Boodschappen

De rozenkrans

 De hand wordt lichter in het gevoel. Ineens zie ik de Vrouwe weer met de rozenkrans staan en Zij zegt: “Blijven bidden, geheel de wereld.” Zij wijst naar het kruis en zegt: “De hele wereld zal toch daarnaar terug moeten, van groot tot klein, van arm tot rijk, maar het zal moeite geven.”

 

De Vrouwe zal helpen

Nu zie ik de wereldbol voor me en de Vrouwe zegt, terwijl Zij haar voet daarop zet: “Ik zet mijn voet op de wereld. Ik zal ze helpen en brengen tot het doel, maar ze moeten luisteren …” Dan zie ik ineens alles voor mijn ogen weggaan.(07-10-1945)


Het kruis opnemen

Dan neemt Zij me weer mee en we gaan verder, heel diep die tuin in en we komen voor een groot kruis te staan. “Neem het op. Hij is je voorgegaan”, zegt de Vrouwe. Ik weiger en voel net alsof alle mensen van heel de wereld dit doen en het Kruis de rug toedraaien. Ik word aan de hand getrokken en zie weer de Vrouwe voor mij staan, met haar hand in de mijne. Zij zegt weer: “Kom.”

 

 

Het kruis de wereld in

Nu zie ik een lichtende, doorschijnende Figuur met een lang kleed aan voor ons uit gaan. Het is een mannenfiguur, maar geheel vergeestelijkt. Hij torst een heel groot kruis met zich mee, het sleept als het ware over de grond. Zijn gezicht zie ik niet. Het geheel is een lichtstraal. Hij gaat de wereld in met het kruis, maar niemand volgt Hem. “Alleen”, zegt de Vrouwe tegen mij. “Hij loopt daar alleen in deze wereld; het wordt nog erger, tot op een gegeven moment gebeurt er iets ergs en ineens staat het Kruis midden in de wereld. Nu moeten ze kijken, of ze willen of niet.”

De overwinning van het kruis

Dan zie ik allemaal vreemde beelden. Ik zie hakenkruisen onder het kruis, ik zie ze vallen; dan sterren, ze vallen weg; sikkels en hamers, alles valt onder dat kruis. Rood zie ik, rood valt niet helemaal weg. De Vrouwe zegt: “Allen kijken op. Nu willen ze ineens wel, maar ten koste … Het was zwart op die aardbol maar nu is alles opgelicht. Nu zie je dat alles er niet op aan komt.”(07-10-1945)


Met de tijd meegaan

En dan zie ik andere Kerken voor me van verschillende geloven. De Vrouwe steekt waarschuwend de vinger op en zegt, terwijl zij mij weer de hele katholieke Kerk laat zien: “De katholieke Kerk kan zeker groter worden, maar …” En dan houdt zij op en zie ik hele rijen geestelijken, studenten, kloosterzusters enz. langs mij heen gaan. De Vrouwe  schudt weer het hoofd en zegt met nadruk:  “Het is heel erg, maar daar deugt niets.  En nogmaals zegt zij  “Daar deugt niets van.” Zij kijkt streng voor zich heen. Dan wijst zij naar de studenten, priesters en geestelijken en zegt met klem:  “Een betere opleiding, met de tijd meegaan, meer modern, meer sociaal.”(07-10-1945)


De oosterse volkeren

Ik zie een zon en een halve maan en ik krijg in mij: dat is het verre Oosten. In China zie ik een rode vlag.
Daarna zie ik mohammedanen en alle andere oosterse volkeren. Boven al die volkeren zie ik rood aan de ene kant en zwart aan de andere kant, maar dit laatste veel minder. Ik hoor die stem zeggen:“Het is of dat heel dun inkrimpt.(07-10-1945)


Droefheid en blijdschap

Ik zie de Vrouwe staan. Zij wijst dat ik in mijn hand moet kijken. Ik zie er als het ware vreemde dingen uit komen. Ik zie een grote droefheid; deze wordt in mijn hand gelegd en ik moet ernaar kijken. Als ik in die  hand kijk, voel ik een grote droefheid komen. De Vrouwe glimlacht en zegt:“Maar er komt blijdschap achterop.” Op dat moment krijg ik die blijdschap ook te voelen. Ik zie stralen, lichte stralen.((29-08-1945)


Engeland en Amerika Daarna kijkt de Vrouwe bedroefd en zegt:“Engeland zal mij terugvinden.”Zij wacht even en zegt dan langzaam en zacht:“Ook Amerika.”Dan gaat de Vrouwe langzaam weg en ik zie een eigenaardig waas over de wereld hangen.(29-07-1945)


Het kruis crosshand Die beeltenis gaat voorbij mijn ogen en dan kijk ik in mijn hand. Dan wordt er een kruis voor mij neergelegd en ik moet dat opnemen. Ik neem het heel langzaam op en het is zwaar. Nadat die gestalte alles had voorgezegd, ging Zij heel langzaam weer weg. Pas daarna ging ook het licht  weg en zag ik ineens alles rondom mij in de kamer zoals het altijd was geweest.(25-03-1945)


De Vrouwe, Moeder ida Mijn zusjes en pater Frehe waren om mij heen komen staan. Toen hij hoorde dat ik begon te spreken, zei hij tegen een van mijn zusjes: “Schrijf eens op wat ze zegt.” Nadat ik een paar zinnen had nagezegd, hoorde ik hem zeggen: “Zeg, vraag eens wie dat is.” En dan vraag ik: “Bent U Maria?” De gestalte glimlacht tegen mij en antwoordt: “Zij zullen mij ‘de Vrouwe’ noemen, ‘Moeder’.”       (25-03-1945)


De beeltenis van de Vrouwe bedevaartsdag__101_resizeIneens word ik in een kerk geplaatst. Dan zeg ik: “Ik sta voor een speciaal altaar en zie de beeltenis van de Vrouwe.” Het is een afbeelding van de Vrouwe zoals ik haar de eerste keer gezien heb. Zij staat rondom in de bloemen. Zelfs op de altaar treden zie ik ontzettend veel bloemen. Duizenden mensen liggen ervoor neergeknield. De vrede in Christus De beeltenis kijkt naar mij en gaat waarschuwend met de vinger heen en weer. Tot drie maal toe zegt Zij:“Gij, mensen, zult de vrede bewaren, als gij in Hem gelooft. Dit verspreiden.”Bij die woorden legt de Vrouwe een kruisbeeld in mijn hand en Zij wijst op dit kruisbeeld dat ik rondom mij heen moet laten zien. Nieuw gevaar Daarna brengt Zij mij als het ware buiten de kerk en daar zie ik een oneindige leegte voor mij. Maar terwijl  ik naar die leegte kijk, zie ik mensenhoofden daarin. Ik moet er als het ware hier en daar een uitnemen en dan  zegt die beeltenis tegen mij: “Er zijn hoofdpersonen, die al weer iets aan het uitdenken zijn.” Israël zal herrijzen Dan zie ik een beeld van mensen die vluchten en wegtrekken en krijg ik in mij: dat is de uittocht van de Joden uit Egypte. Terwijl de Vrouwe wijst op die uittocht, zegt Zij:“Maar Israël zal herrijzen.”Boven het beeld van de uittocht zie ik een voorstelling van God de Vader in de wolken. Hij houdt zijn hand voor de ogen en de Vrouwe zegt tegen mij: “En Jahweh schaamt zich over zijn volk.” Kaïn en Abel. De stenen tafelen Daarna zie ik heel duidelijk de voorstelling van Kaïn en Abel. Er ligt ook werkelijk een groot ezelskakenbeen. Ik zie Kaïn wegvluchten. Vervolgens zie ik iemand in een lang gewaad, met een baard en in zijn handen twee stenen tafelen. Op die stenen tafelen staat een taal die ik totaal niet ken. Dan is het alsof die twee stenen tafelen in stukken worden gegooid. Ik zie de brokken in het zand liggen. De mirakelprocessie Daarna word ik opnieuw voor het altaar geplaatst. Maar ineens zie ik als het ware buiten die kerk een processie langs trekken. De Vrouwe wijst mij daarop en zegt: “Dat is de mirakelprocessie van Amsterdam.” Ik zie die processie door de oude binnenstad trekken. Er is ook een priester bij die met ‘Ons Heer’ voorop loopt. Dan zie ik ineens die processie naar deze buurt (Amsterdam-Zuid) gaan, naar een vlakte toe.Daarna is alles weer weg.21-04-1945)


De zaligprijzing 7076912-istanbul--25-april-2010-menigte-van-mensen-horloge-als-de-dans-performance-op-de-dag-van-de-kinderen_resize Dan kijkt de Vrouwe voor zich heen als in de verte en zegt heel duidelijk en “Mijn voorzegging  ‘Van nu af zullen alle volkeren mij zalig prijzen’ gaat, als het dogma is uitgesproken, nog meer in vervulling dan ooit. De Heilige Vader kent zijn tijd. Hij zal, voordat hij opgenomen wordt bij de Onzen, dit klaarmaken en vervullen. Op deze dag zullen alle volkeren mij zalig prijzen. Ik ben gekomen op deze datum opdat zij…”- en de Vrouwe wijst om zich heen -“zullen getuigen dat werkelijk en waarachtig de Vrouwe van alle Volkeren dit heeft gezegd.”(31-05-1954)


 Dreiging over de wereld Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt: “Laten ze toch steun zoeken in het ware.” Zij laat mij als het ware met mijn hand over de wereld voelen en ik krijg daar zo’n ontzettende pijn in. De Vrouwe zegt: “Dit is de wereld van het ogenblik.” Ik ga er weer overheen met mijn hand. Ik zie dan een beeld van de wereld, zoals ik die nu gewend ben. Dan verandert dat beeld en het is nu ineens een totaal andere wereld geworden. De Vrouwe zegt: “Dit is de wereld van later, die is heel zwaar. De wereld zal zichzelf vernietigen.” Dit laatste zegt de Vrouwe bedroefd en zo, alsof Zij de mensen wil waarschuwen: als jullie zo doorgaan, vernietigt de wereld zichzelf.(04-01-1947)


Het laatste mariale dogma “Deze beeltenis zal voorafgaan, deze beeltenis zal verspreid worden. Zeg dit aan je leidsman. Ik ben tevreden over alles, ook over de voorzichtigheid. Maar … de Vrouwe van alle Volkeren zal zich in de wereld plaatsen. Dit is de wil van de Vader en de Zoon, waarmede Ik weer geheel ben verenigd. Zoals de Zoon mij gekend heeft, zo heeft Hij mij weer teruggenomen. Het laatste mariale dogma zal het voornaamste zijn: als Medeverlosseres voor het kruis te staan in deze tijd.”(15-08-1951)


Godsliefde, Naastenliefde Dan blijft de Vrouwe lange tijd zonder iets te zeggen voor mij staan. Daarna zegt Zij, terwijl Zij naar haar handen kijkt: “Kijk nu goed naar mijn handen. Daaruit komen de stralen van Genade, Verlossing en Vrede. De stralen schijnen op al de volkeren, op alle schapen. Onder deze mensen zijn er velen van goede wil. Van goede wil zijn, wil zeggen: het eerste en voornaamste gebod onderhouden. Het eerste en voornaamste gebod is Liefde. Wie liefde bezit, zal zijn Heer en Schepper vereren in zijn schepping. Wie liefde bezit, zal niets oneerbaars doen tegenover de naasten. Dat is hetgeen in deze wereld ontbreekt: Godsliefde, Naastenliefde.”(02-07-1951)


Een grote actie voor God Ik zie de Vrouwe weer in een hel licht staan. Zij glimlacht en zegt, terwijl Zij om zich heen kijkt: “Ik ben tevreden. Zorg voor de verspreiding. Ik heb gezegd: van hieruit zal een grote actie voor God komen en daaraan zullen allen meewerken.”(02-07-1951)


Handel modern en vlug “Ik heb jou, kind, uitgelegd wat deze boodschap zal betekenen voor de wereld. Gij zult door je leidsman en anderen zorgen, dat dit aan de wereld bekend wordt. Dat is mijn wens voor vandaag. Ik immers wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Handel modern en vlug.”En nu gaat de Vrouwe langzaam weg, terwijl Zij nog zegt: “Deze tijd is onze tijd.”(31-05-1951)


Van land tot land, van stad tot stad “Gij zult dit niet in beperkte kring beschouwen. Ik immers ben de Vrouwe van alle Volkeren. Deze beeltenis zal gaan van land tot land, van stad tot stad. Dat is de bedoeling van het verlossingswerk. Nu spreek Ik tot je leidsman en de anderen die meewerken. Gij zult toch uw plicht kennen en niet aarzelen hetgeen Ik gezegd heb door te voeren. Nogmaals wil Ik zeggen: Ik geef de belofte aan allen die in geestelijke of lichamelijke nood verkeren, ze te helpen als ze mijn wil, des Vaders wil, doen.”(31-05-1951)


Belofte “Gij, kind, zijt het werktuig, alleen het werktuig om deze dingen over te brengen. Zorg dat het gebed, waarin kort en krachtig gevraagd wordt om de Heilige, ware Geest te zenden, toch zo vlug mogelijk verspreid wordt. Zeg tegen je leidsman en allen die daaraan meewerken, dat Ik de belofte geef dat Ik allen die voor de beeltenis zullen bidden en vragen aan Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, de genade zal geven naar ziel of lichaam, naar gelang de Zoon wil.”(31-05-1951)


De rozenkrans en het gebed Dan laat Zij de rozenkrans zien en zegt: “Daaraan is het te danken. Volhouden!” Zij wacht even en zegt dan: “Het gebed moet verspreid worden.” Daarna zie ik voor mij allemaal soldaten, veel geallieerden en de Heilige Maagd wijst daarnaar. Dan neemt Zij het kruisje van de rozenkrans en wijst op de beeltenis. Zij wijst dan weer naar die soldaten. Ik moet begrijpen dat het de steun moet worden voor het leven van die soldaten want die stem zegt: “Nu gaan ze gauw naar huis, dezen.” En Zij wijst naar die troepen.(25-03-1945)


Aankondiging van de bevrijding Dan begint ineens die figuur tegen mij te spreken; Zij zegt: “Zeg mij na.” Ik begin haar dus – Zij spreekt heel langzaam – woord voor woord na te zeggen. Zij steekt eerst drie vingers op, daarna vier en vervolgens vijf vingers, terwijl Zij tegen mij zegt: “Die 3 is maart, die 4 april en de 5 is 5 mei.(25-03-1945)


De Vrouwe van alle Volkeren Ik zie een hel licht, langzaam komt de Vrouwe daaruit naar voren. Nu zie ik haar duidelijk staan en Zij zegt: “Ik sta hier als de Vrouwe van alle Volkeren en kom juist nu om te laten zien dat Ik wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Luister goed. Je ziet mij hier staan op de aarde, tegen het kruis van de Zoon. Je hebt niets vergeten over te brengen. Alleen de lendendoek was daar nog niet. Die heeft de Zoon gedragen, zeg dat.”(29-04-1951)


De Heer verschijnt   Ineens was de Vrouwe weg en zag ik op haar plaats een hostie staan. Het was een geweldig grote hostie.Daarom zag ik ook duidelijk dat het een gewone hostie was, zoals wij ze in de kerk zien, van ouwel of brood.Dan kwam er voor die hostie een grote kelk te staan, nu zag ik dat die kelk van prachtig goud was. Deze viel om met de open kant naar mij toe. Toen zag ik vanuit die kelk dikke stralen bloed stromen. Dat bloed viel allemaal op de wereldbol en stroomde van de aarde af. Dat was een heel naar gezicht, ik werd er akelig van,steeds maar die stromen bloed. Dat duurde een hele poos.Maar ineens veranderde dat alles en werd het geheel een stralende, lichtende Heilige Hostie. Zo’n licht straalde daaruit dat ik de handen voor de ogen sloeg. Ik kon er niet in kijken en dacht werkelijk dat ik blind  zou worden. Maar inwendig werd ik toch gedwongen ernaar te kijken. Die Heilige Hostie leek gewoon wit vuur. In het midden was een kleine opening of diepte, anders kan ik het niet uitleggen. Dan was het ineens alsof die Heilige Hostie opensprong en ik zag daaruit een zwevende Gestalte komen, een Persoon, zo machtig, zo groots, vergeef mij, ik kan de grootheid en macht niet weergeven die uit deze Figuur kwam. Het was te geweldig, ik durfde haast niet te kijken. Toen ik naar die geweldige, grootse Figuur keek, kreeg ik ineens heel sterk in mij: dit is de Heer. Ik voelde mijzelf zo verschrikkelijk klein tegenover die onuitsprekelijke grootheid. Om het lichaam heen was een soort doek geslagen, over de schouder en dan verder schuin om het lichaam heen. Het gezicht straalde enorm. De voeten waren op elkaar geplaatst zoals je dat weleens ziet op het kruis. Op die voeten zag ik een litteken waaruit stralenbundels van licht kwamen. De handen waren een beetje omhoog gericht, de ene hand wat meer dan de andere. In die handen zag ik ook een soort litteken. Ook daaruit kwamen geweldige stralenbundels van licht. Ik zag één Persoon maar steeds moest ik denken: en toch zijn het er twee. Maar als ik keek zag ik er maar één. Dat ging maar steeds zo in mijn gedachten: en toch zijn het er twee. Dan kwam plotseling vanuit hun midden een onnoemelijk licht en ik zag daarin, vanuit hun midden – anders zou ik het niet kunnen noemen – een Duif komen, die pijlsnel naar beneden ging, naar de wereldbol. Voor die Duif uit ging een onnoemelijk licht en achter hem aan een geweldige stralenbundel. Dat licht was zo enorm dat ik er weer niet in kon kijken en de handen voor de ogen sloeg. Mijn ogen deden er pijn van. Maar weer werd ik gedwongen om te kijken. Wat een glorie en een macht straalde uit dat geheel: die zwevende Gestalte, majestueus, machtig, groots, en dan dat licht met die nu overstraalde wereld. Dan hoorde ik zeggen: “Wie Mij eet en drinkt, neemt zich het eeuwige leven en ontvangt de ware Geest.”(31-05-1959)


Vrede “En dan spreek Ik voor je leidsman. Zeg hem dat hij weet te handelen. Ik zal meehelpen en gij zult alleen doen wat Ik zeg. Ik immers wil de Vrouwe van alle Volkeren zijn, die mede de wereld wil helpen in deze tijd. Niemand weet waarheen. Welaan dan, ga terug tot het eenvoudige geloof en de wereld zal weer vrede krijgen.” Nu gaat de Vrouwe weg, heel langzaam en ik hoor haar weer zeggen: “Deze tijd is onze tijd.”(15-04-1951)


De wereld in verwording En nu laat de Vrouwe mij de wereld zien en het is alsof over de hele aardbol slangen rondkruipen. Dan zegt Zij: “De mensen beseffen nog steeds niet hoe erg het is gesteld in de wereld. Omdat de mensen zo vervlakken, kunnen zij niet voelen hoeveel schade dat brengt aan het geloof.” Daarna kijkt de Vrouwe lange tijd voor zich heen alsof Zij heel in de verte tuurt. Dan zegt Zij: “Kind, het is dezelfde tijd als voordat de Zoon kwam. Daarom kan Ik niet genoeg aandringen dat de mensen, dat Rome, dat allen meehelpen te strijden voor de zaak van de Zoon. Ik weet wel, er is opleving hier en daar, maar lang niet dat wat het zijn moet om de wereld te kunnen redden. En de wereld moet gered worden van verwording, rampen en oorlog. Zend dit gebed met beeltenis naar die landen waar het geloof afgenomen is.”(15-04-1951)


Vertrouw toch “En gij, kind, Ik leg in uw schoot de mensenkinderen van heel de wereld. Zie mij aan en vertrouw toch.” Dan ziet de Vrouwe mij lange tijd aan en terwijl ik haar langzaam zie verdwijnen, zegt Zij: “Deze tijd is onze tijd.”(01-04-1951)


Het eenvoudige geloof “Gij, kind, zult moeten meewerken zonder angst en vrees. Geestelijk en lichamelijk zult gij lijden. Later zullen zij zien wat mijn bedoeling is geweest. Ik zal je aanwijzingen geven voor de verspreiding. Ik heb je vandaag hier gebracht in alle stilte en rust, opdat gij mijn boodschap goed zoudt kunnen overbrengen. Zeg dat dit haast heeft. De wereld is zo in verwording, zo materialistisch, dat het hoog tijd wordt om het eenvoudige geloof weer onder de mensen te brengen. En dat is alleen wat zij nodig hebben: het Kruis met de Mensenzoon. Gij, ouderen van deze wereld, leert uw kinderen toch terug te gaan tot het Kruis. Ik zal ze helpen als de Vrouwe van alle Volkeren.”(01-04-1951)


Begint en aanschouwt het wonder “En nu spreek Ik tot degenen die een wonder willen. Welaan dan, Ik zeg hun: ga met een groot vuur vol ijver beginnen aan dit verlossings- en vredeswerk en gij zult het wonder aanschouwen. Dit is mijn boodschap voor vandaag omdat de tijd dringt. Er moet een grote actie komen voor de Zoon en het Kruis en de Voorspreekster en Brengster van rust en vrede, de Vrouwe van alle Volkeren.”(01-04-1951)


Snelle verspreiding van het gebed “Nu spreek Ik in het bijzonder tot jou, kind: zorg voor de snelle verspreiding.”Ik zeg tegen de Vrouwe: “Hoe ben ik daartoe in staat? Ik heb zo’n angst daarvoor.” Dan zegt de Vrouwe:“Hebt gij angst? Ik help toch! Gij zult merken, de verspreiding gaat als vanzelf. Gij zijt op de goede weg.Dit zal en moet gebeuren; de mensen die dit gebed aannemen, zullen de belofte maken dit iedere dag te bidden. Gij kunt niet bepalen de grote waarde die dit zal hebben. Gij weet niet wat de toekomst brengt.”(15-04-1951)


Onderlinge eenheid “Weest apostelen onder elkander. Gij zijt toch allen één. Ieder op zich moet een apostel zijn. Weest het onderling eens met elkaar. Hoe kan de Gemeenschap, de Kerk, groot zijn en één zijn als gij onderling verdeeld zijt? Weest gewaarschuwd en probeert eerlijk te zijn en goed tegenover elkander. Neen, de Vrouwe maakt geen verwijt maar komt als een goede Moeder de apostelen van de Kerk waarschuwen voor de valse profeten, voor de verkeerde geest. Bidt gij toch allen dit gebed dat Ik gegeven heb. De Vrouwe van alle Volkeren is speciaal in deze tijd gestuurd om het geestelijk verval, verwording, te verslaan. Die in geestelijke nood zijn, komt tot de Vrouwe van alle Volkeren en Zij helpt.(05-10-1952)


Priesters en religieuzen “Nu ga Ik spreken tot alle priesters en religieuzen. Gij allen zijt apostelen en dienstmaagden van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, zie ik een menigte van priesters en religieuzen voor haar staan. Plotseling veranderen haar houding, haar stem en haar gestalte, die anders zo prachtig en verheven is. Het is alsof de Vrouwe daar nu staat als een moeder, een gewone moeder die tot haar kinderen spreekt. Zij zegt: “En nu gaat de Vrouwe u niets verwijten. Zij weet dat Zij mensen voor zich heeft. Gij hebt het zwaar in deze tijd, maar handelt toch in de geest van uw Heer en Meester, Jezus Christus. Hij is voorgegaan als God, als Mens.”(05-10-1952)


Lege handen Nu zeg ik in mijzelf tegen de Vrouwe dat ik niets heb aan te bieden. Ik begrijp niet waarom Zij mij daarvoor neemt. Dan zegt de Vrouwe:“Je zegt tegen mij dat je alleen lege handen hebt aan te bieden.De Vrouwe vraagt alleen van je deze boodschappen over te brengen aan diegenen, die ze nodig hebben. De Vrouwe doet de rest. Wees getrouw, help de mensen die in nood verkeren en dan bedoel Ik: geestelijke noden. Gij kunt helpen door dit gebed te zeggen. Meer wordt niet verlangd.Zeg je leidsman dat hij toch berust, dat alles zo goed is. De Vrouwe zal ook hem helpen.”05-10-1952)


Aan de Moeder toevertrouwd Nu gaat de Vrouwe voor het kruis weg en krijg ik weer hevige pijnen. Daarna komt de Vrouwe weer voor het kruis staan en krijg ik een groot verdriet bij het zien van haar lijden. Ik zie een hel licht komen vanaf het kruis. De Vrouwe zegt: “De mensen zijn aan de Moeder toevertrouwd. De Zoon zei immers: ‘Vrouw, zie daar uw zoon; zoon, zie daar uw Moeder’, dus Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Zeg dit uw theologen. Zeg dat Ik wil zijn en zal zijn de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.”(15-08-1951)


