde: “Vreest niets, weest getroost, Ik ben met U allen.” ‘s Middags onder het rozenkrans bidden, had ik sterk het gevoel alsof de Vrouwe bij ons was. Ik zag het Licht stralen.(15-08-1971)


Eucharistische belevenissen Op 31 mei 1958 zegt de Vrouwe van alle Volkeren in een boodschap: “In alle rust ben Ik gekomen. In alle rust zal Ik teruggaan naar Hem, die mij gezonden heeft. Wees niet bedroefd. Ik laat u niet als wezen achter. Hij, de Vertrooster en Helper zal komen.”

De zieneres (Ida Peerdeman) heeft deze troost op unieke wijze mogen ervaren door een reeks bijzondere ervaringen die in nauw verband staan met de Eucharistie en die daarom de ‘Eucharistische Belevenissen’ worden genoemd. Zij hebben voortgeduurd tot in de jaren ’80.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>