Het dogma van Maria Tenhemelopneming Ik zie de Vrouwe. Zij zegt: “Ik kom vandaag als de Vrouwe van alle Volkeren.” Dan wijst de Vrouwe om zich heen. Zij kijkt mij aan en zegt: “Ik heb met mijn voet de slang verpletterd. Ik ben verenigd geworden met de Zoon, zoals Ik altijd verenigd was met Hem. Dit, het dogma,37 is voorafgegaan in de kerkgeschiedenis. Als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster sta Ik nu in deze tijd, in onze tijd. Het dogma der Opneming moest voorafgaan. Het laatste en grootste dogma komt hierna. Het offer staat en zal staan midden in de wereld, in deze tijd.”(15-08-1951)


Een nieuw dogma “Deze beeltenis zal voorafgaan …” Hier wacht de Vrouwe even en dan herhaalt Zij met veel nadruk: “zal voorafgaan – aan een dogma, een nieuw dogma. Nu leg Ik je het uit, luister goed. De Zoon kwam in deze wereld als de Verlosser van de mensen en het verlossingswerk was het kruis met al zijn lijden, geestelijk en lichamelijk.” Dan gaat de Vrouwe weg van het kruis en sta ik weer voor dat grote kruis. Ik krijg weer die ontzettende pijnen, in een heviger mate dan voorheen. Dat duurt lange tijd voor mij en dan komt de Vrouwe als in een waas voor het kruis staan. Ik zie haar ineenkrimpen en dan begint Zij te wenen. Zo’n onbeschrijfelijk leed staat er op haar gezicht en de tranen lopen over haar wangen. Dan zegt de Vrouwe: “Kind.” En nu is het of Zij dat leed over mij brengt. Ik krijg eerst een geestelijke matheid over mij, heel erg voel ik dat. En ik krijg dezelfde pijnen als voorheen, doch niet zo zwaar als de eerste maal. Ineens is het alsof ik in elkaar zak en ik zeg tegen de Vrouwe: “Ik kan niet meer.” Het duurt nog even en dan is alles over.(15-04-1951)


Het laatste mariale dogma De Vrouwe vervolgt: “Nu ga Ik je weer uitleggen, luister goed. Probeer te begrijpen wat deze boodschap inhoudt. Ik sta voor het kruis, met hoofd, handen en voeten als van de mens. Mijn lichaam als van de Geest. Waarom sta Ik zo? Mijn lichaam is opgenomen gelijk de Zoon. Nu sta Ik offerend voor het kruis. Ik immers heb met mijn Zoon geestelijk en vooral ook lichamelijk geleden. Dit zal een veel omstreden dogma worden.” Ik zeg dat ik angstig ben over deze boodschap. De Vrouwe zegt dan: “Kind, breng dit over en zeg: daarmee zijn de mariale dogma’s afgesloten.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, maakt Zij een soort kring of cirkel, die Zij als het ware dichtsluit met een slot. “Gij hebt niets anders te doen dan dit over te brengen. Ik heb gezegd: theologie moet wijken voor de zaken van mijn Zoon. Daarmee wil Ik zeggen: theologen, de Zoon zoekt immer het kleine en eenvoudige voor zijn zaak. Gelooft gij aan dat kleine eenvoudige, zoals gij ook anderen voorhoudt? Eenvoudig geloven. Wij hebben geen tijd om lang te wachten. Deze tijd is onze tijd.”(01-04-1951)


Alle volkeren Ik zie een hel licht en hoor een stem die zegt: “Kind, de vorige maal kwam Ik alleen om te laten weten dat Ik het was.” En nu zie ik ineens uit dat helle licht de Vrouwe komen. Zij zegt tegen mij: “Nu sta Ik hier om je verder uitleg te geven. Kijk goed en luister goed wat Ik te zeggen heb. Ik sta hier en wil zijn: de Vrouwe van alle Volkeren, niet van een speciaal volk, maar van alle.” Daarbij spreidt de Vrouwe haar handen uit en zie ik heel veel verschillende mensen, zelfs soorten mensen waarvan ik niet eens wist dat zij bestonden.(01-04-1951)


Valse profeten “Rome moet zijn taak kennen in deze tijd. Weet Rome wel welke vijand loert en als een slang tussen de wereld kruipt? En dan spreek Ik niet alleen over het communisme; er komen nog andere profeten, valse profeten. Daarom zullen toch die middelen gebruikt moeten worden. Ik sta als de Vrouwe voor het kruis, als de Moeder voor mijn Zoon, die door de Vader in mij gekomen is. En daarom sta Ik voor mijn Zoon, als de Voorspreekster en Brengster van deze boodschap in deze moderne wereld.”(28-03-1951)


Heb geen angst Daarna zegt de Vrouwe: “Ik ga weg van het kruis en zet mij daarnaast.” Nu gaat Zij opzij staan en het is alsof ik voor dat grote kruis geplaatst word. Weer krijg ik die ontzettende pijnen. Dat duurt een tijdje. Dan komt de Vrouwe weer voor het kruis staan en zegt vervolgens: “Gij zult toch doen wat Ik zeg, kind. Ik zal jou en de anderen bijstaan. Ik wil dat het verspreid wordt in vele talen. Daar zal Ik ze mee helpen. Wees toch niet zo angstig. Waarvoor angst te hebben voor de zaken van de Zoon? Verspreid dit toch. Anders gaat de wereld in verwording. Anders vernietigt de wereld zichzelf. Anders zullen steeds oorlogen komen en zal vernietiging blijven.”(28-03-1951)


Gevaar voor Rome Dan is het alsof ik ineens Rome voor mij zie. Ik hoor de Vrouwe zeggen, terwijl Zij afkeurend met de vinger heen en weer gaat: “Kent gij uw wetten?” Dan zegt de Vrouwe weer tegen mij: “Zeg vervolgens tegen uw leidsman geen angst te hebben. Hij zal mij begrijpen. Ik toch ben het die hem uitgezocht heb en jou om het over te brengen. Dit is vandaag mijn speciale boodschap opdat gehandeld wordt. Ik heb je reeds eerder gezegd: dat kruis moet weer in de wereld gebracht, in deze jaren 51 – 53. Gij weet niet wat in de toekomst verscholen ligt. Gij beseft niet het grote gevaar voor Rome. Rome denkt nog steeds dat het sterk staat, maar het weet niet hoe het ondermijnd wordt. Weet gij wel hoe vlug gehandeld moet worden? Weet gij wel dat theologie moet wijken voor de zaak van mijn Zoon?”(28-03-1951)


Tijdperk van verval “Zeg verder tegen je leidsman, dat de voorzichtigheid goed is. Maar de Zoon zendt mij bij je om dit door te voeren wat zijn wil is. Wees niet bevreesd, kind. Ik sta als de Vrouwe voor het kruis en zo wil Ik teruggebracht worden in de wereld. En gij, kind, bent het werktuig, alleen het werktuig. Ik heb je reeds eerder laten zien: ‘51-53’. Weet gij, kind, wat voor een tijdperk dit is? Dit tijdperk heeft de wereld in de eeuwen nog niet doorgemaakt, zo’n verval van geloof; en daarom wil Ik dat dit doorgevoerd wordt, vlug en zonder vrees. Zeg dit je leidsman, dat in deze moderne tijd, in deze moderne wereld, die zo vlug en snel in het materiële weet te handelen, ook in het geestelijke snel, vlug en modern gehandeld moet worden.”(28-03-1951)


De nieuwe kerk “Deze beeltenis zal gaan naar Nederland, naar Amsterdam en wel in 53. Zij zal komen in de nieuwe kerk, de kerk van de Vrouwe van alle Volkeren. Zij wordt gesteld onder de zorg van de Dominicanen en zal voorlopig gebracht worden in een kapel of kerk, waarover de geestelijken en geefster zelf mogen beslissen. De nieuwe kerk echter moet zo vlug mogelijk gebouwd.” Nu laat de Vrouwe mij plotseling een kerk van binnen zien. “Deze beeltenis zal komen op het altaar, dat aan de evangeliezijde is gebouwd. Aan de andere zijde, epistelzijde, zal het altaar komen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Ik zie dan aan de evangelie- en epistelzijde een voorstelling in beeldhouwwerk, maar heel vaag, als het ware nog gesluierd. Dan zie ik ineens een grasveld met bomen voor mij. De Vrouwe zegt: “Waar nu nog gras is, zal vlug de Vrouwe van alle Volkeren komen. Zeg uw bisschop dat het de wens is van de Vrouwe van alle Volkeren dat deze kerk daar komt. De Dominicaner paters zullen de zorg hebben voor de verspreiding en voor deze beeltenis.” Terwijl de Vrouwe langzaam weggaat, zegt Zij: “Ik zal grote gunsten verlenen onder deze titel.”(08-12-1952)


Het gebed nogmaals “Kijk nogmaals goed hoe Ik eruit zie.”Nu is het of de Vrouwe dichterbij komt staan en mij alles weer duidelijk laat zien. Dan zegt Zij:“Zo zal het verspreid moeten worden. Aan de tekst van het voorgesproken gebed mag niets veranderd worden.”Weer bidt de Vrouwe het gebed op dezelfde prachtige wijze en met die hemelse uitdrukking voor:“Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren,opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn. Amen.” Terwijl de Vrouwe het gebed voorspreekt, laat Zij het mij in drukletters lezen. Dan zie ik dat het woordje ‘nu’ van ‘zend nu Uw Geest’ en het woordje ‘alle’ van ‘de Vrouwe van alle Volkeren’ onderstreept zijn. Dan zegt de Vrouwe:“‘Die eens Maria was’, dat blijft zo.”(28-03-1951)


Verspreiding van gebed en beeltenis “Gij zult deze beeltenis laten maken en dat gebed dat Ik voorgesproken heb, daarmede verspreiden. Dat is mijn wens voor vandaag en Ik wil dat dit gedaan wordt in vele talen. Dat is het antwoord voor uw leidsman. Kind, nogmaals dring Ik erop aan dat dit doorgevoerd wordt. Het is van groot belang dat gij, mensenkind, u niet door anderen daarvan laat afhouden. En gij zelf zult toch sterk zijn en doorzetten.” Nu vraag ik aan de Vrouwe: “Ik voel mij toch zo zwak daarin. Zullen zij het dan geloven?” Dan antwoordt de Vrouwe:|“Ik vraag alleen van je dat je dit zal doen wat Ik je zeg. Meer wordt er niet verlangd. Alleen wens Ik dat dit zal gebeuren. Gij, mensenkind, kunt toch niet bepalen wat voor een grote waarde dit kan hebben. Zeg dat ook tegen je leidsman. Ik wil immers de Vrouwe van alle Volkeren zijn in deze tijd. En daarom verlang Ik dat dit gebed met beeltenis in alle meest voorkomende talen omgezet wordt en iedere dag gebeden. Vrees niets.”(04-03-1951)


Een nieuwe ramp Dan zie ik plotseling dat de Vrouwe opzij is gaan staan. Ik krijg nu een heel naar beeld te zien. Van de andere kant komen als het ware demonen op mij af, figuren die door elkaar dwarrelen, met horens op de koppen, rare poten en afschuwelijke gezichten. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Ik voorspel u een grote, nieuwe ramp op de wereld.” Dit zegt de Vrouwe zeer bedroefd en waarschuwend. Dan zegt Zij: “Als de mensen maar willen luisteren …” En Zij schudt maar steeds met het hoofd ‘nee’. Dan zie ik een korte periode en ik hoor: “Ogenschijnlijk gaat het een korte tijd goed.” Daarna zie ik de wereldbol en de Vrouwe wijst daarnaar. Ik zie felle lichten en stralen en het is alsof die bol aan alle kanten uit elkaar spat. Dan wijst de Vrouwe naar de lucht. Zij staat rechts van mij, dus in het westen en Zij wijst naar het oosten. Ik zie allemaal sterren aan de lucht en de Vrouwe zegt: “Daar komt het vandaan.”(09-06-1946)


De beeltenis van de Vrouwe maria 001Dan is het of de Vrouwe heel duidelijk voor mij komt staan en Zij zegt: “Zie naar mijn beeltenis en bekijk die goed.” En Zij maakt een gebaar alsof Zij wil zeggen: voel maar. Ik mag werkelijk de omlijning van haar gestalte voelen, maar ik voel die omlijning als iets geestelijks. Haar haren zijn dik en golvend tot op haar schouders. Het is of Zij even een mens is, maar toch weer niet. Ik zie nu dat haar hoofddoek van een soort linnen is, wit maar niet spierwit. Het is of Zij die doek naar achteren heeft teruggeslagen om haar gezicht te laten zien. De Vrouwe zegt: “Zo, prent dit goed in je geheugen. Ik sta op de aardbol en mijn twee voeten staan daar vast op gedrukt. Mijn handen zie je ook duidelijk en mijn gezicht, haren en hoofddoek. Dat andere is als in een waas.” Het is of ik om haar heen even een waas zie. “Kijk goed wat op de hoogte van mijn schouders aan weerskanten en boven mijn hoofd uitsteekt.” Met verbazing merk ik dat het een kruis is en ik zeg tegen de Vrouwe: “Dat is een kruis, ik zie de zijbalken en hoofdbalk uitsteken.” De Vrouwe glimlacht en zegt: “Zo, heb je goed gezien? Ik heb je mijn hoofd, handen en voeten laten zien als van de mens. Let goed, als van de Mensenzoon. Dat overige is de Geest.”(04-03-1951)


Jeanne d’Arc Daarna zie ik ineens iemand te paard zitten met een harnas aan. Als ik vraag wie dat is, krijg ik ten antwoord:“Jeanne d’Arc.”Achter haar zie ik plotseling een grote kathedraal oprijzen. Ik vraag wat dat voor een kerk is en ik hoor in mij: “Dat is de kathedraal van Reims.” Ik zie dan een stoet aankomen die in de richting van die kerk gaat. Het is een stoet uit vroeger tijden met iemand op een paard. Hij draagt een schild en een zwaard; om hem heen zijn allemaal schildknapen. Ik hoor: “Bourbon.” Ik krijg het gevoel: dat is voor later.(03-01-1946)


De leer is goed Daar staat de Vrouwe weer. Zij kijkt mij glimlachend aan en blijft zo lange tijd staan. Dan begint de Vrouwe te spreken en Zij zegt: “Kind, kijk goed en luister wat Ik je vandaag kom zeggen. Ik breng geen nieuwe leer. De leer is goed, doch de wetten kunnen veranderd worden.” Nu wijst de Vrouwe op de aardbol; ineens zie ik Rome voor mij liggen en ik zie een paus.40 Dan zegt de Vrouwe: “Zeg tegen de paus dat hij op de goede weg is. Dit moet je mededelen omdat er anders gedacht wordt. De Geest der rechtvaardigheid en waarheid zal immer regeren over de wereld. Nogmaals zeg Ik: deze paus is op de goede weg. Nogmaals zeg Ik: deze tijd is onze tijd. Ik geef je nu een uitleg van mijn komst. Nogmaals zeg Ik: Ik kom geen nieuwe leer brengen, de leer is er reeds. Ik kom een andere boodschap brengen. Breng deze goed over.”(31-12-1951)


Kijk naar het kruis Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Kom”, en Zij wijst naar mijn hand. Het is of daar een kruis in gelegd wordt. De Vrouwe wijst nu wat ik moet doen. Ik ga met die hand, met het kruis erin, boven de aarde rond en ik moet het kruis laten zien. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Ja, kijk naar dat kruis.” Ik doe dit en terwijl ik kijk, gaat dat kruis uit mijn hand en maak ik een vuist. Ook daarnaar moet ik kijken. Dan zegt de Vrouwe: “Kijk nu weer naar het kruis”, en het kruis ligt weer in mijn hand. De Vrouwe gaat waarschuwend met haar vinger heen en weer en zegt: “Dat kruis willen ze veranderen in andere kruisen.” Ik zie nu verschillende dingen voor mijn ogen draaien, communisme en een nieuw soort stroming die er zal komen, een combinatie van hakenkruis en communisme.(03-01-1946)


Strijd in Engeland en Europa Ik hoor die stem zeggen: “Engeland, pas op.” Dan zie ik Engeland en in Engeland een grote kerk. Ik krijg in me: Westminster Abbey. Dan zie ik een bisschop; hij is niet van onze Kerk. Ik krijg in mij: dat is een bisschop van Engeland. Daarna zie ik de paus voor mij zitten; hij kijkt zeer ernstig. Daarna zie ik weer die bisschop, dat heeft met Engeland te maken. De Vrouwe wijst mij op Engeland en dan zie ik boven het hoofd van die bisschop het woord ‘Strijd’ staan. Ik word zo vreemd, het is of alles van binnen in mij verandert, ik kan niet verklaren hoe. Ik kijk ineens links omhoog en zie de Vrouwe weer staan. Zij is geheel in het wit en staat enigszins in de hoogte. Zij wijst mij ergens heen. Ik kijk en zie Engeland weer voor mij liggen. De Vrouwe zegt tegen mij: “Strijd zal er komen over geheel Europa en daarbuiten.” Ik krijg een zwaar verlammend gevoel en een grote geestelijke vermoeidheid over mij. De Vrouwe zegt: “Het is een zware geestelijke strijd.”(03-01-1946)


Italië. De paus Daarna zie ik Italië. Met haar vinger waarschuwend opgeheven zegt de Vrouwe: “Italië, gij hebt uw kruisen gehad. Blijf paraat! Rome, denk om uw arm volk. En nu spreek Ik nogmaals tot de paus en zeg: gij zijt de vechter, gij zijt de redder voor deze wereld. Gij zult opgenomen worden bij de Onzen. Deze paus zal vereerd worden door de volkeren van heel de wereld. Nu spreek Ik tot heel de wereld als Ik zeg: volkeren, wie of wat gij ook zijt, gaat tot uw Schepper met al uw noden. Leert Hem te vinden, waar gij ook zijt. Vraagt aan de Vrouwe van alle Volkeren dat Zij uw Voorspreekster zij.”(15-11-1951) Frankrijk Nu zie ik dat de Vrouwe wijst op Frankrijk en Zij zegt: “Frankrijk, gij zult en bent vernietigd geworden in uw geloof.” Dan zie ik een rode gloed over Frankrijk gaan. De Vrouwe zegt verder:“Frankrijk, gij zult – en nu spreek Ik tot de groten – uw land redden, alleen redden door het volk terug te brengen naar het kruis en votre Dame. Uw volk moet teruggebracht worden tot de Vrouwe van alle Volkeren.”(15-11-1951)


Nederland Nu zie ik Nederland. Terwijl de Vrouwe waarschuwend met de vinger heen en weer gaat, zegt zij: “En nu spreek Ik tot je eigen land en zeg Ik: Nederland, pas op! Ook uw volk, Nederland, gaat de verkeerde weg op.” Het is dan of ik allerlei dwarswegen en kronkelwegen zie lopen. De mensen die erop gaan, zie ik er weer vanaf rollen.(15-11-1951) Duitsland Daarna zie ik Duitsland voor mij liggen. De Vrouwe zegt:“Kijk waar Ik mijn ene voet op heb gezet, dit is op Duitsland en de andere op Nederland. En dan zeg Ik: arm volk van Duitsland, hebt gij nog niet genoeg geleerd? Laat u niet misleiden door mooie woorden. Christenmensen van Duitsland, keert terug tot het kruis en bidt tot de Vrouwe van alle Volkeren dat Zij Duitsland zal helpen.” De Vrouwe kijkt nu voor zich uit alsof Zij heel diep de wereld in staart. Dan zegt Zij: “Dit moet een grote actie worden.”(15-11-1951)


Engeland. Amerika Dan zie ik Engeland voor mij liggen. De Vrouwe zegt: “Ik spreek nu tot Engeland als Ik zeg: Ik kom terug.” Dit laatste zegt de Vrouwe heel krachtig, alsof Zij zeggen wil: niemand houdt mij tegen. En het is alsof Zij werkelijk op Engeland stapt. “Gij, Engeland, zult getroffen worden in uw dominions.” Ik zie verschillende landen liggen; er is opschudding onder de, veelal zwarte, mensen. “Gij, Engeland, zult niet verder kunnen dan alleen door de steun van anderen. Katholieken van Engeland, kent uw taak en werkt voor de Kerk van Rome. Brengt de Vrouwe van alle Volkeren in Engeland.” Dan wijst de Vrouwe op Amerika en zegt vertoornd: “Amerika, waar blijft gij? Durft gij door te zetten? Dit vraagt de Vrouwe van alle Volkeren aan u.”(15-11-1951)


De beeltenis zal voorafgaan “Deze beeltenis zal voorafgaan, nogmaals: zal voorafgaan. Breng deze beeltenis in de wereld. En  Ik niet alleen voor je eigen land, maar over heel de wereld. Deze wereld is in verwording. De wereld krijgt ramp op ramp. De wereld gaat en is economisch en materialistisch stuk. Oorlogen zullen blijven zolang er geen hulp komt van de ware Geest. Breng de mensen terug tot het kruis.”(15-11-1951)


Medeverlosseres door de wil van de Vader Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt: “Zeg aan de wereld dat Ik wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Laat de wereld bidden tot de Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, dat Hij de Heilige Geest zende, opdat de ware Geest zal wonen in de harten van alle volkeren. Vraag dat de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, de Voorspreekster moge zijn. De Vrouwe van alle Volkeren staat hier voor het kruis van haar Zoon. Haar voeten staan midden op de wereld; rondom de kudde van Jezus Christus. Ik kom als de Medeverlosseres, Middelares in deze tijd. Medeverlosseres was Ik reeds bij de Boodschap.” Nu vraag ik aan de Vrouwe wat dit betekent. Zij antwoordt: “Dit betekent: de Moeder werd Medeverlosseres gemaakt door de wil van de Vader. Zeg dit uw theologen.Zeg verder dat dit het laatste dogma zal zijn in de mariale geschiedenis.”(15-11-1951)


De hemel “Volkeren, luistert toch naar alles wat Ik gezegd heb. Heus, het is de moeite waard om de wereld te verlaten.” Het was of de Vrouwe dit tweeledig bedoelde. “Gij moet toch allen komen in de hemel!” Dit laatste zei de Vrouwe heel duidelijk en uitdrukkelijk. Het was alsof Zij een sluier wegtrok en ik kreeg een heel bijzondere toestand over mij, een hemelse, bovennatuurlijke toestand. Zo iets geweldigs zag ik, het is niet na te vertellen. Het was of de hemel openging, het was zo mooi. “De Heer heeft u allen verlost. Gij die afgedwaald zijt, keert terug. De Vrouwe wacht u.” Hierbij maakte de Vrouwe met haar handen een uitnodigende beweging, als om de mensen op te vangen. “Zij zal u helpen. Zij zal u terugbrengen.”(31-05-1957)


Rusland, China, Amerika, Europa “In Rusland zal een grote ommekeer komen.” Nu wacht de Vrouwe even en dan zegt Zij heel duidelijk en langzaam: “Na veel strijd.” “China zal zich wenden tot de Moederkerk.” Weer wacht de Vrouwe, dan zegt Zij heel langzaam: “Na veel strijd.” “Amerika, denk om uw geloof. Breng geen verkeerde geest en verwarring onder uw mensen en daarbuiten. De Vrouwe van alle Volkeren waarschuwt Amerika te blijven wat het was. Europa, gij zult vrede zoeken onder elkander. Help diegenen die in nood zijn, in geestelijke nood. Maak u gereed voor de strijd, de geestelijke strijd. De Vrouwe van alle Volkeren wil gebracht worden onder allen, wie of wat zij zijn. Daarom heeft Zij deze titel gekregen van haar Heer en Meester.”(31-12-1951)


Bidden Dan is het alsof de Vrouwe een hele schare mensen naar een zeker punt brengt. Terwijl ik ernaar kijk, zie ik de Vrouwe die mensen naar een altaar duwen waarop een groot kruis staat. Dan zegt Zij: “Dat is het werk van de groten der aarde, maar …” En dan gaat de Vrouwe met haar vinger heen en weer en schudt steeds met het hoofd van ‘nee’. “Daarom moeten zij allen meewerken. Geef dat toch door!”, zegt de Vrouwe. “Zij moeten nog meer bidden. Bidt voor de verwording. De hele wereld zal zichzelf vernietigen als zij dit niet doen. Daarom liet Ik je dit zien.” En nu is de Vrouwe ineens weg.(19-11-1949)


Italië en Duitsland Daar is de Vrouwe weer. Zij laat mij Italië zien en zegt: “Daar moet van hogerhand gewerkt worden. Woorden alleen geven niets. Daden!” Dan is het alsof ik de St. Pieter zie wankelen. De Vrouwe zegt: “In Italië moet beter gewerkt worden tegen het communisme. Waarschuw toch voor Duitsland en Italië. Het is nog te redden. Ik zeg het hier, dat je het overbrengt, dat zij werken tegen de verwording van Duitsland. De mensen zijn goed, doch zij worden door de omstandigheden verkeerd geleid. Wij moeten daar het kruis weer brengen en het middenin planten. Ze moeten beginnen bij de jeugd het geloof weer op te wekken en het geloof er weer inbrengen. Als in Italië niet hard gewerkt wordt, dan zal het ten onder gaan. De minsten der mijnen moeten opgewekt worden.”(19-11-1949)


De Donaulanden Nu ga ik als het ware met de Vrouwe de Donau af. Zij wijst om zich heen en zegt: “Hier moet gewerkt worden, daar moet gewerkt worden.” En Zij wijst van links naar rechts. “Het moet terug tot God. Het volk is er rijp voor. De hoofdleiders willen echter niet.” En dan is de Vrouwe ineens weg.(01-10-1949)


Rusland Dan zegt de Vrouwe: “Kom mee naar Rusland.” Ik zie nu Rusland. De Vrouwe neemt mij mee naar glazen gebouwen, ook ondergronds, waar allerlei mensen werken. Het lijken mij Duitsers, Fransen en Polen, maar ook anderen; ik hoor ze verschillende talen spreken. Het lijkt me heel ver Rusland in, ergens in de grote, onbewoonde vlakten boven in Rusland. De Vrouwe zegt: “Chemische stoffen zijn zij daar aan het maken. Amerika, wees gewaarschuwd! Grijp toch in, grijp toch in! Het gaat hier niet alleen om mensenlevens, doch om hogere machten. Breng toch weer het geloof in de wereld. Maar de gelovigen …” en de Vrouwe schudt het hoofd. “Leef er toch naar: Naastenliefde. Liefde toch is het eerste gebod. Daarna komt Rechtvaardigheid.”(01-10-1949)


Strijd op de Balkan. Engeland Daarna zie ik ineens de Balkan. Er is strijd; ze vechten weer. De Vrouwe zegt: “Kind, er zal een zware strijd komen. Wij zijn deze strijd nog niet uit. Rampen van economische aard zullen komen. Het Empire van Engeland wankelt.” Ik zie nu de kroon van Engeland met een touw eraan; er wordt aan alle kanten aan die kroon getrokken om hem boven dat land in evenwicht te houden. Daarna zie ik de paus en een patriarch.(01-10-1949)


Christus vervolgd Ik zie de Vrouwe. Zij zegt: “Mijn kind, Ik help je. Heb vertrouwen, ook in zware ogenblikken.” Zij legt een kruis in mijn hand; het is zo zwaar. De Vrouwe zegt: “Kind, het kruis zal je ronddragen.” Nu zie ik voor mij geschreven staan: ‘1950’ en dan: ‘1951-1953’. Dan zie ik de St. Pieter voor mij. Druppels vallen erop: tranen of regen. Dan zegt de Vrouwe: “Waarschuw toch dat het zo niet goed gaat. Mijn Zoon wordt weer vervolgd. Neem het kruis en plant het toch middenin. Dan zal er pas vrede zijn.”(01-10-1949)


Verdeelde wereld Daarna zie ik Europa voor mij liggen en Amerika ernaast. Het is alsof ik een greep doe midden in Noord- Amerika en dit dan uitstrooi over Europa heen. Ik weet niet wat het is. Dan zie ik in de verte allemaal oosterse volkeren. “Die zal hij wakker roepen”, zegt de Vrouwe. Ik zie dit heel in de verte. Dan verschijnt er een doodskop en ik hoor de Vrouwe zeggen: “Er komt een grote ramp. Daar zullen ze van ophoren. De oostzeeën zitten vol; dat zie je niet.” Ik moet nu een lijn trekken van noord naar west, schuin naar beneden. Ik weet niet wat dit betekent. Dan zegt de Vrouwe: “Ze zoeken naar vrede, maar hij is niet te vinden.” En nu gaat de Vrouwe weg.(07-05-1949)


De Kerk ingesloten En nu zie ik ineens weer de St. Pieter, daarnaast de Engelse, dan de Armeense en dan de Russische Kerk; dat wordt mij weer ingegeven. Om dat alles heen komt een lijn. Ik zie dan de paus aan het hoofd zitten en de twee uiteinden van die lijn vasthouden. Daar achter, achter de paus en die kerken, hoor ik heel vaag het woord: “Atheïsten.” Die maken om dat alles heen een halve cirkel. Dan komt er een nieuwe boog omheen. De Kerk wordt als het ware ingesloten. Ik hoor de Vrouwe heel bedroefd en nadrukkelijk zeggen: “Wij redden het zo niet.” Daarna zie ik een ezel met vluchtende mensen. Op de ezel zit een vrouw met een kindje. Beiden zijn lichtende gestalten. Het is een oosters tafereel.(07-05-1949)


Natuurkrachten Plotseling kom ik boven de aarde te staan, de wereldbol ligt beneden ons. Ik zie nu iets heel eigenaardigs, iets wat wij niet kennen, namelijk een vlak in het midden, heel blauw en van een oneindige diepte. Daaromheen komen ringen, cirkels van prachtige kleuren, die in elkaar overvloeien. Het zijn kleuren die wij niet kennen. Terwijl ik daar zweef in het luchtruim, word ik plotseling als door een magneet naar beneden getrokken. De Vrouwe zegt: “Het zijn natuurkrachten, daar zult ge van horen.” Het lijkt me dat dit voor later is. Wij gaan dan verder en komen boven die ringen of cirkels in een oneindig licht, een heel vreemd en typisch licht. Daarna komen wij boven een andere cirkel, die voor mij heel zwaar is; ik word gevoelloos in mijn handen en in mijn hele lichaam; het is net of ik zweef, of ik op en neer ga. Dan krijg ik een soort pijn, een vreselijke pijn. Wat dat daarmee te maken heeft, weet ik niet. Dit beeld gaat weg en nu zie ik de Vrouwe naar iets wijzen. Zij zegt: “Dat is de lichte cirkel.”(07-05-1949)


De geest die ze niet begrepen hebben Dan krijg ik een heel mooi beeld. We komen weer in die grot en ik zie dat als het ware alle vruchten en rijkdommen van de aarde in die grot worden gelegd. Nu trekt de Vrouwe een vrolijk gezicht en zegt tegen mij: “Wij gaan verdelen.” Maar dan wordt Zij ineens heel ernstig en zegt: “Zo is de geest geweest die ze niet begrepen hebben.” En onderwijl is het net alsof Zij uitdeelt. Nu laat de Vrouwe mij het lege kruis zien en legt het plat neer op de bodem van de grot.(07-05-1949)


Tweestrijd en verwording De Vrouwe zegt: “Dan komt er een grote tweestrijd in de wereld.” En ik zie twee machten tegenover elkaar staan. Ineens zie ik een veld met wuivend koren, heel langzaam gaat het heen en weer. Dan hoor ik de Vrouwe tot tweemaal toe zeggen: “Verwording.” Daarna zegt Zij: “Rusland zal alles met schijn doen. Er komt een hele omwenteling.” Nu zie ik de aarde en het is alsof het een slag om gaat. Dan zegt de Vrouwe: “De natuur verandert ook.” Ik hoor: “Christus is niet meer.” Ik ga zoekend rond en hoor: “Realisme, een geest van realisme.” Ik zie die geest als het ware ook.(07-05-1949)


Strijd Dan zie ik de St. Pieter. Ik zie de paus zitten met gebogen hoofd en rondom hem zijn lijfwacht. Ook dat wordt allemaal in die grot geplaatst. Dan schrijft de Vrouwe een grote P met een X erdoorheen. Dat legt Zij voor zijn voeten neer en daarvoor wordt het kruis geplaatst met de lange balk naar boven, dus omgekeerd. De Vrouwe zegt: “Waar zijn uw soldaten?” De paus zit met opgeheven vingers en boven zijn hoofd staat: ‘Strijd’. Ik zie steeds meer strijd. Dan zie ik ineens soldaten met hoge mutsen op achter de paus staan, zij steken twee vingers op.(07-05-1949)


De donkerte van de tijden Dan word ik voor een grote poort geplaatst. Deze wordt geopend en ik moet er binnengaan. Voor de poort staat iemand met een lang gewaad. Het doet mij akelig aan die stap te doen over die drempel. Plotseling zie ik dat het de Vrouwe is. Zij zegt: “Doe die stap.”We komen dan in een grote ruimte die cirkelvormig is. In die ruimte is een oneindige diepte en donkerte. De Vrouwe zegt: “Dat is een donkere vlek. Daar moet u heel diep in gaan. Dit is de diepte en donkerte van de tijden.”(07-05-1949)


Keert tot uzelf Dan zie ik de paus en om hem heen een versterkte lijfwacht. Er zijn ook anderen om hem heen; het lijken mij allemaal geestelijken: bisschoppen en kardinalen. Terwijl de Vrouwe op die geestelijken wijst, zegt Zij: “Voetangels en klemmen.” Nadat de Vrouwe dit gezegd heeft, kijkt Zij mij doordringend aan. Er hangen zware wolken boven de St. Pieter. De Vrouwe zegt dan tot al degenen die om de paus heen zitten: “Weest rechtvaardig en handelt volgens uw leer. Bedekt uw ogen met uw handen en keert tot uzelf.” Dan krijg ik als het ware weer een kruis in mijn hand en het doet pijn. Het is zo zwaar dat ik het haast niet vast kan houden. De Vrouwe zegt: “Houd het goed vast.” Het is alsof er grote stralen vanaf komen. Dan ineens is de Vrouwe weg en ook het licht.(28-03-1948)


Soldatenkerkhof Daarna wijst de Vrouwe en zie ik een soldatenkerkhof met onafzienbare rijen witte kruisen. Deze zie ik stuk voor stuk omvallen, ze vallen allemaal achterover. De Vrouwe wijst weer en ik zie nieuwe witte kruisen verschijnen; zo ver ik zien kan, verrijzen ze uit de grond. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Dit is de boodschap die Ik vandaag breng.”Ik zie haar daarna langzaam uit het licht weggaan. Ik voel dan een enorme leegte om mij heen en het is of alles somber is op aarde.(07-12-1947)


Rechtvaardigheid, naastenliefde, gerechtigheid Dan wijst Zij omhoog en zegt: “Lees.” Ik zie dan letters komen en ik lees: ‘Rechtvaardigheid’. Ik krijg daarna een ontzettende pijn in mijn hand; deze voelt loodzwaar. Daarna hoor ik de Vrouwe zeggen: “Kom, lees verder” en ik zie met grote letters staan: ‘Naastenliefde’. Daaroverheen zie ik allemaal druipende ijspegels komen. Dan hoor ik die stem zeggen: “Verder lezen!” Maar als ik wil lezen, kan ik niets lezen vanwege de vlammen die om de letters heen spelen. Even trekken die vlammen op en ik lees: ‘Gerechtigheid’.(07-12-1947)


De zware taak van de paus “Nu vraag Ik jou, kind, verder goed te luisteren. Zeg tegen allen die boven je staan en meewerken dat de tijd nu gaat aanbreken. Vrees niets, gij zult komen tot je Heilige Vader. Vrees niets, de Vrouwe van alle Volkeren geeft hem zijn teken. Zeg dan tegen de paus dat hij de vechter is, de baanbreker voor deze nieuwe tijd.” Het is alsof ik weer een zaal zie in het Vaticaan. Er zijn heel veel geestelijken bijeen, met allerlei papieren voor zich. Daarna zie ik ineens weer de Heilige Vader, alleen. Ook hij heeft veel papieren voor zich liggen. De Vrouwe zegt: “Zeg dan tegen de paus dat de Heer en de Vrouwe hem bijstaan in zijn moeilijke, zware taak; dat hij alles zal klaarmaken en uitvoeren – hij weet wat Ik bedoel – voor de komende tijden.” De Vrouwe zegt dit voor zich uit met een heel speciale intonatie van stem, alsof Zij in de toekomst spreekt. “Deze tijd is onze tijd. Een zware taak ligt op zijn schouders. Laat hij toch controleren of alles wordt doorgevoerd wat hij zegt en wil van de Gemeenschap, de Kerk. Zeg hem dat. Gij, kind, zult daar komen en niet aarzelen en vrezen dit alles te zeggen, dit alles wat de Vrouwe van alle Volkeren is komen zeggen. Zij toch immers is het die deze boodschappen bracht. Zij verlangt alleen dat je het werktuig zal zijn en haar gehoorzaamt.”(05-10-1952)


De Vrouwe bidt u “Ik heb zojuist gezegd: er zullen onrustbarende uitvindingen gedaan worden. God laat dit toe, maar gij, volkeren, gij kunt zorgen dat dit niet tot onheil komt. Gij, volkeren, Ik bid u … De Vrouwe bidt u, hoort dit goed. Nooit heeft de Moeder van God u gebeden …” Nu wacht de Vrouwe weer en dan zegt Zij: “Opdat gij niet tot onrustbarende dingen zult komen, volkeren, nu, vandaag bidt de Vrouwe u: vraagt toch aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dat Hij zijn volk zal beschermen, dat Hij zijn volk weer zal brengen in eenheid. In eenheid moet het volk komen, één zijn en daarboven: de Vrouwe van alle Volkeren. Eén Gemeenschap, volkeren; Ik druk hier op deze woorden: één Gemeenschap!”(31-05-1955)


Het Rijk Gods “Als gij begint de Heilige Vader te vragen om het dogma, dan zal de Vrouwe haar belofte vervullen en zal de ware vrede komen. Ware vrede, volkeren, dat is het Rijk Gods. Het Rijk Gods is meer nabij dan ooit, begrijpt deze woorden goed. Het is wezenlijk en waarachtig de Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren, die u dit zegt. Mijn  vermaningen: luistert niet naar valse profeten, luistert alleen naar uw herders, naar uw voorgangers, naar de stem van uw geweten … naar een Hoger Wezen. En dit zeg Ik voor hen die niet de ware Kerk aanhangen.” Nu heft de Vrouwe haar vinger op en zegt met klem: “Gij, mensen van de Kerk van Rome, beseft toch uw grote, uw grote geluk. Weet toch wat het zeggen wil, tot de Kerk van Rome te behoren. Handelt gij wel in die zin?”(31-05-1955)


Jehova waarschuwt Ik hoor die stem weer en zie dan ineens een offeraltaar uit de oude tijd. De rook slaat neer. Ik hoor die stem zeggen: “Jehova waarschuwt zijn volk.” Dan hoor ik: “Weest getrouw. Zij hebben mijn lammeren verspreid.” Bij deze laatste woorden zie ik lammeren die uit elkaar gaan en over de hele wereld lopen. Komt getrouwen De Vrouwe plant nu op het offeraltaar een kruis en dan zie ik als het ware de hele wereld daaromheen staan. De mensen staan echter met het hoofd omlaag en afgewend bij het kruis. Dan hoor ik: “Komt getrouwen.” En ik zie een kelk rondgedragen worden langs de menigte. “Maar voor een deel vergeefs”, hoor ik zeggen.(29-07-1945)


De Drieëenheid Dan zegt de Vrouwe heel bezorgd: “Volkeren, laat u niets voorpraten door valse profeten, luistert alleen naar Hem, naar God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Immers, dezelfde Vader is dezelfde Zoon. Dezelfde Vader en Zoon is dezelfde Heilige Geest.” De Vrouwe zegt dit heel langzaam. God zal zijn Moeder verhoren Nu wacht de Vrouwe lange tijd en dan zegt Zij: “Gij zult nog veel meemaken in deze eeuw. Gij, volkeren van deze tijd, weet toch dat gij staat onder de bescherming van de Vrouwe van alle Volkeren. Roept haar aan als Voorspreekster, vraagt haar om alle rampen af te wenden. Vraagt haar, de verwording uit deze wereld te verbannen. Van verwording komen rampen, van verwording komen oorlogen. Gij zult door mijn gebed vragen dit van deze wereld af te wenden. Gij weet niet hoe groot en hoe voornaam dit gebed is bij God. Hij zal zijn Moeder verhoren als Zij wil zijn uw Voorspreekster.”(31-05-1955)


Zij zal satan verslaan De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Nog is satan niet verdreven. De Vrouwe van alle Volkeren mag nu komen om satan te verdrijven. Zij komt verkondigen de Heilige Geest. De Heilige Geest zal nu eerst over deze aarde komen. Gij echter zult mijn gebed, dat Ik aan de wereld gegeven heb, bidden. Gij zult elke dag en ieder moment denken aan het gebed dat de Vrouwe van alle Volkeren gaf aan deze wereld, in deze tijd. Hoe erg satan regeert, weet God alleen. Hij zendt nu tot u, tot alle volkeren, zijn Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren. Zij zal, zoals voorzegd is, satan verslaan. Zij zal haar voeten zetten op de kop van satan.”(31-05-1955)


De Vrouwe spreekt de volkeren toe Daarna wacht de Vrouwe even en kijkt voor zich uit. Dan begint Zij te spreken: “Ik sta hier als de Vrouwe van alle Volkeren, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.” De Vrouwe wacht weer even en kijkt voor zich heen. Dan zegt Zij, alsof Zij over mij heen tot een onzichtbare mensenmassa spreekt: “De belofte heb Ik gegeven om vandaag te komen, op de 31e mei. De Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren staat hier voor u. Zij wil vandaag de volkeren toespreken. Luistert goed naar mijn woorden. Ik kom om de volkeren te waarschuwen. Satan is nog niet verdreven. Volkeren, weest gewaarschuwd voor de valse profeten. De Vrouwe van alle Volkeren mag komen elk jaar. Zij heeft beloofd haar teken te zullen geven. Dit teken is nu gebracht. Ik heb gezegd: Ik kom terug, maar in het openbaar.” Terwijl de Vrouwe dan op mij wijst, zegt Zij: “Welaan dan volkeren, dit werktuig hoort de stem van de Vrouwe opdat Zij u haar woord mag brengen.”(31-05-1955)


De zieneres in tweestrijd Aan het eind van de heilige Mis, ’s morgens in de St.-Thomaskerk, hoor ik plotseling de stem van de Vrouwe indringend en duidelijk zeggen: “Ik kom vandaag. Vraag aan je bisschop de beeltenis terug te brengen in de kerk voor het derde uur daar is.” Ik antwoord: “Dat doe ik niet. Ze geloven mij toch niet.” Heel boos zegt de Vrouwe dan: “Doe wat Ik je zeg!” ’s Middags bid ik thuis de rozenkrans, samen met mijn familie. Bij het laatste glorievolle geheim, om drie uur precies, hoor ik ineens weer de stem van de Vrouwe. Zij zegt: “Ga naar de Wandelweg.” Ik schrik en zeg: “Dat doe ik niet. Ik moet pater Frehe gehoorzamen, ik heb het op mijn erewoord beloofd. Doet u maar wat anders, want u moet ons helpen.” ’s Avonds, om ongeveer half negen, hoor ik opnieuw de stem van de Vrouwe. Zij zegt: “Ik kom toch vandaag.” Ik vraag: “Waar dan?” De Vrouwe antwoordt: “Hier. Waarschuw ze en zeg dit je pastoor.” Ik zeg: “Dat doe ik niet, want ik mag niets zonder pater Frehe doen.” Ik heb dit ook niet gedaan.(31-05-1956)


Oordelen en veroordelen Nu kijkt de Vrouwe, zonder iets te zeggen, lange tijd voor zich heen. Dan zegt Zij heel langzaam en duidelijk: “Weet te oordelen en te veroordelen zoals de Heer Jezus Christus dat deed. De Vrouwe van alle Volkeren kan niet genoeg deze dingen herhalen. Luistert toch naar mijn woorden, die Ik mag geven in deze angstige tijd. Dan spreek Ik tot allen als Ik zeg: gij weet niet hoe ernstig en hoe zwaar deze tijd is (08-12-1952)


Blanken en zwarten Nu zie ik schapen rondom de Vrouwe. Ze lopen te grazen, buitelen over elkaar heen of kijken met opgeheven kop naar de Vrouwe. Zij kijkt naar die schapen rondom haar en zegt dan: “Gij die het hoofd omhoog geheven hebt, leert toch diegenen die lopen te grazen het hoofd op te heffen.” Ik zie dan al die schapen veranderen in mensen. Ik zie hele groepen blanke en daartussen ontzettend veel zwarte mensen. Terwijl de Vrouwe haar vinger opheft, zegt Zij heel ernstig: “Gij, blanken, erkent het recht van de zwarten. Gij zult elkander steunen en helpen. En de Vrouwe van alle Volkeren is daar overal om u te helpen. Zij is immers de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Dit zal het laatste dogma zijn. Werkt vlug en snel daaraan. De Vrouwe van alle Volkeren belooft de wereld te zullen helpen als zij deze titel erkennen, als zij haar onder deze titel zullen aanroepen. Maak deze boodschap bekend. Het is de hoogste tijd. Vrees niets. Ik help.”(08-12-1952)


De paus. De sacrista Nu spreidt de Vrouwe haar handen uit en het is alsof Zij ze beschermend boven iets houdt. Ik zie dan de Heilige Vader, paus Pius XII. De Vrouwe zegt: “De Heilige Vader zal Ik bijstaan. Let goed op mijn woorden. Hij zal de kracht nog krijgen om alles klaar te maken. Er zullen veel veranderingen komen.” Ik zie nu duidelijk de Vrouwe boven de St. Pieter staan en het is alsof alles daar ronddraait. De Vrouwe zegt: “Laat de Heilige Vader zijn grootse plan uitvoeren, zo snel als hem mogelijk is. Zeg hem dat de Vrouwe van alle Volkeren hem geholpen heeft en zal bijstaan met de kracht die hij nodig heeft. De Heilige Vader weet reeds alles. Wat hij nodig heeft aan krachten, zal de Vrouwe hem geven.” De Vrouwe kijkt nu heel meewarig naar paus Pius XII. Heel zacht en bijna medelijdend zegt Zij: “Hij weet wat hij heeft.” Dan brengt de Vrouwe haar handen weer in de bekende houding en zegt met nadruk: “Zeg tegen de sacrista dat alles goed komt. Hij zal handelen en doorzetten in deze zaak, zoals de Vrouwe dat van hem vraagt.”(04-04-1954)


Zorg voor de verspreiding

Gebed

klik om te vergroten

“Ik ben vandaag gekomen om te zeggen dat de grote actie tegen dit alles zal moeten beginnen. En nuspreek Ik tegen uw theologen en zeg: ziet toch waarachtig de ernst van deze zaak in. En tot diegenen die Ik bij de aanvang van deze zaak heb uitgezocht, zeg Ik: help toch met al uw middelen en zorg voor de verspreiding, ieder op zijn eigen wijze. De tijd gaat nu komen, de tijd van de Vrouwe van alle Volkeren. Ik zal ze helpen.” De Vrouwe zegt weer lange tijd niets en kijkt mij doordringend aan. Dan zegt Zij: “Tot jou, kind, zeg Ik nog: je hebt een grote taak te vervullen. Heb moed en geen angst. De Vrouwe van alle Volkeren staat hier voor je. Deze beeltenis zal nog hier blijven.43 De Vrouwe zal het teken geven.” Dan gaat de Vrouwe langzaam weg.(15-06-1952)


De andere dogma’s “Hoe komt het nú eerst in de wereld, ‘de Vrouwe van alle Volkeren’? Omdat de Heer deze tijd heeft afgewacht. De andere dogma’s moesten voorafgaan, zoals het leven eerst moest voorafgaan aan de Vrouwe van alle Volkeren. Alle dogma’s die voorafgegaan zijn, omvatten het leven en heengaan van de Vrouwe. De theologen zullen aan deze eenvoudige uitleg genoeg hebben. Het is nodig geweest om deze uitleg nogmaals te geven.”(05-10-1952)


Eensgezindheid “Laten de regulieren en seculieren samenwerken. Ook in andere zaken zullen zij meer tot elkaar moeten komen. Gij zijt toch allen de apostelen van de Meester. Zoekt en vindt elkander. Als de apostelen verdeeld zijn in hun meningen, hoe kunnen dan de volkeren één zijn? De Kerk van Rome bid en vraag Ik: strijd toch in deze tijd met eensgezindheid voor het ene Ware, de Heer en Schepper dezer wereld, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze tijd is de tijd van de Heilige Geest. Vraagt toch allen aan de Heilige Geest om de ware Geest over de wereld te brengen. De wereld is in verwording. De hogeren dezer wereld zoeken naar macht. De hogeren dezer wereld denken alleen materialistisch. De mensen worden verstrooid en verkeerd gestuurd.” Nu wijst de Vrouwe op de aardbol. Ik zie verwarring en onrust onder de volkeren. De Vrouwe zegt: “Zie toch over al deze landen. Nergens eenheid, nergens vrede, nergens rust voor de volkeren. Alles spanning, alles angst. De Heer Jezus Christus laat dit toe. Zijn tijd zal komen. Eerst komt nog een tijd van onrust. Humanisme, heidendom, godloochenaars, slangen, zij zullen eerst nog over deze wereld proberen te regeren.”(15-06-1952)


Dogma van Medeverlosseres “Ik sta hier als de Medeverlosseres en Voorspreekster. Elke gedachte zal daarnaar uitgaan. Zeg mij dit na: het nieuwe dogma zal zijn het dogma der Medeverlosseres. ‘Mede’, daar druk Ik speciaal op. Ik heb gezegd: daar zal veel strijd om komen. Ik zeg je nogmaals: de Kerk, Rome, zal dit doorvoeren en bevechten. De Kerk, Rome, zal tegenstand krijgen en weerstaan. De Kerk, Rome, zal krachtiger en sterker worden, naarmate zij zal weerstaan aan de strijd. Mijn bedoeling en opdracht aan jou is niets anders dan de Kerk, de theologen, aan te zetten tot deze strijd. Immers, de Vader, de Zoon, de Geest wil de Vrouwe, die uitverkoren was om de Verlosser te brengen, als Medeverlosseres en Voorspreekster in deze wereld brengen.”(29-04-1951)


De Moeder van de Mensenzoon Nu blijft de Vrouwe zonder iets te zeggen lange tijd voor mij staan en kijkt mij glimlachend aan. Dan gaat Zij weg van het kruis en krijg ik weer die hevige pijnen. Eerst vreselijke krampen in spieren door heel het lichaam. Dan zakt dat weg en voel ik mij geestelijk zeer vreemd en vermoeid. Ineens zie ik de Vrouwe weer voor het kruis staan en houden die pijnen op. Ik zie de Vrouwe nu als in een waas. Haar lichaam is zo doorschijnend dat ik als het ware door haar lichaam heen het kruis nu duidelijk voor mij zie. Dan opeens beginnen die vreselijke pijnen opnieuw. Dat duurt even, dan is alles weer gewoon en de Vrouwe zegt tegen mij: “Kind, zoals Hij geleden heeft, zo heb Ik geleden als de Moeder van de Mensenzoon. Zeg dit goed na.”(01-04-1951)


Offer en strijd Dan wacht de Vrouwe weer en Zij kijkt mij nu zeer ernstig en toch met een glimlach aan. Zij zegt: “En gij, kind, gij hebt angst om dit alles door te geven? Dan zegt de Vrouwe tegen je: laat ze komen met al hun noden, geestelijk en lichamelijk. De Vrouwe is daar en brengt ze terug en zal ze helpen. Maak van jouw leven een offer. Zeg tegen je leidsman dat de Heer immer het zwakke uitzoekt voor zijn grootse plannen. Laat hij gerust zijn.” Dan kijkt de Vrouwe in de verte en zegt: “En tot alle anderen: werkt toch door, strijdt toch  voor de Vrouwe van alle Volkeren, die moet komen in deze tijd. Ik zal ze helpen.” “Ik kom terug op 31 mei.” En dan gaat de Vrouwe heel langzaam weg.(04-04-1954)


De Medeverlosseres en Voorspreekster De Vrouwe staat nu weer duidelijk voor het kruis en zegt: “Luister goed, begrijp goed wat Ik nu uit ga leggen. Nogmaals zeg Ik: de Zoon kwam in de wereld als de Verlosser van de mensen; het verlossingswerk was het kruis. Hij was gezonden door de Vader. Nu echter wil de Vader en de Zoon de Vrouwe zenden door heel de wereld. Immers, Zij is de Zoon vroeger ook voorgegaan en gevolgd. Daarom sta Ik nu op de wereld, op de wereldbol. Het kruis staat daar vast op gedrukt, ingeplant. Nu komt de Vrouwe ervoor staan als de Moeder van de Zoon, die met Hem dit verlossingswerk heeft volbracht. Deze beeltenis spreekt duidelijke taal en zal nu reeds in de wereld gebracht worden omdat de wereld weer het kruis nodig heeft. De Vrouwe echter staat als de Medeverlosseres en Voorspreekster voor het kruis. Hierover zal veel strijd komen. De Kerk, Rome, echter zal niet angstig zijn om deze strijd op te nemen. Het kan alleen de Kerk krachtiger en sterker maken. Dit zeg Ik tegen de theologen. Verder zeg Ik hun: neemt deze zaak ernstig op. Nogmaals zeg Ik: de Zoon zoekt immer het kleine, eenvoudige voor zijn zaak. Kind, Ik hoop dat gij dit goed zult begrepen hebben en kunt weerleggen.”(15-04-1951)


Boodschap voor de bisschop Nu kijkt de Vrouwe mij weer aan en glimlacht. Terwijl Zij met de vinger heen en weer gaat, zegt Zij: “Dan komt uw bisschop. Gij zult hem vragen of hij bekend maakt het gebed en de boodschappen.” Ik zie dan een bisschop, ik weet niet welke. Ik zeg tegen de Vrouwe: “Dat zal hij niet doen; ik ben zo bang om dat te moeten zeggen.” De Vrouwe kijkt mij medelijdend aan en glimlachend zegt Zij: “Niet bang zijn, kind, maar eenvoudig dit vragen. Zeg hem dat de tijd nu gekomen is. Hij kan toestemmen dat het mijn gebed is. Hij kan toestemmen dat de kerk komen mag. De tekenen zitten in mijn woorden, zeg hem dat. Zeg hem ook dat de Vrouwe haar beeltenis in het openbaar nu gebracht wil hebben en de woorden erbij dat het gebed komt van zijn Moeder Maria, die ook zijn Vrouwe van alle Volkeren wil zijn. Zeg hem: Maria neemt de volle verantwoording hiervan. Ik zal later nog meer tekenen geven als mijn woorden zullen verstommen. Ik zal terugkomen en spreken voor de volkeren. Dit alles moest voorafgaan.”(04-04-1954)


De ernst der tijden Dan zegt de Vrouwe tegen mij, terwijl Zij nog meer naar voren komt: “Gij ziet mij nu duidelijk staan, heel duidelijk. Zo zal de beeltenis komen over de wereld. Kind, dring toch aan dat deze dingen doorgevoerd worden. Nee, zij zullen niet aarzelen, zij zullen doen. De tijd is veel te ernstig. Niemand beseft hoe ernstig. Ik wil ook komen onder die volkeren, die van de Zoon afgehouden worden. Red toch de mensen die gedwongen worden daarvan af te zien. Gij zijt dat verplicht. De wereld is in verwording, zo erg dat het nodig was dat de Vader en de Zoon mij gestuurd hebben in deze wereld onder alle volkeren, om als Voorspreekster te komen en te verlossen. Zeg dit aan de theologen.” Dan zie ik de Vrouwe weggaan en ik hoor haar weer zeggen: “Deze tijd is onze tijd.”(29-04-1951)


De Vrouwe onder het kruis Nu gaat de Vrouwe van het kruis weg en krijg ik weer die ontzettende pijnen, in hevige mate. Dat duurt een tijdje en dan zie ik de Vrouwe als in een waas voor het kruis staan. Eerst beginnen dan weer hevige geestelijke en lichamelijke pijnen op te komen. Ik voel mij zo uitgeput; het is alsof ik zal neervallen en ik zeg: “Ik kan niet meer.” Onderwijl zie ik de Vrouwe in elkaar zakken onder het kruis en Zij slaat de beide armen om de voeten van haar Zoon terwijl Zij bitter weent. Daarna zie ik haar opstaan. Van rechts zie ik dan een zwaard komen, waarvan de punt gericht is op het hart van de Vrouwe. Dan hoor ik haar zeggen: “Dat was de dolksteek die mij voorspeld was.”(29-04-1951)


Die eens Maria was Daar staat de Vrouwe weer. Zij zegt: “Je zult goed luisteren en overbrengen wat Ik je vandaag kom zeggen. Zeg tegen de theologen dat Ik niet tevreden ben over de verandering van het gebed. ‘Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn’, dat zal zo blijven. Deze tijd is onze tijd. Zeg het volgende aan de theologen. Bij het kruisoffer kwam de Vrouwe. De Zoon zei tegen zijn Moeder: ‘Vrouwe, zie daar uw zoon’. De verandering kwam dus bij het kruisoffer. De Heer en Schepper koos uit alle vrouwen Miriam of Maria om de Moeder te worden van zijn goddelijke Zoon. De Vrouwe werd Zij bij het kruisoffer, de Medeverlosseres en Middelares. Dat werd door de Zoon aangekondigd terwijl Hij terugging naar de Vader. Daarom breng Ik in deze tijd deze nieuwe woorden en zeg: Ik ben de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was. Zeg dit uw theologen. Deze woorden hebben voor de theologen deze betekenis.”(06-04-1952)


De krachten der hel Terwijl ik voor de beeltenis bid, komt de Vrouwe ineens tot leven. Het is alsof Zij uit het schilderij stapt en dan zie ik haar zoals altijd, met een geweldig licht om haar heen. Ik hoor haar duidelijk en met ernst zeggen: “Vrees niets. Bij het inluiden van het mariale jaar was het mijn bedoeling dat deze beeltenis nog hier zou zijn. Daarna zal het naar Amsterdam gaan.” Nu wacht de Vrouwe even en kijkt voor zich heen. Dan voel ik iets ontzettend akeligs om de Vrouwe heen komen. Zij zegt: “De krachten der hel zullen losbreken.” Het is dan of ik om haar heen gedonder hoor en vreselijk geraas. Maar dan glimlacht de Vrouwe en zegt: “Zij zullen echter de Vrouwe van alle Volkeren niet verslaan.” Terwijl de Vrouwe deze woorden zegt, komt er aan alle kanten zo’n enorm hel licht om haar heen dat het pijn doet aan mijn ogen.(03-12-1953)


Maria neemt de verantwoording Dan gaat de wijsvinger omlaag en staat de Vrouwe weer in de bekende houding. Zij wacht even en zegt dan: “En nu spreek Ik tot je bisschop: gij zult begrijpen waarom Ik spreek tot de Heilige Vader en de sacrista. Deze actie is niet voor één land, deze actie is voor alle volkeren.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, zie ik eerst ons land, Nederland, liggen. De Vrouwe schudt dan het hoofd van ‘nee’. Daarna zie ik de hele wereld voor mij en daarop al die volkeren. De Vrouwe zegt: “Helpt gij echter in uw land voor de verspreiding van dit gebed en om deze boodschappen te verspreiden. De verantwoording neemt Maria. Gij weet dat Zij gezegd heeft dat deze beeltenis zal komen onder de leiding van Dominicaner paters. Gij weet dat Zij gezegd heeft dat de gaven zullen gebruikt worden niet alleen voor de Dominicanen, maar ook voor alle kerkelijke noden. Breng Maria als de Vrouwe van alle Volkeren in uw land. Van daaruit zal de grote wereldactie beginnen. De tijd is nu gekomen en zeer kort. Maria staat daar als de Moeder die haar kinderen wil helpen. Vraag en Zij zal u helpen onder deze nieuwe titel.” Nu gaat de Vrouwe langzaam weg.(11-10-1953)


Knielt diep voor uw Schepper neer De Vrouwe wacht een lange tijd en begint dan weer te spreken: “Nu spreek Ik tot de volkeren van heel de wereld. Knielt, apostelen en volkeren, neer voor uw Heer en Schepper en weest dankbaar. De wetenschap dezer wereld heeft de mensen de dankbaarheid leren vergeten. Zij kennen niet meer hun Schepper. Volkeren, weest toch gewaarschuwd. Knielt diep voor uw Schepper neer.” De Vrouwe zegt dit met geweldige eerbied en devotie. Zij valt op haar knieën en buigt het hoofd zo diep dat Zij bijna de grond raakt. “Vraagt zijn barmhartigheid en Hij is barmhartig. Geeft Hij u in deze tijd daar geen bewijs van? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zij met u alle dagen van uw leven. De Vader en de Zoon brenge u de Vrouwe van alle Volkeren.”(31-05-1954)


Nuchter ter tafel gaan En ineens werd de zaal een grote kerk vol mensen, waar de Vrouwe en ik midden in stonden te kijken. Nu hoorde ik de stem van de Vrouwe zeggen: “Er zal en moet een decreet uitgevaardigd worden, dat de mensen niet meer nuchter behoeven te zijn om te communiceren. Er zijn zoveel mensen die, juist als ze in de kerk zijn, een vreselijke behoefte kunnen krijgen om ter tafel te gaan en daarvan zijn buitengesloten, omdat ze niet nuchter gebleven zijn.”Toen wees de Vrouwe op die mannen en zei: “Deze mannen gingen ook zo van de straat ter tafel.” En ineens zag ik weer heel vlug die zaal. Een nieuw decreet “Kijk eens,” zei de Vrouwe, “eerst gaan weinig mensen naar de communiebank.” En toen hoorde ik ineens een stem, alsof die van buitenaf kwam en dat decreet uitvaardigde.* En toen zag ik de mensen stromen naar de communiebank. “Zo moet en zal het gebeuren”, zei de Vrouwe. “Ziet ge nu het verschil?” En meteen was alles weg en werd ik wakker.(25-01-1951) * Op 6 januari 1953 en 19 maart 1957 zou paus Pius XII decreten publiceren, waarin de voorschriften over het nuchter blijven voor het communiceren, sterk werden verzacht. Door paus Johannes XXIII werden de voorschriften verder verzacht


Doet boetvaardigheid Toen zag ik onder die glorievolle voorstelling een stuk ijle, blauwe lucht en daaronder de bovenkant van de wereldbol. Deze was heel zwart. Dat gaf mij een vreselijk droevig en akelig gevoel. Dan zag ik de Vrouwe maar steeds met de vinger heen en weer gaan en Zij schudde haar hoofd – het leek mij afkeurend en waarschuwend – naar die zwarte wereld. Ik hoorde zeggen: “Doet boetvaardigheid.” Daarna zag ik iets heel eigenaardigs. Uit die donkere, zwarte wereldbol zag ik allemaal hoofden van mensen komen. Langzaam zag ik al die hoofden omhoog komen, dan hun lichamen en ten slotte zag ik die mensen helemaal op die ronde, halve wereldbol staan. Toen ik ernaar keek, dacht ik: hoe is het toch mogelijk dat er zoveel verschillende rassen en soorten mensen bestaan. Terwijl ik met verbazing naar al die mensen keek, zag ik de Vrouwe de handen zegenend uitstrekken over die mensen en Zij keek toen niet meer zo bedroefd. Ik hoorde haar zeggen: “Brengt Hem eerherstel.”(31-05-1959)


De gekroonde Vrouwe in hemelse glorie Het was zondagmiddag tegen drie uur. Wij zaten met ons allen in de kamer. Ineens zag ik vanuit ons raam iets in de lucht gebeuren. Van schrik zei ik tegen mijn huisgenoten: “Kijk daar eens!” en wees naar de lucht. Wij liepen allemaal naar het raam toe. Ineens zag ik toen het licht, een enorm licht boven de Wandelweg. Ik kon er niet in kijken en deed de handen voor de ogen. De anderen zagen het niet en vroegen wat er was. Ik knielde neer en vouwde de handen. Maar ik werd gedwongen ernaar te kijken. Terwijl ik keek, dacht ik dat de lucht werd opengescheurd. Het was werkelijk een openscheuren van de lucht wat ik zag. Ineens zag ik de Vrouwe in haar volle glorie staan. Ik kan onmogelijk het geweldige, hemelse, glorievolle ervan weergeven. Ik had haar nog nooit eerder zo gezien. De schapen, wereldbol en kruis zag ik niet, alleen de Vrouwe, maar met een enorme schittering van licht en glorie om haar heen. Ik moest ineens naar haar hoofd kijken en zag daar nu een kroon op staan. Dat had ik nooit eerder gezien. Geen diamanten of gouden kroon zag ik, maar toch wist ik dat het een kroon was, schitterend van licht aan alle kanten, mooier dan de mooiste diamanten kroon. De Vrouwe zelf was trouwens ook een en al schittering. Nogmaals: iets hemels en glorievols, beter kan ik het niet uitleggen.(31-05-1959)


De belofte van het gebed

“De Vrouwe van alle Volkeren belooft hierbij dat zij die vragen, verhoord zullen worden, zo de Vader, de Zoon en de Heilige Geest het wil. Dit gebed is gegeven voor de verlossing van de wereld. Dit gebed is gegeven voor de bekering van de wereld. Bidt dit gebed bij alles wat gij doet. In de kerken en door moderne middelen zal dit gebed verspreid worden. De mensen dezer wereld zullen leren de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, te vragen als Voorspreekster, opdat de wereld bevrijd zal worden van verwording, rampen en oorlog. Zeg dit uw theologen. Deze tijd is onze tijd. Kom voor deze beeltenis en vraag.” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg.((31-12-1951)


Uw Moeder is u voorgegaan “En zo zullen de woorden ‘Van nu af zullen alle volkeren mij zalig prijzen’ in vervulling gaan. Vandaag gaat deze boodschap van de Vrouwe van alle Volkeren over de wereld. Ik heb gezegd: Ik zal troost geven. Volkeren, uw Moeder kent het leven, uw Moeder kent het verdriet, uw Moeder kent het kruis. Alles wat gij doormaakt in dit leven is een gang zoals uw Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren, u is voorgegaan. Zij heeft deze weg u voorgemaakt.”Nu wacht de Vrouwe weer even en dan zegt Zij langzaam: “Maar Zij ging op tot de Vader, Zij ging terug naar haar Zoon. Volkeren, ook gij gaat door uw kruisweg op tot de Vader; ook gij gaat door uw kruisweg op naar de Zoon. De Heilige Geest zal u daarbij helpen; vraagt Hem in deze tijd. Ik kan het niet genoeg zeggen tot de wereld: gaat tot de Heilige Geest in deze tijd!” Dit laatste zegt de Vrouwe zeer langzaam en met nadruk.(31-05-1955)


Aarzel niet “Ik heb gezegd: rampen zullen komen, natuurrampen. Ik heb gezegd: de groten zullen het niet eens zijn. Ik heb gezegd: de wereld gaat in verwording. Daarom zendt nu de Vader en de Zoon de Vrouwe terug over de wereld zoals Zij was. De Vrouwe was eens bekend als Maria. De wereld gaat in verwording, is in verwording. Nederland staat op de rand van de verwording, daarom heb Ik mijn voet daarop gezet. Vanuit Nederland wil Ik mijn woorden geven over de wereld. Mijn andere voet staat op Duitsland. Die Mutter Gottes weint über die Kinder Deutschlands. Zij zijn altijd mijn kinderen geweest en daarom wil Ik ook vanuit Duitsland in de wereld gebracht worden als de Vrouwe van alle Volkeren. Ik zal je helpen en allen die de zorg daarvoor hebben. Ik wil zelfs dat de verspreiding zal doordringen in die landen, die afgesloten zijn van de anderen. Daar zal de Vrouwe van alle Volkeren ook haar zegen geven. Zorg daarvoor, aarzel niet. Ik immers heb ook nooit geaarzeld. Ik ben de Zoon voorgegaan naar het kruis. Deze beeltenis zal voorafgaan. Deze beeltenis zal gebracht worden in de wereld. Weet gij wel, Rome, hoe alles ondermijnd wordt? Jaren zullen vervliegen, jaren zullen daar overheen gaan. Maar hoe meer jaren, hoe minder geloof; hoe meer jaren, hoe meer afval. De Vrouwe van alle Volkeren staat hier en zegt: Ik wil ze helpen en mag ze helpen.”(15-08-1951)


De stralen van genade, verlossing en vrede “Kijk nu naar mijn handen en vertel wat gij ziet.” Nu is het alsof er in het midden van haar handen een wond geweest is en daaruit komen, uit elke hand, drie stralen, welke schijnen op de schapen. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Dit zijn drie stralen, de stralen van Genade, Verlossing en Vrede. Door de Genade van mijn Heer en Meester zond de Vader, uit liefde voor de mensheid, zijn enige Zoon als Verlosser op de wereld. Zij beiden willen nu de Heilige, de ware Geest zenden, die alleen Vrede kan zijn. Dus: Genade, Verlossing, Vrede. De Vader en de Zoon willen Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster zenden in deze tijd. Hier heb Ik je een duidelijke en klare uitleg gegeven van deze beeltenis. Daarmede is deze beeltenis af.”(31-05-1951)


Die eens Maria was “Deze tijd is onze tijd. Alle volkeren moeten de Heer en Meester vereren in zijn schepping. Alle volkeren zullen bidden om de ware en Heilige Geest. Daarom heb Ik dit gebed kort en krachtig gegeven. Dus nogmaals zeg Ik: dit gebed zal snel gebracht worden. De hele wereld gaat in verwording. De mensen van goede wil vragen toch elke dag dat de ware Geest mag komen. Ik ben de Vrouwe van alle Volkeren. Deze tijd is onze tijd. ‘Die eens Maria was’ betekent: vele mensen hebben Maria als Maria gekend. Nu echter wil Ik, in deze nieuwe periode die aankomt, de Vrouwe van alle Volkeren zijn. Dat verstaat iedereen. Zeg dit je leidsman. Zeg hem dat Ik tevreden ben over alles en dan druk Ik op het woord ‘alles’. En tot jou, kind, zeg Ik te doen en over te brengen wat Ik wil. Geen angst hebben, doorgeven!” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg.(02-07-1951)


Gij zijt verantwoordelijk “Zij zal terugkomen, heb Ik gezegd. Zij zal haar apostelen toespreken. Volkeren, dan spreekt de Vrouwe u eerst toe. Helpt uw apostelen, maakt het ze niet zo zwaar. Brengt uw kinderen weer als offer voor de Heer. Apostelen van de Heer Jezus Christus, uw Vrouwe begrijpt u, uw Vrouwe zal u helpen in alle moeilijkheden, uw Vrouwe zal u bijstaan. Vraagt toch in haar naam aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die nu meer zal komen dan ooit. Het Rijk Gods is meer nabij dan ooit, heb Ik gezegd. Volkeren, weet gij wel wat dat gaat betekenen? Weet gij wel, volkeren, dat gij verantwoordelijk zijt? Gij, hogeren in deze wereld, misleidt uw kinderen niet, misleidt de minsten der mijnen niet. Gij zijt verantwoordelijk bij uw Heer Jezus Christus.” En nogmaals zegt de Vrouwe met klem: “Gij zijt verantwoordelijk.”((31-05-1955)


De kudde schapen “Let nu goed op en vertel wat Ik je laat zien. Dit is de laatste aanwijzing die Ik geef voor de beeltenis. Kijk goed. Ik sta op de aardbol. Rondom de aardbol dacht gij, kind, wolken te zien. Kijk nu echter goed wat Ik je laat zien.” Nu zie ik de wolken in levende schapen veranderen. Van links en van rechts rondom de aardbol komt als uit de diepte van weerskanten een kudde schapen. Ik zie hier en daar zwarte schapen ertussen. Lammeren leggen zich neer aan de voet van de aardbol. De schapen komen aangelopen, sommige grazend. Maar de meeste hebben de kop omhoog gericht, alsof ze strak kijken naar de Vrouwe met het kruis. Er zijn ook schapen die liggend met opgeheven kop naar de Vrouwe kijken. Het is een mooi en vredig gezicht. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Kind, prent deze voorstelling goed in je geheugen en geef het goed weer. Deze voorstelling van de kudde schapen betekent de volkeren van heel de wereld, die niet eerder rust zullen vinden dan als ze zich neerleggen en in rust opzien tot het kruis, het middelpunt dezer wereld.”(31-05-1951)


Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster Daar is de Vrouwe weer en Zij zegt:  “Ik sta hier en kom je zeggen dat Ik wil zijn Maria, de Vrouwe van alle Volkeren. Kijk goed. Ik sta voor het kruis van de Verlosser. Mijn hoofd, handen en voeten als van de mens, als van de Mensenzoon; het lichaam als van de Geest. Mijn voeten heb Ik vast op de aardbol gezet, omdat de Vader en de Zoon mij in deze periode in deze wereld wil brengen als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Het nieuwe en laatste mariale dogma zal dit zijn. Deze beeltenis zal voorafgaan. Dit dogma zal veel omstreden worden doch doorgevoerd. Ik heb deze dingen herhaald om je nogmaals aan je leidsman en theologen dit duidelijk te laten maken en te weerleggen.”(31-05-1951)


Het eerste en voornaamste gebod Nu maakt de Vrouwe met de hand een soort boog en zegt: “Het is voor later.” Ik weet niet wat dat betekenen moet. Dan zegt de Vrouwe: “Je zult zien, eerst na veel ellende en rampen zal het kruis weer geplant worden. Laat ieder het zijne doen, wat hij kan doen. En dan wijs Ik weer op het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.” En nu is de Vrouwe ineens weg. (27-05-1950)


De Vrouwe zal haar zegen geven “Vraagt toch aan uw Heilige Vader dat hij dit dogma zal uitspreken dat de Vrouwe verlangt.” Nu zie ik ineens dat de Vrouwe haar handen met een sierlijke beweging bij elkaar brengt. Zij houdt op met spreken en maakt mij met haar ogen attent op wat er in de verte gebeurt. Op dat moment krijg ik mijn natuurlijke gehoor terug en hoor ik de altaarbellen voor de zegen met het Allerheiligste. Met een innig devote uitdrukking op haar gezicht kijkt de Vrouwe in de richting van het altaar. Het is alsof er een stralend licht over haar heen komt en Zij samen met ons allemaal de zegen ontvangt. Na de zegen gaat de Vrouwe heel rustig verder met haar boodschap: “Als het dogma is uitgesproken, dan zal de Vrouwe van alle Volkeren haar zegen geven, dan zal de Vrouwe van alle Volkeren de vrede geven. Zij zal u helpen als het dogma is uitgesproken.”(31-05-1955)


Het is reeds voorbestemd Dan valt alle pijn en geestelijke depressie weer van mij af en zie ik de Vrouwe weer duidelijk voor het kruis staan. Zij kijkt mij aan en zegt: “Kind, breng toch goed over dat zij die strijden en werken voor deze zaak, die de Zoon wil dat geschieden zal, dit toch met grote ijver en vuur volbrengen zullen.” Nu glimlacht de Vrouwe en zegt: “Ik zal ze helpen. Ik heb u gezegd, voorgezegd, dat eenvoudige gebed tot de Vader en de Zoon. Zorg daarvoor dat dat verspreid wordt in de wereld onder alle volkeren. Zij hebben allen het recht daarop. Ik geef u de verzekering dat de wereld veranderen zal. Gij echter, kind, zult eenvoudig doorgeven wat Ik zeg. Uw leidsman zal mijn wil doen, eenvoudig. Gij vraagt hoe dat moet? Gewoon verspreiden, anders wordt er nog niets gevraagd. Alleen zal dit voorafgaan, Ik zeg nog eens: voorafgaan. Deze beeltenis zal gebruikt worden als een voorafgaand werk van vrede, verlossing. Later zullen zij deze beeltenis gebruiken voor de Medeverlosseres …” Nu wacht de Vrouwe even. Dan zegt Zij heel nadrukkelijk nogmaals: “Medeverlosseres. De pijnen, geestelijk en lichamelijk, heeft de Vrouwe, de Moeder, meegeleden. Voorafgegaan is Zij immer. Toen de Vader haar uitverkoren had, was Zij reeds de Medeverlosseres met de Verlosser, die in de kwam als Mens-God. Zeg dat uw theologen. Ik weet wel, de strijd zal zwaar en groot zijn …” en dan glimlacht de Vrouwe voor zich heen en het is alsof Zij in de verte tuurt, “maar het is reeds voorbestemd.”(29-04-1951)


De tijd is gekomen “Deze tijd is onze tijd. De Heer en Schepper acht het nodig om door de Vrouwe van alle Volkeren een waarschuwing te geven aan de Kerk. De tijd is gekomen. Zeg dat aan de theologen. De Kerk, Rome, krijgt nu zijn kans. Alle christenen van deze tijd zijn verantwoordelijk voor de nakomelingen. Zeg tegen de paus dat het goed is. De Vrouwe van alle Volkeren zal door de wil van haar Heer en Meester hem bijstaan. De paus zal alles doorvoeren. Deze paus is de vechter en de Heilige Vader van de christenen van heden en in de toekomst. De volkeren hierna zullen hem vereren. Hij zal opgenomen worden bij de Onzen. De Kerk is en blijft. De leer is en blijft. De vorm en wetten echter kunnen door de tussenkomst van de Heilige Geest worden veranderd. Zeg dat uw theologen. Het kruis bracht Christus, de Zoon van de Vader, ook mee in deze wereld. Met het kruis kwam het offer.”(17-02-1952)


De tijd dringt “Deze tijd is onze tijd. Nu wil de Vader en de Zoon gevraagd worden opdat Zij de Geest zullen zenden. Ik heb je het eenvoudige gebed voorgezegd en laten zien hoe Ik dit over heel de wereld verspreid wil hebben. Welaan dan, ga door met de verspreiding. Dit eenvoudige gebed is gegeven voor alle volkeren. Doe uw werk en zorg voor de verspreiding.” Ik zeg dan tegen de Vrouwe: “Ik word toch tegengehouden.” De Vrouwe kijkt mij glimlachend aan en zegt: “Gij zult doen wat Ik zeg. Ga naar uw bisschop en zeg dat Ik wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren, die gezonden wordt door de Vader in deze tijd. Nogmaals zeg Ik: de Kerk van Rome zal niets doen wat in strijd is met de leer. Welaan dan, deze actie is niet in strijd met de leer. De tijd dringt, weet dat wel. Alle volkeren zuchten onder het juk van de satan. Hoe erg dit doordringt, weet niemand. Ik waarschuw de volkeren dezer wereld. De tijd is ernstig en dringt. De Kerk van Rome heeft nu de kans. Zij zal sterker worden naarmate de strijd erger wordt.”(31-12-1951)


Uitleg voor het nieuwe dogma “Kijk nu goed en luister. Het volgende is een uitleg voor het nieuwe dogma. Als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster sta Ik op de aardbol, voor het kruis van de Verlosser. Door de wil van de Vader kwam de Verlosser op de wereld. De Vader gebruikte daarvoor de Vrouwe. De Verlosser kreeg dus van de Vrouwe alleen – nu druk Ik op het woord ‘alleen’ – het vlees en bloed, dus het lichaam. Van mijn Heer en Meester ontving de Verlosser zijn Godheid. De Vrouwe is aldus de Medeverlosseres geworden. Ik heb gezegd: deze tijd is onze tijd. Dit betekent dat de Vader en de Zoon de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster in deze tijd wil zenden over heel de wereld.(02-07-1951)


De lendendoek Ik zie weer dat grote helle licht. Heel langzaam komt de Vrouwe uit dat licht naar voren en dan staat Zij duidelijk voor mij. De Vrouwe zegt nog niets maar kijkt mij glimlachend aan. Dat duurt even en dan begint Zij te spreken. De Vrouwe zegt: “Kind, kijk nogmaals goed.” Nu wijst de Vrouwe op de gordel die Zij om haar middel heeft geslagen, daar moet ik goed naar kijken. De Vrouwe zegt: “Je hebt alles goed weergegeven. Je bent op de goede weg. Alleen, kijk nog eens goed naar deze doek.” Ik zie nu dat de Vrouwe de doek van haar middel neemt. Het is een heel lange doek en Zij laat mij zien hoe Zij die omslaat. Met de linkerhand houdt Zij een uiteinde vast en met haar rechterhand slaat Zij die doek tweemaal om haar middel tot Zij weer aan de linkerkant komt. Dan slaat Zij met haar linkerhand het uiteinde naar binnen, zodat er nog een klein stukje naar beneden komt te hangen. “Luister goed wat dit betekent”, zegt de Vrouwe. “Dit is als de lendendoek van de Zoon. Ik immers sta als de Vrouwe voor het kruis van de Zoon.”(15-04-1951)


Heer, uw wil geschiede Mijn leidsman had mij gezegd dat ik die dag ’s morgens niet naar de St.-Thomaskerk mocht gaan en ook niet ’s avonds naar het Lof. Ik mocht hem die dag ook niet opbellen. Ik ben toen ’s morgens naar de heilige Mis in de Vredeskerk gegaan. Net even voor de heilige Communie hoorde ik ineens heel duidelijk de stem van de Vrouwe zeggen: “Doe vandaag wat Ik je zeggen zal.” Ik schrok ervan en zei in mezelf: “Maar ik zou pater Frehe gehoorzamen.” Ik voegde er echter deemoedig aan toe: “Maar Heer, uw wil geschiede.” Ik zou die dag weggaan met de trein. Ik ben toch gewoon naar het station gegaan. Ik ging in de trein zitten en bad, zoals ik gewoon was, de rozenkrans. Ineens hoorde ik als een bevel vreselijk duidelijk de stem van de Vrouwe. Zij zei: “Ga terug, je hebt je plicht gedaan.” Voordat ik het wist, was ik de trein uit en stond op het perron. Op hetzelfde ogenblik reed de trein weg. Ik dacht: wat heb ik gedaan? Nu heb ik niet gehoorzaamd. Wat nu? Ineens klonk heel hard over het perron de stem van de Vrouwe: “Om drie uur bij de kapel!” Het klonk als een bevel. Ik ben toen terug naar huis gegaan. Omdat pater Frehe mij niet verboden had om ’s middags naar de kerk te gaan, ben ik die middag naar de St.-Thomaskerk gegaan. Ik durfde eerst niet naar binnen, maar ineens was het of iemand mij voortduwde, of ik door een soort wind of kracht de kerk werd ingedreven.(31-05-1957)


Helpt de Heilige Vader En weer wacht de Vrouwe zonder iets te zeggen, terwijl Zij in de verte staart. Dan zegt Zij: “De paus van Rome heeft de zwaarste taak van allen die hem zijn voorgegaan.” Ik zie nu een paus, maar niet paus Pius XII. Ik kan niet zeggen wie die paus is. Ik zie ook zeer veel pausen uit vroeger tijden, met allerlei soorten hoofddeksels: grote mijters, kleine mijters, mutsen en kapjes. De Vrouwe zegt: “Mensen, helpt toch de Heilige Vader. Doet toch wat hij u voorgaat. Volgt toch na de encyclieken. Laat de wereld daarvan toch vervuld worden en de geest der onwaarheid, leugen en bedrog zal geen kans krijgen.” Ik zie nu met grote letters het woord ‘Encyclieken’ boven de mensen geschreven staan.(08-12-1952)


Een goede Moeder “Nu spreek Ik nogmaals tegen de apostelen en alle religieuzen.” Ik zie dan vele geestelijken staan. De Vrouwe kijkt zeer ernstig, als een bezorgde moeder, en zegt: “Luistert goed naar een goede Moeder. Ook u wil Zij helpen in deze tijd. Bidt dit gebed en vraagt de voorspraak van de Vrouwe van alle Volkeren. En Zij zal u helpen. Weest rechtvaardig, waar en liefdevol onder elkander. Werkt samen aan het grote doel: de Kerk groot te maken. Regulieren en seculieren, begrijpt elkaar; werkt met elkaar voor het ene doel. Gij zijt toch allen dezelfden.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, zie ik twee van elkaar gescheiden groepen. Aan de ene kant wereldgeestelijken in het zwart en aan de andere kant allerlei soorten geestelijken met verschillende togen en pijen aan. De Vrouwe staat daar midden in en brengt dan met haar handen die twee groepen bij elkaar tot één groep.(08-12-1952)


De weg naar het kasteel Dan zie ik een lange, mooie weg. Ik moet die weg op, maar het is alsof ik er geen zin in heb. Ik stel de mensheid voor. Dan ga ik die weg op. Ik ben zo moe, maar toch moet ik voort, heel langzaam. Ik ben aan het einde van de weg en sta voor een groot kasteel met torens erop. De poort wordt opengemaakt, van binnenuit. Een hand nodigt mij uit binnen te komen maar ik wil niet; het is alsof ik terug moet stappen. Toch ga ik naar binnen. Mijn hand wordt vastgepakt en ik zie de Dame in het wit, de Vrouwe. Zij glimlacht tegen mij en zegt: “Kom.” Mijn hand voelt pijnlijk aan en het is niet vol te houden, maar de Vrouwe houdt hem stevig vast en wij gaan voort.De tuin der gerechtigheid Ik kom in een prachtige tuin, zo fantastisch mooi, heel anders dan je hier op aarde ziet. De Vrouwe brengt me naar een plek en zegt: “Dit is de Gerechtigheid, die moeten ze buiten zoeken en moet terug worden gevonden, anders gaat de wereld weer verloren.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, wijst Zij naar buiten. Het is alsof ik de Gerechtigheid kan voelen. Mijn hand doet zo’n pijn, ik houd het niet uit, maar de Vrouwe lacht en trekt me voort.  De tuin der waarheid  We gaan naar een ander deel van de tuin en de Vrouwe zegt, terwijl Zij met de vinger heen en weer gaat alsof Zij waarschuwt: “Dit is de Waarheid. Luister goed. Ook de Waarheid is hier binnen, maar daar buiten niet. Helemaal niet”, zegt Zij nog eens. Ook de Waarheid komt als een gevoel over mij. Ik wil los van haar hand en zeg: “Ze is zo zwaar.”(07-10-1945)


Christus, de weg Ik moet omhoog kijken en zie ineens de Vrouwe staan. Zij glimlacht, strekt de armen uit en zegt: “Kom.” Voor mij staat nu een menigte mannen van allerlei soort: heren, kerels; ook priesters en religieuzen, in het zwart gekleed. Onder hen zijn goede maar ook minder goede mensen. De Vrouwe nodigt ze uit om mee te gaan. Zij zal ze wijzen. Nu zie ik een lange, moeilijke weg voor mij met aan het uiteinde een hel licht. “Zo”, zegt de Vrouwe en met een groot gebaar wijst Zij die mannen, dat ze die weg moeten gaan. Het is moeilijk en zwaar; aan weerskanten vallen ze eraf. De Vrouwe staat met moederlijke bezorgdheid te kijken en glimlacht ze steeds toe. Dan zie ik voor mij geschreven staan: ‘Het leven weer in met Christus’.(29-07-1945)


Een hemelse ervaring We zaten te praten en ineens zag ik een hel licht komen in de andere kamer. De Vrouwe zag ik niet. Het was alsof er een sluier voor mijn ogen weggetrokken werd en ik kreeg een hemelse, bovennatuurlijke toestand over mij. Ik had het gevoel dat er iemand was, die ontzaglijk machtig, groots en zuiver is. Terwijl ik neerknielde, klonk me een hoge, fijne muziek in de oren en de kamer was geheel gevuld van licht. Het straalde zo erg dat ik mijn handen op de borst moest vouwen en diep voorover moest buigen. Ik durfde en kon er niet in kijken. Maar ineens heb ik gekeken; wat ik zag, kan ik onmogelijk uitleggen. Het was iets hemels, als ik het zo in alle nederigheid mag uitdrukken. Toen werd dat als het ware door een sluier van mijn ogen afgeschermd en zag ik de Vrouwe staan, maar heel in de verte. Zij zag er zo vriendelijk en lief uit. Zij sprak zeer zacht tegen mij. Ik kon haar niets nazeggen, ik had geen stem. Zij sprak het eerste gedeelte achter elkaar, terwijl Zij mij aankeek. Ik dacht: als ik dat nu maar onthouden kan. De Vrouwe begreep me, denk ik, want Zij glimlachte en zei het eerste gedeelte nogmaals achter elkaar voor. Toen knikte ik van ‘ja’ tegen haar. De Vrouwe zei: “Door de Heer tot de Vrouwe, door de Vrouwe van alle Volkeren tot de Heer van alle Volkeren. Het contact zal blijven. Waarschuw de clergé voor dwaalleerstellingen, vooral op het gebied der Eucharistie. Breng dit over aan de sacrista. Zeg dat de Vrouwe hem vraagt je naar de opperpriester te geleiden. Nogmaals: bid veel voor en om goede priesters en tot inkeer van de volkeren. Maar … (31-05-1958)


De zieneres en het schilderij Nu zegt de Vrouwe terwijl Zij mij glimlachend aankijkt: “Kind, zeg dat Ik tevreden ben over het begin van de actie. Zeg aan allen die meewerken, dat zij nog meer, steeds meer het gebed met beeltenis verder de wereld in brengen. Ik zal ze helpen.” Nu zie ik het schilderij van de Vrouwe van alle Volkeren voor mij. De Vrouwe zegt: “En nu spreek Ik tot jou, kind, in het bijzonder. Gij zult steeds voor deze beeltenis – en nu zeg Ik déze – komen vragen voor al de mensen die in nood zijn, lichamelijk en geestelijk. Dit zult gij blijven doen tot het einde daar is. Met deze beeltenis heb Ik mijn speciale bedoeling en daarover zult gij later horen. Zeg tegen je leidsman: het zij zo.” En dan zie ik de Vrouwe langzaam weggaan.(15-11-1951)


De Vrouwe verschijnt Het was 25 maart 1945, het feest van Maria Boodschap. Mijn zusjes en ik zaten in de kamer rond de potkachel met elkaar te praten. Het was oorlogstijd en het was hongerwinter. Pater Frehe was die dag in de stad en kwam ons even bezoeken. We waren druk aan het praten toen ik plotseling getrokken werd naar de andere kamer en daar ineens een licht zag komen. Ik stond op en moest ernaar toe lopen. De muur verdween voor mijn ogen en alles wat er stond was er niet meer. Het was één zee van licht en een ijle diepte. En uit die diepte zag ik opeens een gedaante naar voren komen, een levende gedaante, een vrouwelijke figuur. Ik zag haar links omhoog van mij staan, gekleed in een lang, wit gewaad en met een gordel om, echt vrouwelijk. Zij stond met haar armen naar beneden en met de handpalmen naar buiten, naar mij toe gekeerd. Terwijl ik keek, kreeg ik zoiets eigenaardigs over mij. Ik dacht: dat moet de Heilige Maagd zijn, dat kan niet anders.(25-03-1945)


Amsterdam en de beeltenis. De Dominicanen “En nu spreek Ik tot slot tegen … Ik ben tevreden over u. Drie offers heeft de Heer u gevraagd. Nu komt de Vrouwe u wat vragen. Deze beeltenis hebt gij geschonken aan de Vrouwe. Deze beeltenis is echter bestemd voor alle mensen, voor iedereen die naar de Vrouwe van alle Volkeren wil komen. Geeft u ze deze beeltenis. Het is de wens van de Vrouwe dat deze beeltenis zal gaan naar Nederland en wel in Amsterdam. Daar heeft de Vrouwe haar bijzondere bedoeling mee. In Amsterdam, de mirakelstad, daar zal ook de Vrouwe van alle Volkeren komen. Nederland is op weg van verwording. De Vrouwe wil dit land nog daarvoor bewaren en zet daarom de ene voet daarop. Zij heeft de actie gewild van hieruit, maar de beeltenis wil Zij hebben in Amsterdam. Breng dat offer. Geef het over aan de Dominicanen. Let wel, de offers die gegeven zullen worden, zijn niet alleen voor de Dominicanen, maar voor alle kerkelijke noden. De Vrouwe van alle Volkeren wil alleen deze beeltenis stellen onder de zorg van de Dominicanen. Het is echter geen speciaal voorrecht, het zal zijn voor alle volkeren. Later kom Ik hier in het bijzonder over spreken.” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg.((05-10-1952)


De vijand van Christus De Vrouwe wacht nu even en zegt dan heel langzaam en duidelijk: Zij kijkt dan naar de wereldbol waarop Zij staat en zegt: “Wij staan aan de vooravond van grote beslissingen. Wij staan aan de vooravond van zware druk. De vijand van de Heer Jezus Christus heeft langzaam maar zeker gewerkt. De posten zijn uitgezet. Zijn werk is bijna klaar. Volkeren, weest gewaarschuwd. De geest der onwaarheid, leugen en bedrog sleept velen met zich mee. De vooravond is weldra aangebroken.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, voel ik een zware druk komen over de wereld en wordt het er erg donker. Het is alsof er overal posten uitgezet zijn, het lijken mij een soort demonen. Ik zie dat ze mensen meenemen. Hele groepen mensen hollen achter ze aan en verdwijnen. Ik voel angsten en bedreigingen over mij komen. De Vrouwe blijft stil voor zich heen kijken en dan zegt Zij: “Grote bedreigingen hangen over de wereld. De kerken zullen nog meer ondermijnd worden.”(08-12-1952)


De Vrouwe verschijnt in het openbaar ’s Morgens tijdens de heilige Mis hoor ik ineens de stem van de Vrouwe zeggen: “Ik kom vandaag. Ga naar de kapel.” ’s Avonds is er Lof en de kerk is overvol. Bij het vijfde glorievolle geheim hoor ik de stem van de Vrouwe weer zeggen: “Ga naar de kapel.” Maar omdat de kerk zo vol is, durf ik niet te gaan en blijf zitten. Een hel licht komt van achter uit de kapel door de kerk heen. Ik schrik daar ontzettend van. Nu hoor ik ineens de stem van de Vrouwe heel duidelijk, vlak bij mijn oor. Ik hoor haar zeggen: “Sta op!” Het klinkt als een bevel zodat ik van schrik opsta en naar achteren loop. Ik heb het gevoel alsof ik zweef. Als ik in de kapel, waar het schilderij hangt, aankom, zie ik daar een zee van licht. Ik kniel neer op de stenen vloer. Ineens komt uit dat licht de Vrouwe naar voren, mooier dan ik haar ooit heb gezien. Zij zegt: “Bid mijn gebed.” Maar ik ben zo vreselijk ontroerd en onder de indruk van alles dat ik niet kan spreken. Ik zeg dit inwendig ook aan de Vrouwe. Dan glimlacht Zij en zegt voor de tweede keer: “Bid mijn gebed.” En Zij begint dan zelf voor te bidden: “Heer Jezus Christus . . .” Ineens krijg ik mijn stemgeluid terug en kan ik haar weer nazeggen. Zij laat mij dan verder bidden.(31-05-1955)


In de harten van alle volkeren Daarna wijst de Vrouwe mij op de aardbol waarop Zij staat en het is alsof het rondom haar sneeuwt. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Dat begrijpt gij niet? Kijk goed op de aardbol.”En nu zie ik de aardbol met een dikke laag sneeuw bedekt. Nu glimlacht de Vrouwe weer en zegt: “Kijk nu weer op de aardbol.” En het is alsof de zon erop schijnt, alsof de sneeuw smelt en langzaam in de grond verdwijnt. Dan zegt de Vrouwe: “Gij vraagt u af: wat moet dit betekenen? Nu krijg je de uitleg van mijn komst van vandaag. Zoals de sneeuwvlokken over de wereld heen dwarrelen en neervallen als een dikke laag op de bodem, zo zal het gebed met beeltenis zich verspreiden over de wereld en neervallen in de harten van alle volkeren.” Terwijl Zij dit zegt, zie ik al die volkeren voor mij staan. De Vrouwe wijst dan eerst op haar eigen hart, daarna op de harten van al die mensen en zegt: “Zoals de sneeuw zich oplost in de aarde, zo zal de vrucht, de Geest, komen in de harten van al de mensen die dit gebed elke dag zullen bidden. Immers, zij vragen dat de Heilige Geest zal komen over de wereld.”(01-04-1951)


De valse geest “De valse geest beheerst de wereld. Modern heidendom, humanisme, atheïsme, modern socialisme en communisme beheersen de wereld. Past op voor de valse profeten. De Vrouwe van alle Volkeren kan dit niet genoeg herhalen en daarvoor waarschuwen. Mensen, luistert toch! Het is dezelfde Heer die mij zendt u te waarschuwen, dezelfde Heer die eens ook voor deze moderne mens is geofferd. Gij weet niet welke grote machten deze wereld bedreigen. En nu spreek Ik niet alleen over modern humanisme, atheïsme, modern socialisme en communisme; nog heel andere machten bedreigen deze wereld. Volkeren, zoekt toch naar het ware. Volkeren, sluit u aaneen. Zonder dat gij het wist, is de Vrouwe reeds acht jaar gekomen om u daarvoor te behoeden. 53 is het jaar van de Vrouwe van alle Volkeren. 53 is het jaar waarop Zij onder deze titel bekend zal moeten worden onder de volkeren. 53 is het jaar waarin grote wereldgebeurtenissen en wereldcatastrofen zich zullen afspelen en dreigen. Daarom vraagt de Vrouwe van u dit gebed te zullen bidden. Verspreidt dit zoveel als mogelijk is.”(10-05-1953)


Vanaf de aanvang “De Vader zond de Heer Jezus Christus als de Verlosser voor alle volkeren. De Heer Jezus Christus was dit vanaf de aanvang. Hij werd dit bij het offer en het heengaan naar de Vader.Miriam of Maria werd de Dienstmaagd des Heren, uitgezocht door de Vader en de Heilige Geest. Bij de aanvang was Zij, door die uitverkiezing, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster van alle volkeren. Bij het heengaan van de Godmens, Heer Jezus Christus, werd Zij eerst de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Bij het heengaan van de Heer Jezus Christus gaf Hij Miriam of Maria in één gebaar aan de volkeren, haar als ‘de Vrouwe van alle Volkeren’. Hij sprak immers de woorden ‘Vrouw, zie daar uw zoon; zoon, zie daar uw Moeder’. Eén gebaar, en Miriam of Maria kreeg daardoor deze nieuwe titel.”(05-10-1952)


Drie gedachten, één geheel “Daar ben Ik weer. Ik kom een speciale boodschap brengen. Breng alles goed over. Nooit is Miriam of Maria in de Gemeenschap, in de Kerk, officieel genoemd Medeverlosseres. Nooit is Zij officieel genoemd Middelares. Nooit is Zij officieel genoemd Voorspreekster. Deze drie gedachten horen nauw tezamen, deze drie gedachten vormen één geheel. Daarom zal dit in de mariale geschiedenis de sluitsteen zijn, dus zal dit worden het dogma van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. En nu verwijt Ik niet de theologen als Ik zeg: waarom kunt gij het niet eens worden over dit dogma? Nogmaals zal Ik het uitleggen en nog duidelijker maken.”(05-10-1952)


De sacramenten “Verspreid dan mijn gebed, het gebed van de Heer. Vraag of de beeltenis voorlopig hier terug mag komen. Kind, wees niet bevreesd. Ik vraag dit. Vraag om het dogma. En gij, alle volkeren, laat u door de handen van de Vrouwe brengen tot de Heer, brengen tot uw sacramenten.” Op het woord ‘sacramenten’ legde Zij heel veel nadruk en Zij schudde het hoofd, alsof Zij zeggen wilde: wat gebeurt er nu toch? Zij keek zeer eigenaardig, ik zag aan haar gezicht dat Zij het helemaal niet in orde vond. Toen zei Zij: “Gij gaat daar zo raar mee om. Ik weet, de Vrouwe van alle Volkeren weet, wat deze tijd is voor de christenmensen en daarom heeft Zij twaalf jaar mogen komen om u te waarschuwen, om u te helpen, om u te brengen terug en naar de Heer Jezus Christus. Gij hebt dit jaar ondervonden hoe groot de kracht kan … kán zijn van satan. De Vrouwe van alle Volkeren, die de Bruid is van de Heer, die de Koningin is van de Koning, die nu deze titel heeft ontvangen van haar Heer, Zij heeft door haar voorspraak de wereld nog gered, nóg gered.” Hierbij stak de Vrouwe waarschuwend haar vinger op. (31-05-1957)


Bouwt hier één gemeenschap Toen ging de Vrouwe langzaam weg en ik hoorde haar zeggen: “Luister, volg het licht.”  Ineens ging het licht de kamer uit. Ik zocht het in de andere kamer, maar het ging me voor, naar de uitgang van ons huis. Ik liep het achterna, de straat op. Het ging me voor naar de Wandelweg. Ineens bleef het stilstaan. Ik zocht daar op de grond en toen hoorde ik de stem zeggen: “Wat zoek je?” Ik zag toen de Vrouwe met kruis, aardbol en schapen tussen twee wolken staan. Zij stond zelf in een stralende blauwe lucht. Terwijl Zij heel langzaam omhoog ging, hoorde ik haar zeggen:“Dit is de plaats van mijn teruggaan naar Hem. Bouwt hier één Gemeenschap voor alle volkeren.” Toen kwam er een grote lichtende wolk over haar heen en ik zag haar niet meer. Maar terwijl Zij nog als in een waas wegging, omhoog, kwam er – ik kan het niet anders uitleggen – in haar plaats een grote Heilige Hostie, stralend van licht, heel groot. Uit die Heilige Hostie kwamen drie stralenbundels: in het midden een bundel van prachtige kleuren; rechts en links een bundel van prachtig hel licht, met aan het uiteinde rechts een kruis en links een duif, maar verlicht, geestelijk zou ik zeggen. Dan ging alles heel langzaam weg.(31-05-1958)


Bijzondere boodschap voor de paus Daar staat de Vrouwe voor mij. Zij zegt: “Ik kom vandaag een bijzondere boodschap brengen. Vraag aan de Heilige Vader of hij het gebed, dat Maria als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster onder de titel van ‘de Vrouwe van alle Volkeren’ gegeven heeft aan de wereld, wil bidden en voorbidden aan de volkeren. Zeg hem: Apostel van de Heer Jezus Christus, leer uw volkeren dit eenvoudige, maar zo diepzinnige gebed. Het is Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, die u dit vraagt. Gij zijt de herder van de Kerk van de Heer Jezus Christus. Hoed uw schapen. Weet wel: grote dreigingen hangen over de Kerk, hangen over de wereld. Nu is het tijdstip gekomen waarop gij zult spreken over Maria als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster onder de titel ‘de Vrouwe van alle Volkeren’. Waarom vraagt Maria dit van u? Omdat Zij gezonden is door haar Heer en Schepper, om onder deze titel en door dit gebed, de wereld te mogen verlossen van een grote wereldcatastrofe. Gij weet dat Maria wil komen als de Vrouwe van alle Volkeren. Nu vraagt Zij dat de mensen deze titel van u, de Heilige Vader, mogen horen. De sacrista van de paus zal deze boodschap, gelijk de andere, aan de Heilige Vader geven. Door dit gebed zal de Vrouwe de wereld redden. Ik herhaal deze belofte nogmaals.”(10-05-1953)


De laatste boodschap in het openbaar Toen ik de kerk binnenkwam, waren de mensen de rozenkrans aan het bidden bij de kapel. Achter in de kerk heb ik meegebeden. Daarna baden zij de twaalf artikelen van het geloof. Bij de woorden ‘die ontvangen is van de Heilige Geest’, zag ik ineens bij het Maria-altaar het licht komen. Heel langzaam ging het licht van het Maria-altaar langs het hoofdaltaar, daarna langs het St. Jozef-altaar, waar het heel even bleef stilstaan, en toen langs de zijkant van de kerk naar de kapel. Het was alsof er in dat licht een gestalte meezweefde. Ik stond op en ging naar de kapel omdat de Vrouwe mij als het ware wenkte. Toen ik in de kapel kwam, zag ik de Vrouwe langzaam uit het licht naar voren komen. Zij zei tegen mij: “Bid het gebed.” Toen begon Zij zelf het gebed te bidden, heel zacht en devoot en bad het samen met mij. Maar aan het einde hoorde ik haar zeggen ‘uw Voorspreekster’ in plaats van ‘onze Voorspreekster’. Zij kwam daarbij met haar hoofd naar voren en keek me heel diep aan. Dit maakte mij in de war, zodat ik ‘die eens Maria was’ overgeslagen schijn te hebben en haar woorden ‘uw Voorspreekster’ nasprak. Toen zei de Vrouwe: “Vandaag ben Ik hier gekomen om de laatste boodschap in het openbaar te vertellen. Vrees niets, kind. Het is de Vrouwe van alle Volkeren die dit alles zegt.” Zij wachtte even en zei toen: “Je hebt goed gedaan.”(31-05-1957)


De vrouwen en mannen dezer wereld Nu wacht de Vrouwe even en kijkt voor zich heen. Dan zegt Zij: “Theologen, gij zult geen moeite hebben als gij bedenkt dat de Heer en Meester de Vrouwe reeds voorbestemd had om te offeren. Immers, het zwaard was reeds op het hart van de Moeder gericht. Daarmee wil Ik zeggen dat Ik de Zoon immer ben voorgegaan in geestelijk en lichamelijk lijden. En nu spreek Ik tot de vrouwen van deze wereld. Vrouwen van deze wereld, weet gij wat het zeggen wil vrouw te zijn? Dat betekent offeren. Leg al uw zelfzucht en ijdelheid af en probeer alle kinderen en diegenen, die daar nog lopen te grazen, naar het middelpunt, het Kruis te brengen. Offer zelf mee. En dan spreek Ik tot de mannen dezer wereld. Ik zeg hun: mannen, van u uit moet de kracht komen en dewil om de wereld te brengen naar de enige Vorst dezer wereld, de Heer Jezus Christus.”(31-05-1951)


Strijd De Vrouwe zegt: “De christenen zullen vermoeid worden van het strijden.” Zij benadrukt het woord ‘vermoeid’ en ik voel een geestelijke vermoeidheid over me komen. De Vrouwe wijst naar iets voor mij en dan zie ik een zandvlakte, een woestijn. Daar wordt een preekstoel op gezet. Dan gaat die preekstoel weer weg en zie ik heel vlug die woestijn weer voor mij. Ik hoor een stem iets roepen in een vreemde taal uit vroeger tijden. Dat herhaalt zich een paar keer heel vlug voor mijn ogen. Daarna wijst de Vrouwe weer naar iets en ik zie het Vaticaan. Het is alsof het midden in de wereld ronddraait. In het Vaticaan zie ik de paus met opgeheven hoofd en twee opgestoken vingers. Hij kijkt ernstig voor zich heen. Ik klop dan drie keer op mijn borst.(03-01-1946)


Eén gebod: Liefde Dan wijst de Vrouwe op de aardbol. Ik krijg vreselijke angsten en nu zie ik de aardbol zwart worden. Als ik goed kijk, is het niet overal even zwart, vooral in het oosten is het heel erg. De Vrouwe zegt: “Kind, breng het volgende goed over. De volkeren van deze wereld zullen één gebod voor ogen houden en dat is de Liefde. Wie liefde bezit zal zijn Heer en Meester dienen in de schepping. Eén gebod voor ogen houden: Liefde. Als dat weer onder de mensen gebracht wordt, zal de wereld gered worden.” Dan gaat de Vrouwe met de vinger heen en weer en zegt: “De heidenen dezer wereld willen het u voordoen, christenen. Christenmensen, weet uw plicht. En nu spreek Ik tot de Kerk van Rome en dan zeg Ik tegen de paus: zorg dat uw onderdanen de liefde van de Zoon Jezus Christus weten te brengen in deze wereld, verworden wereld. Dit gebod moet de Kerk van Rome tot in het uiterste doorvoeren en dan zeg Ik: wees ruim. Probeer u te zetten in deze moderne wereld met Jezus Christus aan het kruis. Probeer deze woorden goed te begrijpen en uit te voeren. Deze wereld kan alleen gered worden door de Kerk die deze leerstelling houdt.”(15-11-1951)


Amsterdam, het middelpunt “Nu spreek Ik tot uw bisschop: laat de kerk van de Vrouwe van alle Volkeren toch komen op de plaats die Ik aangegeven heb in Amsterdam.” Dan wacht de Vrouwe even terwijl Zij in de verte kijkt. Daarna zegt Zij heel duidelijk en langzaam: “De mariale gedachten zullen meer komen in deze tijd. Amsterdam zal het middelpunt worden van de Vrouwe van alle Volkeren. Daar zullen de volkeren door deze beeltenis de Vrouwe van alle Volkeren leren kennen en haar vragen onder deze titel de eenheid te verkrijgen en de eenheid onder de volkeren. Deze beeltenis zal het laatste mariale dogma vooruitgaan. Deze beeltenis zal vooruit komen in Amsterdam. Voor de verspreiding zal zorg dragen uw leidsman en ieder die mee kan werken. Het moet één grote gemeenschap worden, waarvan Ik de leiding geef aan de Dominicaner paters. Laten zij toch beseffen wat Ik hun in handen geef.”(10-05-1953)


Uitleg van de beeltenis Nu blijft de Vrouwe even stil voor mij staan en ik zie haar heel duidelijk. Dan zegt Zij: “Nu zal Ik je uitleggen waarom Ik zo kom in deze vorm. Ik sta als de Vrouwe voor het kruis. Met hoofd, handen en voeten als van een mens. Het lichaam echter als van de Geest, omdat door de wil van de Vader de Zoon gekomen is. Nu echter zal de Geest komen over de wereld en daarom wil Ik dat daarom gebeden wordt.” De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Ik sta op de aardbol omdat dit de hele wereld aangaat.” Dan is het of de Vrouwe met de hand een halve cirkel maakt en Zij zegt: “Kijk goed.” Nu zie ik van de ene zijbalk tot de andere een halve cirkel komen. Het is alsof die cirkel van een eigenaardig soort licht is en daarin zie ik zwarte drukletters komen: links ‘de Vrouwe’, midden boven ‘van alle’ en rechts ‘Volkeren’. Dan zegt de Vrouwe: “Waarom Ik je dat hier geef, daar heb Ik mijn speciale bedoeling mee, dat komt nog. Breng alles goed over. Dat is mijn boodschap voor vandaag. De geest der onwaarheid dringt zo ontzettend door, dat het nodig is om dit snel door te voeren. De gehele wereld is in verwording en daarom zendt de Zoon de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was.” (04-03-1951)


De minsten der mijnen Dan zie ik de Vrouwe ineens zitten in rouwgewaad met een witte sluier om het hoofd. Zij heeft heel oude trekken op het gelaat en zit in elkaar voorovergebogen. Zij zegt: “Wij zijn hier in de donkerte, het is de verwording in de mensheid.” Ik zie dan een kruis voor mij. Het corpus glijdt eraf, zodat het kruis kaal overblijft. De Vrouwe zegt heel droevig: “De martelgang begint opnieuw.” Ik zie diepe groeven en dikke tranen op het gelaat van de Vrouwe. Daarna ga ik met haar dieper de donkerte in. We lopen steeds door en ik zie niets dan donkerte. “Hè, wat is dat?” vraag ik. We komen in een grot. De Vrouwe laat mij als het ware het steen voelen; het is een grot van natuursteen. Dan ineens komt er een beetje stro in waarop een kind wordt gelegd. Rondom komen allemaal mensen binnen, heel gewone mensen. De Vrouwe zegt: “Gewone mensen. De minsten der mijnen. Ze kunnen niet meer geplaatst worden, hele drommen.” “De minsten der mijnen”, zegt de Vrouwe steeds. Nu verandert voor mijn ogen die grot in een kerk. Direct daarna zie ik onafzienbare rijen kerken en dan weer die ene kerk. Evenals in de grot ligt er stro, waarop een kindje wordt gelegd. Dat is weer niet een gewoon kind, maar een hemels stralend en vergeestelijkt Kind. Nu neemt de Vrouwe mij mee langs al die kerken. Zij wijst naar allemaal lege banken en zegt: “Ziet ge de fout? Leegte.” Dan komen op die banken allemaal witte plaatjes, alsof het naamplaatjes zijn. Dan zegt de Vrouwe weer: “Ziet ge de fout?” Zij gaat nu met haar hand over al die rijen banken en dan zie ik dat die banken kaal zijn, alle plaatjes zijn eraf. “De minsten der mijnen”, zegt die stem weer en dan is het alsof de Vrouwe die banken wil vullen met mensen. Dan zie ik een bisschop. De Vrouwe zegt: “Zeg dat, zeg dat!” En Zij wijst op die kerken. Dan zegt Zij: “De wereld moet los zijn van alles en vooral de Kerk.”(07-05-1949)


Gebed

klik om vergroten

Nu zie ik ineens rondom de Vrouwe sneeuwvlokken komen en deze vallen op de aardbol. De Vrouwe zegt: “Kind, waarom wordt dat gebed niet verspreid? Waarom zo lang gewacht? Ik heb het u voorgezegd, opdat het in de wereld onder de mensen gebracht zal worden. Laten de mensen toch dit kleine, eenvoudige  gebed iedere dag bidden. Dit gebed is klein en eenvoudig gegeven, zodat iedereen het in deze moderne, vlugge wereld kan bidden. Het is daarom gegeven om de ware Geest over de wereld af te smeken.”(20-09-1951)


Golven over Europa Dan zie ik over Europa zware dikke wolken komen en daar onderdoor grote golven die over Europa heen komen spoelen. Dan zie ik de Vrouwe in een hel, scherp licht staan. Zij is in het wit gekleed. Zij houdt de handen uitgespreid en er komt vanuit haar handen een dikke stralenbundel. Ik moet mijn hand ophouden en het is alsof die stralenbundel in mijn hand komt. Ik voel het gloeien en prikkelen. De Vrouwe glimlacht tegen mij en wijst op die hand, terwijl Zij ‘ja’ knikt. Ik weet niet wat dat betekent. Dan betrekt het gezicht van de Vrouwe en Zij kijkt heel bedroefd. Zij wijst naar die zware wolken en golven en zegt: “Ze zullen eerst door die vloed moeten vergaan en dan pas …” en dan zie ik die woorden geschreven staan. Achter ‘pas’ staan allemaal puntjes, alsof er nog iets moet volgen dat verborgen moet blijven. Dan klaart het gezicht van de Vrouwe op en zie ik het water als een damp omhoog trekken. Het is alsof eventjes de zon erdoorheen schijnt. Weer wijst de Vrouwe mij naar de aarde en ik zie dat alles is opgetrokken. En nu zie ik allemaal beenderen van mensen op de grond verspreid liggen, stukken been van hoofden, armen en benen. Het is een heel naar gezicht. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “Dat is het verderf. Werkt toch, werkt toch …”(07-12-1947)


De Dienstmaagd des Heren Nu blijft de Vrouwe lange tijd zonder iets te zeggen staan. Dan zegt Zij: “De Heer en Meester zocht een Vrouwe uit onder alle volkeren, genaamd Miriam of Maria. Zij zou, door de wil van de Vader, de Mensenzoon brengen in de wereld met zijn Kerk en het Kruis. De Vrouwe was de Dienstmaagd des Heren. Zij heeft door de wil van de Vader de Mensenzoon gebracht en moest daarmee met de Kerk en het Kruis verbonden zijn. De Vrouwe staat hier voor je in deze tijd als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Versta de volgende woorden goed: de Vrouwe van alle Volkeren mag en zal aan alle volkeren dezer wereld, die haar vragen, de Genade, Verlossing en Vrede schenken. Gij echter zult allen de Vrouwe van alle Volkeren brengen over heel de wereld.”(17-02-1952)


Het woord, de stem van hun Moeder “Ik ben in allerlei vorm tot de wereld gekomen.” Nu kijkt de Vrouwe op de wereldbol en schudt met een droevig gezicht het hoofd. “Nu vraag Ik: heeft dit wat gedaan? De Heer Jezus Christus wil nog een grote gunst geven aan de wereld en dat is het woord, de stem van hun Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren. Door dit werktuig in een klein land dat op de helling staat, zal de Vrouwe van alle Volkeren elk jaar haar moederlijke vermaningen en troost geven. Later zal dit overgaan. Kind, zij zullen je geloven. Ik ben daar. Ik zal je bijstaan en helpen. De beeltenis moet komen in het openbaar. Vraag dit aan je bisschop. Hij zal toestemmen dat de beeltenis gebracht wordt. Hij zal toestemmen dat de kerk, welke Ik heb laten zien, komen zal. Allen zullen daarvoor strijden. Zeg dat je leidsman. Ik zal hem helpen, zo ook de anderen. Het is mijn gebed, zeg dat aan je bisschop. Hij zal toestemmen daarin. Nee kind, wees niet bevreesd.”(31-05-1954)


De beeltenis in het openbaar Dan zegt de Vrouwe: “Zij komt daar niet waar de kerk zal komen. Vraag of de beeltenis weer in het openbaar gebracht mag worden.” Ik zie nu in een flits de kapel van de St.-Thomaskerk. “Later zal ze overgebracht worden naar het huis van de Heer Jezus Christus.” Opnieuw zie ik dan de kerk van de Vrouwe die in de toekomst gebouwd moet worden. De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Ik heb nu ook gesproken voor alle volkeren. Zeg dit. Als de beeltenis teruggebracht wordt, zal de Vrouwe haar zegen geven.” (31-05-1956)


Het celibaat Als wij weer buiten de kapel staan, zegt de Vrouwe: “En dan wil Ik je nog zeggen dat de Vrouwe je beproefd heeft.” Ineens maakt Zij met haar duim een kruis op haar mond en zegt: “Zeg mij dit niet na.” Dan zegt Zij: “Zeg tegen de sacrista van de Heilige Vader dat hij doorgeeft: het celibaat is nog altijd de grote kracht van de Kerk. Er zijn er die dit anders willen. Alleen bij hoge uitzondering, zeg dit. Hij zal mij begrijpen. Het dogma van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster zal voor 1960 moeten worden uitgesproken.”(31-05-1956)


Het altaar van de Vrouwe. De aparte kapel Nu wijst de Vrouwe naar de evangeliezijde en zegt: “Het altaar van de Vrouwe is uitgebeeld zoals Ik kom.” Ik zie een voorstelling van de Vrouwe van alle Volkeren, staande op de wereldbol, achter haar het kruis en om de wereldbol heen schapen. Alle drie de voorstellingen zijn gebeeldhouwd in een donkerbruine houtsoort, ook de voorstelling van de Vrouwe van alle Volkeren. Ik ben daarover erg verwonderd. De Vrouwe merkt dat blijkbaar. Zij glimlacht en zegt: “De beeltenis die nu is, ziet ge niet.” Zij bedoelt het schilderij. Dan wenkt Zij mij haar te volgen. Wij lopen naar achteren, aan de evangeliezijde. Achter in de kerk, een beetje opzij, zie ik in een kleine kapel het schilderij van de Vrouwe hangen. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Daar, meer opzij, is de beeltenis, apart in een aparte kapel. Dit heeft de Heer Jezus Christus zo gewild.”(31-05-1956)


De voorstellingen achter de altaren Dan zegt de Vrouwe: “De offertafel in het midden. Daarachter uitgebeeld het Laatste Avondmaal.” Nu laat de Vrouwe mij duidelijk de voorstellingen zien achter de drie altaren. Achter het middenaltaar zie ik over bijna de gehele breedte van de ronde achterwand een uitbeelding van het Laatste Avondmaal. De Christusfiguur is een prachtige, waardige gestalte. Voor Hem staat een kelk. In zijn handen houdt Hij een hostie; het is alsof Hij de hostie breekt. Daaromheen de apostelen, half liggend aan tafel. Dan gaat de Vrouwe met mij naar de epistelzijde en zegt: “Daar ziet gij de Vader, zittend op de wereldbol.” Tegen de achterwand aan de epistelzijde zie ik een voorstelling van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De figuur die de Vader voorstelt, zit op de wereldbol. Op zijn rechterhand staat een kruis. Daarboven is een duif, die aan alle kanten stralen uitzendt. De Vrouwe zegt: “Hij wordt overschaduwd met het kruis in de hand door de Heilige Geest, uitgebeeld als een duif die naar alle kanten de stralen uitzendt.”(31-05-1956)


De altaren Op het platform staan drie altaren, geplaatst in een halve cirkel. De Vrouwe wijst op het middenaltaar en zegt: “In het midden het kruis, het dagelijks wonder, het altaar van het kruisoffer.” De Vrouwe wijst dan op een laag tabernakel met daarop een klein kruis. Dan wijst Zij naar het altaar aan de epistelzijde. Met haar handen samengevouwen, zegt Zij heel plechtig en eerbiedig: “Het altaar van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Dan wijst de Vrouwe mij op het altaar aan de evangeliezijde en zegt: “Aan deze kant het altaar van de Vrouwe van alle Volkeren. Kijk goed: gelijkvloers. Het lijkt één halve cirkel. Een grote halve cirkel en aan weerskanten een kleine.” Hoewel ik drie altaren zie, lijkt het alsof ze verbonden zijn tot één altaar, één halve cirkel en toch drie halve cirkels.(31-05-1956)


Het voorportaal De ingang van de kerk is bijzonder majestueus, groots en voornaam. Er zijn trappen die naar het grote, open voorportaal leiden. Dit voorportaal heeft aan de voorkant vier geweldige pilaren, aan de boven- en onderkant geornamenteerd. De pilaren zijn niet glad, maar van boven naar beneden als het ware geribbeld. Het dak  boven de ingang, dat door deze pilaren wordt ondersteund, heeft een opstaande rand met een of ander beeldhouwwerk of reliëf.(31-05-1956)


Het interieur van de kerk Dan zegt de Vrouwe heel plechtig: “Wij treden nu het huis van de Heer binnen.” Plotseling sta ik met de Vrouwe in de kerk. Het is een grote, warme kerk. Alle ramen zijn gebrandschilderd; het zijn diepe, warme kleuren, overwegend een soort oosters rood en blauw, kleuren die in onze kerken niet te zien zijn. Terwijl ik met de Vrouwe door de kerk loop, valt mij op dat de vloer een weinig schuin naar beneden loopt, amphitheatergewijs. Opvallend is ook dat alles in de kerk in een halve cirkel geplaatst staat. Alles aan en in de kerk is rond. Voor in de kerk zie ik een verhoogd plateau, een soort platform van geweldige afmetingen. Het heeft aan de voorkant trappen, rond gebouwd. Ook de zitplaatsen staan in het rond. Voor het platform zie ik communiebanken.


De kerk van buiten gezien Plotseling zie ik op de door de Vrouwe aangeduide plaats een grote kerk staan. Het is een majestueuze kerk aan een groot plein, een heel bijzondere kerk zoals wij die niet kennen, maar waarin je van alle bestaande kerken iets terugvindt. Het achtergedeelte lijkt oosters, de voorkant heeft meer iets westers. De kerk is gebouwd van geel-beige natuursteen. Heel opvallend zijn de lichtgroene koepels, één grote met aan weerskanten twee kleinere. De Vrouwe wijst mij hierop en zegt: “Je ziet drie koepels op de kerk; één grote, twee kleinere aan weerskanten.” Het groen van de koepels steekt prachtig af tegen het geel-beige van de kerkmuren. In deze muren zijn grote ramen, in het koepelgedeelte alleen vlak onder de koepels. Op de grote koepel staat een kruis.(31-05-1956)


De plaats van de nieuwe kerk Nu wacht de Vrouwe lange tijd. Dan zegt Zij, terwijl Zij om zich heen kijkt:“Nu laat de Vrouwe ten getuige van dezen je zien waar en hoe de kerk van de Vrouwe van alle Volkeren zal komen.” Weer zegt de Vrouwe lange tijd niets. Dan is het alsof wij ineens op een grasveld staan. De Vrouwe laat mij nu heel duidelijk zien waar de nieuwe kerk gebouwd moet worden. Zij wijst naar links en zegt: “Kijk goed. Niet ginds, maar daar.” En nu wijst Zij naar rechts. “Ik laat het nu zien. Vertel het later aan de anderen.” Ik zie nu duidelijk de plaats: een grasveld met bomen en een theehuisje, aan de Zuidelijke Wandelweg. Nogmaals zegt de Vrouwe: “Kijk goed!” Zij wacht en vervolgt dan: “Zij zullen moeite krijgen. Het is een groot terrein, later omringd van een halve stad.” Ik zie dan ook een groot terrein, omringd door nieuwe huizen en gebouwen. Een stuk van de dijk die er nu ligt, is weg.(31-05-1956)


De hand van satan Dan kijkt de Vrouwe zeer ernstig voor zich uit. Het is alsof ik om de wereldbol waarop Zij staat zware wolken heen zie trekken, terwijl de wereldbol hard in de rondte draait. De Vrouwe wijst naar die bol en zegt heel droevig: “Zie naar de wereld. Let goed op wat Ik u zeggen zal.” Nu houdt de Vrouwe haar rechterhand omhoog, geopend naar mij toe. Ik zie daarin een grote dobbelsteen liggen. De Vrouwe gaat dan met die hand als het ware schommelend over de wereldbol. Ineens verandert dat beeld. Ik zie nu een heel andere hand, meer een soort klauw, die mij een nare, akelige indruk geeft. Ook in die klauw ligt een dobbelsteen. De Vrouwe zegt: “De hand van satan gaat over heel de wereld, met daarin een dobbelsteen. Weet gij, Kerk, Gemeenschap, wat dit betekent? Nog is satan de vorst van deze wereld. Hij houdt vast wat hij kan. Daarom moest nu de Vrouwe van alle Volkeren komen in deze tijd. Zij immers is de Onbevlekte Ontvangenis en daardoor de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Deze drie gedachten in één. Theologen, hoort gij het goed?” En het is alsof de Vrouwe iets, wat in drieën is, in elkaar schuift tot één. Dan zegt Zij: “De Vrouwe moest nu haar gebed brengen over deze satanse wereld. De Heilige Geest immers moet nog komen over de volkeren. Begrijpt deze boodschap goed. Bidt dan, volkeren, mijn gebed opdat de Heilige Geest werkelijk en waarachtig zal komen.” Bij deze laatste zin hield de Vrouwe de handen gevouwen omhoog, alsof Zij de mensen voordeed hoe ze moesten bidden (04-04-1954)


Voorzegging van de dood van paus Pius XII Vannacht werd ik weer met een schok wakker doordat ik geroepen werd, om drie uur precies. Ik zag weer het licht en hoorde de stem van de Vrouwe zeggen: “Daar ben Ik weer. De vrede van de Heer Jezus Christus zij met u. Je hebt goed gedaan. Je hebt uit vrije wil gekozen, de boodschap naar je leidsman gebracht. Deze gehoorzaamheid zal goede vruchten afwerpen, die je binnenkort zult ervaren. Je leidsman kent zijn plicht. Wees gerust. Ik zal je een mededeling doen, waarover je tegen niemand, ook de sacrista en je leidsman, iets mag vertellen. Als het gebeurd is, mag je het tegen ze zeggen, dat de Vrouwe dit nu gezegd heeft. De mededeling is: Luister. Deze Heilige Vader, paus Pius XII, zal begin oktober van dit jaar worden opgenomen bij de Onzen. De Vrouwe van alle Volkeren, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, zal hem naar de eeuwige vreugde geleiden.”  Ik schrok van deze mededeling en durfde het haast niet te geloven. De Vrouwe zei: “Schrik niet, kind. Zijn opvolger zal het dogma afkondigen.” Ik bedankte de Vrouwe en Zij zei heel plechtig: “Amen.”(19-02-1958)


Eén Gemeenschap “Denkt om de toekomst.” En nu is het alsof de Vrouwe lachend zegt: “Nee, de Vrouwe zegt niet: denkt om uw materiële toekomst. Versta goed waarom Ik komen mag op deze grote dag. Deze grote dag heeft de Heer Jezus Christus uitgezocht voor de Vrouwe van alle Volkeren. Zij mag haar volkeren in eenheid brengen. Zij mag haar volkeren in één grote Gemeenschap brengen. Alle volkeren in één Gemeenschap, daarvoor heeft deze wereld, deze tijd, die Ik herhaaldelijk heb aangekondigd, te zorgen. Herhaaldelijk heb Ik in het verborgene gesproken over deze tijd. Welaan dan, volkeren, deze tijd is aangebroken. Nog is satan niet verdreven, maar gij moet daarvoor zorgen, gij volkeren van de Kerk van Rome.” Nu heft de Vrouwe weer waarschuwend haar vinger op en zegt met ernst: “Denkt om uw sacramenten, zij bestaan nog. Volkeren, brengt anderen door uw voorbeeld tot Hem, tot het dagelijks wonder, tot het dagelijks offer.”(31-05-1955)


Drie gedachten in één gebaar “De boodschap die Ik vandaag kom brengen, is bestemd voor alle volkeren. Ik kom in deze tijd als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. In één gebaar gaf de Heer Maria deze drie titels, deze drie gedachten in één gebaar. Dit nieuwe dogma zal veel omstreden worden. Daarom heb Ik je de uitleg daarvan gegeven. De tijd breekt aan. Zeg toch tegen de sacrista van de paus dat hij de paus inlicht. Hij zal hem brengen de Vrouwe van alle Volkeren. De paus zal dit dogma voorbereiden en voorleggen. Zeg dat de tijd daar is. De Heilige Geest moet komen over deze wereld. Laat de Heilige Vader niet aarzelen in zijn beslissingen. Hij is immers de vechter. Ik zal mijn teken geven.”(08-12-1952)


De wil van de Zoon Ik zie een hel licht en hoor dan: “Daar ben Ik weer.” Door dat helle licht heen zie ik de Vrouwe staan. Zij zegt: “Zie goed en luister wat Ik je te zeggen heb.” Dan schudt de Vrouwe afkeurend met het hoofd tegen mij en zegt: “Kind, je zult toch mijn boodschap overbrengen. Het is alleen mijn bedoeling dat de wil van de Zoon opgevolgd wordt in deze tijd. Begrijp goed, jij bent alleen het werktuig.”(04-03-1951)


Deze tijd is onze tijd Dan wijst de Vrouwe weer op de aardbol en zegt: “Deze tijd is onze tijd. Gij, kind, zijt het werktuig alleen om deze dingen over te brengen. Gij zult dit doen. Ja, er zijn bewijzen genoeg, die Ik ook heden nog gezegd heb. Zeg dat Ik wil zijn: de Vrouwe van alle Volkeren.”(11-02-1951)


Landen van Europa. Amerika “Voor Duitsland wil Ik zeggen: laat men toch in dit land hard en hard werken om de mensen, die ver en ver afgedwaald zijn, terug te brengen naar dit middelpunt: het Kruis. Priesters zijn er te weinig, maar leken zijn er velen. Voert toch een grote actie onder de leken om ze op te roepen tot dit doel. Werkt hier vooral met grote liefde en caritas. Laten de groten van Duitsland helpen en zich niet afwenden van de Kerk. Deutschland jedoch liegt mir sehr am Herzen. Die Mutter Gottes weint über die Kinder Deutschlands. Voor Frankrijk, België, Balkan, Oostenrijk zeg Ik het volgende: laat u niet naar de verkeerde geest zenden. Voor Italië zeg Ik: groten van Italië, kent gij uw taak? Tot Engeland zeg Ik: Ik keer terug, Engeland. Tot Amerika zeg Ik: drijf uw politiek niet te ver door en zoek de ware Geest. Ik ben blij dat Amerika het geloof beter vindt op het ogenblik.”(11-02-1951)


De wetten kunnen veranderd worden Dan vouwt de Vrouwe de handen ineen. Ik zie nu de paus met kardinalen en bisschoppen. De Vrouwe zegt, alsof Zij tegen de paus spreekt: “Gij kunt deze wereld redden. Ik heb meermalen gezegd: Rome heeft zijn kans. Grijp dit ogenblik aan. Geen kerk in de wereld is zo opgebouwd als de uwe. Maar ga mee met uw tijd en dring toch aan op uw moderne veranderingen bij religieuzen, priesters, priesterstudenten, enzovoorts, enzovoorts. Houd toch oog daarop. Voer het toch door tot in het kleinste. De leer blijft, maar de wetten kunnen veranderd. Laat de kinderen dezer wereld meer genieten van de gedachtenis aan mijn Zoon.” Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Ik heb u in de droom laten zien hoe het meerdere communiceren doorgevoerd kan worden. Dit zeg Ik u voor Nederland en alle landen waar dit niet is.”(11-02-1951)


Het eerste en voornaamste gebod De Vrouwe zegt verder: “Kind, dit is zo eenvoudig en kort, dat ieder in zijn eigen taal het kan zeggen voor zijn eigen kruis. En die geen kruis hebben, zeggen het voor zichzelf. Dit is de boodschap die Ik juist vandaag wil zeggen, omdat Ik nu kom zeggen, dat Ik de zielen wil redden. Werkt toch allen mee aan dat grote werk der wereld. Als toch ieder mensenkind voor zichzelf probeert dit na te volgen.” Dan steekt de Vrouwe een vinger op en zegt: “Vooral in het eerste en voornaamste gebod: Liefde.” Met grote letters zie ik nu dit woord geschreven staan. “Laten ze daarmee beginnen”, zegt de Vrouwe. Dan zie ik een bepaalde groep mensen; de Vrouwe kijkt daar heel meewarig naar en zegt: “En dan zullen de kleinen dezer wereld zeggen: wat kunnen wij daarmee beginnen? De groten immers zijn het die ons dit aandoen.” Dat zegt Zij heel mooi, alsof Zij heel erg begaan is met die mensen om haar heen. Maar dan verandert het gezicht van de Vrouwe en met veel nadruk zegt Zij: “En dan zeg Ik tot de kleinen: als gij de Liefde in alle finesses doorvoert onder elkander, hebben ook de groten geen kans. Ga tot uw kruis en zeg wat Ik u voorgesproken heb en de Zoon zal het verhoren.”(11-02-1951)


De strijd om de geest Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Er zal weer een grote natuurramp komen. De groten dezer wereld zullen het steeds niet eens zijn. De mensen zullen zoeken hier en daar. Denk om de valse profeten. Zoek en vraag alleen om de ware, Heilige Geest. Het is immers op het ogenblik een ideeënoorlog. De strijd is niet meer om rassen en volken, de strijd is om de geest. Begrijp dit goed!”(11-02-1959)


Het gebed wordt gegeven Terwijl ik nog met de Vrouwe voor het kruis sta, zegt Zij: “Zeg mij na.” Dat is voor mij wel even vreemd; ik denk: ik zeg toch alles na wat Zij mij voorzegt! Maar ineens zie ik dat de Vrouwe nog mooier wordt dan Zij al is. Het licht dat Zij altijd om haar heen heeft, wordt veel heller en scherper, zodat je er bijna niet in kan kijken. Haar handen, die Zij altijd omlaag houdt, brengt Zij naar omhoog en tegen elkaar. Haar gezicht wordt zo hemels, zo verheven, dat kun je gewoon niet navertellen. Haar gestalte wordt nog doorzichtiger en zo mooi dat ik er in verrukking naar kijk. Dan zegt de Vrouwe: “Bid toch voor het kruis: Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nú Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van álle volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn. Amen.” De Vrouwe spreekt dit gebed zo mooi en indrukwekkend uit, dat kan geen mens ter wereld nadoen. Zij benadrukt het woord ‘nu’ in ‘zend nú Uw Geest’ en ‘alle’ in ‘laat de Heilige Geest wonen in de harten van álle volkeren’. Het   woord ‘amen’ spreekt Zij ook zo mooi en zo plechtig uit. Ik sta nog steeds voor het kruis en heb dat gebeden en nagesproken, deze woorden die de Vrouwe mij voorzei. Het is alsof ze in mij geprent staan. Ik zie het nu in grote letters geschreven staan.(11-02-1951)


De pijnen van het kruis En nu sta ik ineens voor een groot kruis. Ik kijk ernaar en krijg dan verschrikkelijke pijnen. Ik krijg spierkrampen van mijn hoofd tot mijn voeten. Het is alsof alle spieren in mijn beide armen samentrekken zodat mijn handen zich tot vuisten maken. Het is alsof mijn hoofd uit elkaar getrokken wordt en ik krijg een koortsgevoel alsof mijn hoofd zal barsten. Van het geheel begin ik te huilen. Ik kan het niet langer uithouden en vraag de Vrouwe of dit mag weggaan. Dan glimlacht Zij. Even duurt het nog en dan is alles weer voorbij. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Laat toch allen weer terugkomen tot het Kruis, dan alleen kan er vrede en rust zijn.”(11-02-1951)


Het Tweede Vaticaans Concilie “Ik breng je hierheen”, zegt de Vrouwe nu en opeens sta ik met haar boven Italië. Ik zie het Vaticaan en daarna ga ik met de Vrouwe de St. Pieter in. Wij lopen door het middenpad en blijven dan ongeveer in het midden van de St. Pieter staan. Aan weerskanten zie ik stellages, banken die trapsgewijs omhoog lopen. Op die banken zie ik allemaal kardinalen en bisschoppen met witte mijters op. De Vrouwe zegt: “Zie goed, dit zijn de bisschoppen van alle landen.” Nu zie ik de paus zitten met de tiara op. Hij zit aan het eind van het middenpad. Om hem heen zie ik een paargeestelijken staan. In de ene hand houdt hij een scepter en in de bekende houding steekt hij twee vingers van de andere hand omhoog. Hij heeft een groot, dik boek voor zich. De Vrouwe zegt: “Luister goed, kind. Er zijn reeds veranderingen gekomen en in behandeling. Ik wil echter de boodschap brengen van de Zoon. De leer is goed, doch de wetten kunnen en moeten veranderd worden. Ik wil je juist vandaag dit zeggen, omdat de wereld in grote omwenteling is. Niemand weet welke kant heen. Daarom wil de Zoon mij deze boodschap laten zenden.”(11-02-1951)


De Vrouwe, Maria, Moeder van alle Volkeren Ik zie een hel licht en dan zie ik de Vrouwe staan. Zij zegt: “Ik ben de Vrouwe, Maria, Moeder van alle Volkeren. Je kunt zeggen: de Vrouwe van alle Volkeren of Moeder van alle Volkeren, die eens Maria was. Ik kom juist vandaag om je te zeggen dat Ik dit wil zijn. Mensenkinderen van alle landen zullen toch één zijn.” Dan blijft de Vrouwe, zonder iets te zeggen, in de voor mij bekende houding staan en kijkt me steeds aan.  Dan zegt Zij: “De hele wereld is in omwenteling. Doch het ergste is: de mensen dezer wereld worden in omwenteling gebracht.” En dan is het alsof de Vrouwe langs de wereldbol gaat en ik die hele wereld door elkaar zie gaan en in omwenteling komen.(11-02-1951)


De herder en zijn kudde Dan hoor ik die stem zeggen: “Na angsten en smart zult gij dan het volgende zien.” En dan zie ik ineens voor mij een vredig landschap, waarin lammeren en schapen lopen en een herder tussen hen in. De Vrouwe zegt: “Begrijp dit alles goed en geef het door.” Dan is de Vrouwe ineens weg.(10-12-1950)


Turkije Dan hoor ik zeggen: “Turkije, past gij wel op?” Dan zie ik de Bosporus en de Dardanellen. Ik moet dan iets eigenaardigs doen. Ik moet met mijn handenklauwen maken en die vast op de kaart zetten. Mijn armen moet ik houden als de poten van een beest. De Vrouwe zegt:“Je moet dat alleen maar voorstellen. Gij zijt als een beest dat met twee klauwen op Europa staat, gereed  voor de sprong.” Ik zie dan ook een beest dat op Europa wil springen. Het kijkt naar links en naar rechts maar trekt dan de poten heel langzaam terug (10-12- 1950)


Het ijzeren gordijn Daarna wijst de Vrouwe op een dikke lijn in Duitsland en Zij zegt: “Europa is in tweeën verdeeld.” Ik haal die lijn met een greep weg. Nu zie ik een heel zwarte plek, behalve de kustlanden, die zie ik heel duidelijk. Dan komen wij boven een rivier. De Vrouwe zegt: “De Oder.” Ik zie geen water stromen maar een rode vloed. “En hij is rood van bloed”, zegt de Vrouwe. Dan zie ik rode takken naar het Westen komen.(10-12-1950)


Frankrijk Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Nu gaan wij verder. Frankrijk is er zeer slecht aan toe.” Ik zie Frankrijk liggen en zie daarop in het midden het beeld van Napoleon staan. Ik hoor: “Frankrijk, gij zijt militair, economisch en geestelijk zeer gezakt. Waar is uw roem en trots gebleven?” Dan zie ik vele rode vlekken op Frankrijk. Ik hoor die stem zeggen: “En toch is er zo heel weinig voor nodig om die mensen tot inkeer te brengen.” Dan wijst de Vrouwe op verschillende landen en zegt: “Waarom sluiten zij zich toch niet aaneen?” Ik zie nu Nederland, Frankrijk, België en Engeland. (10-12-1950)


De paus zal geholpen worden Dan zie ik ineens de paus weer staan, maar ik zie alleen zijn borstbeeld. Hij staat als het ware boven dat alles. Hij heeft een eigenaardige kroon op met allemaal edelstenen daarin. Terwijl ik ernaar kijk, hoor ik de Vrouwe zeggen: “Een tiara.” Dan is het of de Vrouwe zich tot de paus richt. Zij zegt: “Gij zijt in de goede richting. Ik zal u helpen. Gebruik uw moderne middelen nog meer en zet toch door. De kans voor Rome is aangebroken. Gebruik ze toch! Gij zult over orkanen heen moeten gaan, maar gij zult geholpen worden.” Ik zie dan geweldige stormen en een vloed van water. Daarna zie ik ineens in de rechterhand van de Vrouwe een kroon en het is alsof Zij die kroon aan de paus geeft.(10-12-1950)


De witte duif Dan is het alsof de Vrouwe die twee rijen mensen één maakt. Zij brengt ze met een boog bijeen. Nu zie ik onafzienbare rijen mannen en vrouwen naast elkaar staan. Dan vormt ineens die boog een grote koepel en boven die koepel vormt het zich tot een grote kerk. Midden in die kerk zie ik de volgende voorstelling komen: een witte Duif die stralen licht uitzendt. De Vrouwe zegt: “Laat die toch op de mensen der aarde komen. Ik zal ze helpen, maar er moet hard gewerkt worden en vlug.”(10-12-1950)


Mannen en vrouwen Daarna is het of de Vrouwe twee rijen mensen groepeert. Nu zie ik aan haar rechterhand mannen staan en  aan de linkerhand vrouwen. Dan wijst Zij op de rij vrouwen en trekt een heel meewarig gezicht. Zij schudt  medelijdend het hoofd en zegt, alsof Zij tot die vrouwen spreekt:  “Kent gij uw taak nog? Luistert goed: zo een vrouw is, zo is de man. Geeft het voorbeeld, gij vrouwen.  Komt terug tot uw vrouwzijn.” Dan kijkt Zij naar de rij mannen en zegt:  “Ik heb een vraag aan u mannen: waar zijn de soldaten voor Christus? Meer heb Ik u niet te zeggen.”(10-12-1950)


Seculieren en regulieren Ik moet nu weer de ene hand tot een vuist maken en van de andere hand de vingers opsteken. Dan zegt de Vrouwe: “Die twee handen zullen tegen elkaar strijden. Maar na veel strijd en pijn zal de hand met de vuist neervallen. Want de Waarheid zal altijd zegevieren. Maar daar zal helaas nog veel moeten veranderen. Zeg dat de Kerk nu goed op weg is.” Nu wacht de Vrouwe en dan zegt Zij: “De seculieren en regulieren.” Dan is het alsof Zij met de vuist op tafel slaat. Ik hoor een harde slag en zie haar heftig het hoofd van ‘nee’ schudden. Dan zegt Zij: “Bij de seculieren, daar kan nog zoveel onverschilligheid worden weggehaald. Laten zij toch in deze tijd goed aan hun taak denken.”(10-12-1950)


Strijd in het oosten De Vrouwe zegt: “Kom. Middenin blijven wij staan. Ik wil mijn voeten zetten midden in de wereld en Ik zal je laten zien: … dat is Amerika.” Dan wijst Zij mij opeens een ander deel en zegt: “Mantsjoerije, daar komt een vreselijke opstand.” Daarna zie ik Chinezen en dan zie ik een lijn waar zij overheen trekken. Dan moet ik met de hand boven Formosa en Korea op en neer gaan. Ik hoor de Vrouwe zeggen:“Kind, Ik heb je gezegd: dit is schijn. Ik heb bedoeld: er zullen perioden komen van schijnbare rust. Doch dat duurt niet lang. De oosterse volkeren zijn wakker geroepen door een soort mensdom dat niet in de Zoon gelooft.” Dan gaan wij weer verder. Nu zie ik groot-China liggen en ik moet de armen op een eigenaardige manier in elkaar vouwen. Ik zie een groot, ik bedoel innerlijk groot, man op een troon zitten. De Vrouwe zegt: “Hij is bedroefd. Zijn rijk zal voorlopig verdeeld worden.” Dan wijst de Vrouwe op Amerika en gaat afkeurend met de vinger heen en weer, terwijl Zij met een ernstig gezicht zegt: “Speel uw politiek niet te ver uit.” Daarna laat Zij mij tot twee keer toe over dit kruis voelen dat ook zwaar over Amerika ligt. Daarna zie ik Azië. Dan zie ik dat de Vrouwe over een gedeelte, het lijkt me de Oekraïne, de beide handen uitspreidt, alsof Zij het beschermt. Dan zie ik links boven in Rusland een hels licht, een verblindend licht; het is alsof het vanaf de grond uit elkaar spat. Het is een afschuwelijk gezicht. “En dan zie je niets meer”, zegt de Vrouwe en ik ben verblind door dat licht. Daarna zie ik een verdorde vlakte. Het is een heel akelig beeld, net alsof de dood eroverheen gegaan is. Dan zie ik mensen voor mij met doeken om het hoofd en wijde mantels omgeslagen, die zij met de handen, gekruist voor de borst, dichthouden. De Vrouwe wijst op die mensen en zegt: “Ook daar komt weer strijd om heilige grond en zij zullen om onze plaats een tweestrijd voeren.” Dit laatste zegt de Vrouwe zo zacht dat ik niet weet of Zij ‘strijd’ of ‘tweestrijd’ zegt. “Ook Japan moet voorzichtig zijn. Ik vertel u dit alles, dat gij dit zult beleven. Ik immers ben de Vrouwe van alle Volkeren en gij zult dat zeggen.”(10-12-1950)


Het kruis over de wereld gelegd Ik zie links van mij een licht komen. Ik moet de handen samenvouwen. Dan zie ik ineens de Vrouwe staan, weer op de wereldbol. Daarna is het alsof de Vrouwe mij meeneemt en ik zie nu dat Zij de wereldbol als een platte kaart voor mij neerlegt. Dan legt de Vrouwe iets op die kaart neer en ik krijg een ontzettende pijn over mij heen. Ik zie dan dat de Vrouwe een heel groot, dik kruis over die kaart heen heeft gelegd. Terwijl ik daarnaar kijk, krijg ik een ontzettende pijn in mijn handen en hoofd. Het is alsof alle spieren van mijn lichaam zich samentrekken. De Vrouwe zegt: “Dat is de balk die over de wereld gelegd wordt”, en Zij wijst op de lange balk. Dan wijst de Vrouwe op de dwarsbalk en daarna nogmaals op het hele kruis en Zij zegt: “De pijnen van die balk laat Ik je voelen.” Ik krijg dan een koortsig gevoel in mijn hoofd en het is alsof ik een hevige dorst krijg, zo verschrikkelijk dat ik het bijna niet kan verdragen. Daarna moet ik van de Vrouwe mijn rechterhand met twee vingers en duim opsteken. Van de linkerhand moet ik een vuist maken. De Vrouwe zegt:  “De rechterhand is de Waarheid en de andere is de vuist. Die moet je omhoog houden dat alle mensen het kunnen zien.” Terwijl ik dat doe, zie ik ineens achter die wereldbol met kruis allerlei mensen komen staan van alle naties. Dan moet ik de hand met de vuist voor mijn ogen houden. Terwijl ik dat doe, krijg ik zo’n vreselijke pijn, dat ik ineenkrimp en begin te huilen. Opnieuw is het alsof alle spieren in mijn lichaam worden samengetrokken. Ik zeg tegen de Vrouwe: “Die vuist doet zo’n pijn.” Daarna gaan die pijnen langzaam weg. Ik vouw opnieuw de handen.(10-12-1950)


De grote kans voor Rome Ik zie daarna weer de paus voor mij. De Vrouwe zegt: “De paus zal hieraan voldoen, als het hem gevraagd wordt.” Dan spreidt de Vrouwe de handen gekruist over Duitsland uit. Daarna gaat Zij van Duitsland af en ik zie de wereldbol onder haar voeten ronddraaien. Dan zie ik haar weer op de wereldbol staan en Zij wijst mij op Rome. Zij gaat nu waarschuwend met de vinger heen en weer en zegt: “Laat de paus toch altijd zo verder gaan. Nu is er een grote kans voor Rome.” Ik zie verschillende kerken voor mij staan. Met één handgebaar gooit de Vrouwe die kerken als het ware tegen de grond. Dan zie ik op de achtergrond de grote koepel van het Vaticaan. De Vrouwe zegt: “De grote kans is nu aangebroken, mits de paus dat doorvoert wat hij van plan is te doen.” De Vrouwe houdt dan beschermend de hand boven de paus.(16-11-1950)


Van de grond af beginnen Dan zie ik allemaal kleine kinderen om haar heen komen en zij kijken in verrukking naar haar op. De Vrouwe wijst op die kinderen en dan zie ik links van mij, op een grote afstand van de Vrouwe met kinderen, mannen en vrouwen staan. De Vrouwe brengt de handen bij elkaar en zegt: “Duitsland moet beginnen ieder voor zich in eigen huis weer de eenheid terug te krijgen. De kinderen moeten weer één zijn met vader en moeder. Laten zij toch weer samen knielen en de rozenkrans bidden.” Dan is het alsof de Vrouwe de kinderen verspreidt en Zij zegt: “Van de grond af moet het komen en dan de wereld in. Dan moet de naastenliefde weer zeer betracht worden. Er moet een grote actie komen onder de katholieken. Dat kan men doen door verspreiding, door in de kerken meer daarover te preken. In het geheel meer actie voeren.” En onderwijl is het alsof de Vrouwe de mensen opduwt. “Het is van groot belang dat dit doorgevoerd wordt. Er zijn anderen bezig Duitsland te vernielen. Het volk is nu bereid. Zeg dat toch, zeg dat toch!” Dan maakt de Vrouwe een waarschuwende beweging met de vinger: “Laten ze toch hard werken.”(16-11-1050)


Oproep tot actie in Duitsland Dan wijst de Vrouwe en ik zie het Vaticaan, terwijl Zij zegt: “Laat de paus toch middelen sturen en geestelijken oproepen, anders gaat Duitsland verloren. Er is een grote, geweldige afval. De mensen willen niet offeren voor nieuwe kerken en gebouwen. Daarvoor moeten de geestelijken aangespoord worden. Het is een zware arbeid. Ik waarschuw alleen maar. De anderen zijn druk bezig het Duitse volk van Rome af te trekken.” Daarna zie ik ineens een doodskop voor mij liggen en daarvóór twee beenderen, kruiselings over elkaar. De Vrouwe neemt de doodskop en die beenderen op en legt ze bij haar voeten op Duitsland neer. Dan zegt Zij: “De Zoon wil zijn bijzondere bescherming geven en heeft mij gestuurd Duitsland te helpen. Maar zij moeten aangespoord worden dat te doen wat Ik zeg.” (16-11-1950)


Haar voeten op Engeland en Duitsland De Vrouwe zegt verder: “Ik heb gezegd tegen je: missie in eigen land. En nu wil Ik je iets laten zien.” Dan wijst de Vrouwe weer op de wereldbol en Zij staat met haar twee voeten strak aaneengesloten op Duitsland. Dan maakt de Vrouwe een beweging alsof Zij met een voet op Engeland stapt en Zij zegt: “Daar heb Ik al vast een voet op gezet.” Dan stapt Zij met die ene voet weer terug op Duitsland en sluit weer de voeten vast aaneen. Zij staat weer met uitgespreide handen en kijkt zeer bedrukt op Duitsland neer. Dan zegt de Vrouwe: “Kind, Ik heb mijn twee voeten hierop gezet. Duitsland moet gered worden. De Zoon heeft je juist hier gebracht om dat beter te begrijpen. Ik heb veel zieken laten genezen.” Zij laat mij een landkaart zien en wijst daarop een plaats aan; ik zie heel duidelijk Lourdes liggen. Daarna wijst Zij nog naar andere plaatsen; welke die plaatsen zijn, weet ik niet. De Vrouwe zegt: “Begrijp je nu wat Ik hier wil? Er zijn hier zoveel zieke zielen; die moeten gered worden.(16-11-1950)


Chaos Daarna brengt Zij mij op een helling en zegt: “Urbi et Orbi.” Dan kijkt Zij met mij vanaf die helling op de St. Pieter en zegt: “Waarom zo vast? Doe het toch wijder uit.” Nu brengt Zij mij in een ruimte en zegt: “Daar moet het heen.” Dan zie ik een soort benauwing en hoor zeggen: “Uit al deze chaos zal eerst een strijd komen en eerst later zal er een opkomst komen.” Er hangt nu ineens zo’n weemoed over mij. Terwijl de Vrouwe weggaat, zegt Zij: “Ik kom je weer boodschappen.”(15-08-1950)


Encyclieken “Wij gaan verder”, zegt de Vrouwe. Ik zie nu de bovenkant van Italië en moet daar een greep omheen maken. Dan zie ik Zuid- Italië en houd de ‘hak’ van Italië als het ware met de duim vast, terwijl ik de vier andere vingers op Zuid- Italië zet. Dit moet ik doen. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Nee, dat is daar helemaal niet in orde. Waar zijn de encyclieken?” Ik moet dan een beweging maken en kruis de handen opstaand over elkaar. Ik zie steeds lege handen. Dan zie ik de St. Pieter en hoor de Vrouwe zeggen: “Kent gij uw macht wel? Maar kent gij uw leer?” Nu schrijft Zij ‘Encyclieken’ en zegt: “Dat is goed en voer het toch door. Laat het stromen naar rechts en links, naar boven en onder. Weet gij wel” – en Zij maakt een vuist – “dat die macht zo’n macht heeft?” Dan laat Zij mij een ‘1’, een ‘2’ en een ‘3’ zien. Daarna zie ik een boek liggen; daarop wordt een hand gelegd. De Vrouwe zegt: “Kijk naar uw wetten.” En het is of Zij iets uitrekt, hoe langer hoe verder en breder. Terwijl de Vrouwe dit doet, zegt Zij: “Weet wel dat uw tijd daar is.” (15-08-1950)


Korea Dat beeld verdwijnt weer en dan zie ik geschreven staan: ’51 53’. Dit laat de Vrouwe mij zien en ik krijg ineens iets in de hand. Het is of ik het uit de lucht moet grijpen, het komt van heel hoog. Ik hoor die stem zeggen: “Meteoren, let daarop.” Dan zegt de Vrouwe: “Kom.” En wij gaan verder. De Vrouwe zegt: “Die strijd op Korea is een schijn en begin van grote ellende.” Dan zie ik dat er met tussenpozen afbakeningen gemaakt worden. Daarna zie ik iemand met de hand onder het hoofd zitten, deze zit zwaar te denken. Ik krijg in mij dat het een Russisch staatshoofd is. Het lijkt mij Stalin of Lenin. “Ik heb u gewaarschuwd voor dat gevaar”, hoor ik ineens naast mij zeggen. Dan zie ik de halve cirkel van de aardbol en hier moet ik overheen kijken. Terwijl ik de linkerhoek als het ware vasthoud met de hand, moet ik zeggen: “Hier kijk ik heel diep en houd het vast.” Dan moet ik over die cirkel schuin naar rechts afgaan en verderop een rechte lijn maken. Ik krijg dan een vreselijke benauwdheid over mij. (15-08-1950)


Engeland De Vrouwe vervolgt: “Ik neem je mee en laat je zien.” Nu zie ik Engeland voor mij liggen. Dan is het of de Vrouwe met een voet op Engeland stapt. Terwijl Zij waarschuwend met de vinger heen en weer gaat, zegt Zij: “Waarom zo vast aan alles? Kunt gij niet tot het gewone keren?” Dan is het alsof Zij een heel grote kroon maakt op Engeland en Zij zegt: “Ook daaraan zal getrokken worden.” Dan is het of de Vrouwe rondom in de kroon gaatjes maakt, waar Zij lintjes doorheen haalt. Nu is het alsof Zij al die lintjes aan Engeland vastmaakt. Nu gaat haar voet weer van Engeland af en zegt Zij: “Nee Engeland, dat is niet uw rechte politiek.” Nu zie ik ineens de koning van Engeland voor mij. Het is net of hij heel vlug een slag om maakt. Daarna zie ik ook Churchill, schuin boven Engeland, maar alleen zijn hoofd. Dan wijst de Vrouwe mij op iemand en zie ik opeens een bisschop staan, echter niet van onze Kerk. Ik krijg in mij: dat is de bisschop van Canterbury. De Vrouwe kijkt naar hem en gaat waarschuwend met de vinger heen en weer. Dan zie ik daarachter allemaal torenspitsen komen. Terwijl de Vrouwe daarnaar wijst, zegt Zij: “Daar zal verandering komen.” Maar ik krijg het gevoel dat voor later is. Dan zie ik de paus, links van ons, met de twee vingers omhoog. Aan de andere kant, tegenover hem, staat die bisschop van Canterbury. Dan komt er ineens nog een andere geestelijke naast hem staan. Deze laatste heeft een witte pruik op met stijve krullen of golven en hij heeft een lang kleed aan met witte bef. Dan zie ik de Vrouwe over die hoofden heen staan. Zij zegt: “Kijk.” Vanaf de kant van de Engelse geestelijkheid gaat Zij met een vinger over de hoofden van deze Engelse geestelijken heen en steekt haar vinger tussen de twee uitgespreide vingers van de paus.(15-08-1950)


De zege is aan Ons Daarna krijg ik een oosters tafereel te zien. Wij gaan die berg weer op en boven is weer een plateau. Hierop blijven wij staan. De Vrouwe wijst naar iets dat op de grond ligt. “Kom”, zegt Zij en wijst mij naar de grond. Ik zie een zware balk liggen en moet die van mij af duwen. Dan zie ik ineens een dwarsbalk eraan komen; het geheel vormt een kruis. Dan kijk ik weer naar de Vrouwe en zeg: “Hoe moet ik U noemen?” – Ik moest dat weer vragen van mijn leidsman – Zij glimlacht en maakt een gebaar alsof Zij zeggen wil: vragen ze dat nu alweer? En Zij antwoordt mij: “Zeg maar tegen ze: de Vrouwe.” Dan gaat de Vrouwe gewoon verder. Zij wijst naar de weggeschoven balk en zegt: “De christenheid.” En nu maakt Zij een beweging met de handen en vingers alsof alles uit elkaar vliegt en dwarrelt. Het stelt symbolisch de christenheid voor. De Vrouwe zegt: “Gij zult dit zeggen: christenheid, gij kent uw groot gevaar niet. Er is een geest om u te ondermijnen. Maar …” – en de Vrouwe maakt met de hand een teken van zegenen – “de zege is aan Ons.” (15-08-1950)


Oost en West Daarna is het of de Vrouwe een stap naar beneden maakt en Zij zegt: “Kom.” Het is alsof we nu op een groot plateau komen. In het midden daarvan blijven wij staan. Dan zegt de Vrouwe: “Ziet ge dit?” Zij wijst van oost naar west. Dan strekt de Vrouwe de armen heel wijd uit en het is alsof Zij twee muren op dat plateau tegenover elkaar plaatst; Zij trekt die muren heel lang door. Ineens staat de Vrouwe als het ware daarboven en zegt tegen mij: “Dat is niets.” En Zij wijst op het oosten en westen. Dan spreidt Zij de handen en maakt een vuist, eerst met de rechter- en daarna met de linkerhand. Daarna zegt Zij: “Luister goed, hoeveel keren Ik die stoot maak; ook gij zult dit doen.” Ik maak samen met haar die vuisten en de Vrouwe telt mij voor, terwijl wij de vuisten met kracht tegen elkaar brengen. “Tot driemaal toe”, zegt de Vrouwe. “De helft hiervan is het oosten.” Dan zie ik de Balkan en Griekenland met een grote ketting eromheen, ook om Oost-Duitsland. Het is of de Vrouwe al die landen dichtsnoert met die ketting. Ik zie een gedeelte nog vrij. Op de achtergrond zie ik een gestalte die met de hand onder het hoofd zit. De stem zegt tegen mij:“De werkers en denkers van de vernietiging van de wereld.” (15-08-1950)


Een nieuwe geest Dan zegt de Vrouwe: “Kijk.” Terwijl ik naast haar sta, zie ik plotseling beesten komen die voor haar gaan staan. “Kijk”, zegt de Vrouwe weer en dan zie ik aan haar linkerkant een wolf voor haar staan; midden voor haar komt een wolf of hond met een fakkel in de bek, naast hem komt een leeuwin en geheel rechts voor haar komt een grote adelaar. “Kijk”, zegt de Vrouwe weer. Nu wijst Zij naar boven en zie ik een witte duif. De Vrouwe zegt: “Dit is een nieuwe geest die komen zal.” Dan zie ik vanuit die duif stralen komen; ze gaan naar beneden: twee stralen in het midden, twee stralen naar rechts en twee stralen naar links. De Vrouwe zegt: “Die betekenis zult ge later begrijpen.” Daarna zie ik opnieuw de Vrouwe met die beesten en de duif. Daaromheen komen nu allemaal sterren.(15-08-1950)


Politiek-christelijke strijd Daarna moet ik de handen vouwen en kijk naar links boven. Ik zie de Vrouwe en hoor haar zeggen: “Dit is het tijdperk van de politiek-christelijke strijd. Dit heb Ik al meermalen gezegd. Grote gebeurtenissen gaan zich nu toespitsen. De chaos waarover Ik sprak, is aan de gang. De rampen zijn gekomen, regeringen zijn afgetreden, en er zullen er nog meer komen. Let wel, kind, nu gaat de strijd beginnen. Ik laat je deze vier vingers zien en maak er een cirkel omheen. Er zal een vorst regeren, zeer kort en krachtig. Gij zult het niet zien in uw beperkte kring.”(15-08-1950)


De jongeren Nu zie ik een heel grote groep jonge mensen om de Vrouwe heen staan. Zij kijkt ernaar en wijst daarop. Dan zegt Zij: “Kind, laten ze toch beginnen” – en weer wijst Zij op de groep om haar heen – “om de jonge mensen weer in de juiste godsdienstige vorm te krijgen. Het is moeilijk en zwaar voor degenen die daarvoor voelen. Ik kan er echter niet genoeg op aandringen. Het is de hoogste tijd er nu mee te beginnen.”(27-05-1950)


Een nieuwe, witte duif Dan zie ik boven onze Kerk een zwarte duif vliegen. “Geen witte”, zeg ik, “maar een zwarte.” De Vrouwe wijst naar die duif en zegt: “Dat is de oude geest die moet verdwijnen.” Ik zie plotseling die duif veranderen in een witte duif. De Vrouwe zegt: “Dit is een nieuwe, witte Duif. Hij zendt zijn stralen uit aan alle kanten, want de wereld staat te wankelen; nog een paar jaar en de wereld zou ten onder gaan. Maar Hij komt en zal de wereld regelen, maar …” – en de Vrouwe wacht even – “ze moeten luisteren.” De Vrouwe benadrukt het woord ‘moeten’, alsof Zij weer waarschuwt. Dan zegt Zij: “Ze willen terug hieruit vandaan, ze willen niet naar dit oord, ze voelen er niets voor, de mensen.”(07-10-1945)


Werken aan het geestelijke Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt tegen mij, terwijl Zij in haar handen kijkt: “Kind, Ik zie nog steeds lege handen. Ik vraag je over te brengen dat het toch werkelijk mijn vaste plan is, juist onder die kern mensen een groep te vormen, die goed willen en goed doen. Luister goed. Er wordt veel tijd besteed aan het materiële. Laten ze toch ook tijd besteden aan het geestelijke, het is zo dringend nodig. Graag zou Ik willen dat die club mensen daar toch besef van krijgen. Nogmaals zeg Ik je: die katholieken moeten hard werken. Er dreigt een groot gevaar. Italië krijgt een soort tweestrijd.” De Vrouwe laat mij nu de St. Pieter weer zien en zegt: “Zo zijn ze ook in andere richtingen bezig om zo iets groots te vormen.” (27-05-1950)


Duitsland Daarna laat Zij mij Duitsland zien en zegt: “Vraag toch dat de paus zendbrieven stuurt. Duitsland immers heeft zo’n behoefte aan de goede geest. Die geest kunnen zij brengen.” Ik zie een aartsbisschop in Duitsland, een krachtige figuur. “Hij zal een strijd voeren”, hoor ik de Vrouwe zeggen. Dan maakt Zij met de twee vingers, wijs- en middelvinger ver van elkaar gespreid, een zigzag lijn midden over Duitsland en Zij zegt: “Bewerkt toch de jeugd in Duitsland, gij allen die daarvoor aangesteld zijt. Ik zeg u dit niet voor niets.” En dan gaat de Vrouwe weg.(14-02-1950)


Nu nog is de kans Dan zegt de Vrouwe: “Als Rome goed wil werken dan zal er van alle kanten meer drang komen.” En dan zie ik het Vaticaan. De Vrouwe staat als het ware weer daarboven en maakt met de handen een beweging alsof Zij rondom het Vaticaan verschillende kerken plaatst. De Vrouwe zegt dan alsof Zij voor zich heen praat: “Nu nog is de kans. Deze paus moet beseffen welk een groot werk hij in deze tijd moet verrichten.”(14-02-1950),


Amerika en Rusland. Japan. Indië Dan vervolgt de Vrouwe: “Daar zal een grote strijd komen: Amerika en Rusland; dat komt naderbij.” Ik krijg ontzettende pijn in mijn handen. Dan zegt de Vrouwe: “Japan zal zich bekeren.” Ik weet niet wat dit betekenen moet. Daarna voel ik een vreselijke pijn over Indië komen; de Vrouwe laat mij die in de hand voelen.(14-02-1950)


Met moderne middelen werken Daarna zie ik de paus voor mij en rondom hem het hele Vaticaan. Het is alsof de Vrouwe ineens boven dat alles staat. En dan zie ik dikke druppels vallen op het Vaticaan; die druppels komen vanaf de Vrouwe. Waarschuwend zegt Zij: “Deze Kerk heeft nu nog de kans, maar meer zeg Ik daarover niet. Ik sprak daar over de moderne wereld. Waarom zoekt Rome niet nog meer moderne middelen en werken zij niet nog meer in de moderne geest? Laten zij toch die middelen aangrijpen om die geest van de wereld te winnen. Anderen zorgen wel voor het lichaam. De Kerk moet de geest bewerken. Zij hebben nu juist zo’n grote kans, daar de mensheid zoekende is. Het is niet meer tegen de naties, maar tegen de geest (14-02-1950)


Het eenvoudige kruis Dan gaat de Vrouwe verder: “Er is een grote stroming in de wereld naar het goede. En daarom is juist de andere geest aan het werk. Die geest is bezig de wereld te beïnvloeden en te bederven. De mensen in zich zijn niet slecht, maar zwak.” Dan heeft de Vrouwe weer een kruis in de hand. Het is alsof Zij het op een soort verhoging zet en Zij zegt: “Ziet gij dat kruis? Daar zal de mensheid naar terug moeten gebracht worden. Ik vraag ze dringend: laten ze in de moderne wereld met zijn moderne techniek dat eenvoudige kruis toch niet vergeten.”(14-02-1950)


De jongeren Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt tegen mij: “Mijn kind, Ik kom hier om je te vertellen wat Ik voor een boodschap heb. Er moet gewerkt worden en heel hard ook.”Dan maakt de Vrouwe met de handen een beweging alsof Zij verschillende personen wenkt. Ik zie vervolgens allemaal jonge mensen, meisjes en jongemannen. Plotseling verdwijnt dat beeld en nu zie ik weer de Vrouwe. Het is alsof Zij die jonge mensen wenkt om voor haar te komen staan. Zij zegt: “Ik zie ze nog niet, de legers van jongemannen en meisjes. Waarom wordt er niet aan begonnen en wordt het nagelaten?” En het is alsof Zij rondkijkt waar ze blijven. Dan zegt Zij: “Daarom kom Ik hier om erop te wijzen. Dit is ook voor Duitsland bestemd.”(14-02-1950)


Duitsland en Italië Rechts van mij zie ik Duitsland liggen. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen:“Duitsland, wees gewaarschuwd!” Over Duitsland zie ik nu een driehoek getekend staan. De Vrouwe zegt: “De geest van de driehoek tracht door te dringen in een andere vorm. De mensen zijn goed, maar zij worden heen en weer getrokken en weten geen uitweg meer. Arm Duitsland. Zij worden en zijn het slachtoffer van dat andere grote.” Ik zie dan ineens een Duitse bisschop voor mij in vol ornaat, een oudere man, een krachtige figuur. Aan mijn rechterkant komt een leek te staan, ook een krachtige mannenfiguur. Ik hoor: “De bisschop op zijn gebied en daar komt iemand op het andere gebied. Maar dat is voor later. Duitsland zal trachten zich eruit te werken, zo ook Italië.”Dan zie ik weer die eenvoudige geestelijke met mensen om zich heen. De Vrouwe zegt: “Hij probeert het ware onder de mensen te brengen.” Dan zegt Zij tegen mij: “Gij zult dit verspreiden, zeg dat toch.” En de Vrouwe is ineens weg.(16-12-1949)


Het middelpunt Dan zegt de Vrouwe weer: “Kind,” en Zij tekent een soort ruitvorm voor mij, “kind, dat is het middelpunt.” Ik zie nu een koepel en daaromheen een muur in de vorm zoals Zij het tekende. Ik zie ineens dat het de koepel van de St. Pieter is. Daaromheen loopt een dun stroompje, dat afgescheiden is door een dunne, zwarte streep. De Vrouwe wijst daarop en zegt weer: “Dat is het middelpunt.” Dan gaat Zij heel langzaam en nadrukkelijk met de vinger heen en weer en zegt: “Laat dat het middelpunt blijven. De geesten der wereld zijn bezig dat middelpunt te vernietigen. Ik zal u helpen.” Ik zie nu dat de Vrouwe weer haar hand boven de paus en de St. Pieter houdt. Dan zie ik ineens links van mij een grote, zwarte klauw met lange, puntige nagels. Het is alsof die klauw door alles in de St. Pieter heen woelt. Wat een pijn krijg ik. Het wordt alles roze en rood voor mijn ogen. Dan begint die klauw over alles heen te zweven en op dat moment zie ik een zwarte adelaar in de vlucht. Hij vliegt met brede wiekslagen naar links.(12-12-1949)


Naastenliefde, Rechtvaardigheid cross2Dan zie ik boven de paus en de St. Pieter geschreven staan: ‘Naastenliefde, Rechtvaardigheid’. Het staat met grote letters. De Vrouwe zegt: “Dit is de grote fout van deze tijden. Als er niet naar geleefd wordt, zal het steeds erger worden en gaat de wereld steeds dieper en dieper. Ieder voor zich moet zorgen dat hij dit naleeft.” Dan is het alsof de Vrouwe een kruis in mijn hand legt en Zij zegt, terwijl Zij op zichzelf wijst: “Niet mij, maar het Kruis.”16-12-1949)


Werken met daden Daarna zie ik de paus voor mij zitten. De Vrouwe kijkt ernstig, wendt het hoofd opzij en zegt: “De onderdanen aansporen. Niet alleen aansporen, maar in de ware christelijke geest moeten zij werken. U denkt dat dit alles goed is, maar er moet met daden gewerkt worden. Ik ben duidelijk genoeg. Nog meer hameren op sociale rechten, rechtvaardigheid en naastenliefde. Maar … doen, niet in woorden, maar daden. Daden kunnen ze brengen naar het licht, dat Ik u gewezen heb.” Daarna zie ik Europa voor mij. De Vrouwe zegt: “Europa, wees gewaarschuwd! Verenigt u in het goede. Dit is niet alleen een economische strijd, het gaat om de geest te bederven. Politiek – christelijke strijd. Het moet van hoog af komen, zij moeten voorbeelden geven. Maar ook helaas de geestelijkheid, zij moeten afdalen tot de minsten der mijnen.” (16-12-1949)


Zware wolken boven de St. Pieter Daarna zie ik de St. Pieter. De Vrouwe houdt haar hand daarboven en zegt: “Dat zal en moet beschermd worden. Die andere geest dringt zo ontzettend door.” Dan zie ik voor mijn ogen allemaal wolken, witte en rode, door elkaar gaan. Het is alsof ze heel druk door en langs elkaar heen gaan. Daaronder zie ik silhouetten van allerlei verschillende koepels en kerktorens, door en naast elkaar. De Vrouwe wijst mij op dit beeld en dan is het alsof Zij met de handen de wolken uit elkaar haalt. Ik zie nu een heel diep blauw vlak voor mij en midden in dat blauwe vlak staat een hel licht, net een heel heldere ster, die schittert voor mijn ogen. De Vrouwe tikt met de wijsvinger op dat licht, heel fijntjes maar toch zo krachtig dat ik als het ware de slagen hoor, alsof Zij met een hamer daar tegenaan tikt. Zij zegt dan: Daar moeten zij heen.” Dan zie ik daaronder zware wolken hangen, heel zwarte en de koepel van de St. Pieter. Ik hoor die stem zeggen: “Strijd zal er komen. Het is hevig, het zal ontbranden. Wij zijn er nog lang niet.” (16-12-1949)


De leer van Christus De leer van Christus is juist. Waarom wordt zij niet juist en in de finesses beleefd?” Ik zie nu rondom mij kleine puntjes en in het midden een grote rode punt. De Vrouwe drukt zwaar met de hand op die rode punt en zegt: “Dat is de hoofdzaak. Het wordt niet goed beleefd. Daar moet een hele omwenteling komen. Als zij de waarschuwingen niet nakomen, zullen zij ten onder gaan en daar naar toe komen.” En dan zie ik weer die bergen met afgrond. Daarna zie ik weer de paus en de Vrouwe zegt: “Hij heeft te bevelen en het zal gebeuren.” Dan zie ik Italië en vreemde, hoge geestelijkheid; ik zie de paus zitten met kardinalen en bisschoppen om hem heen, in een raadzaal van het Vaticaan. De Vrouwe zegt me dat hij een decreet uitvaardigt. Dan zie ik een overbrugging tussen de hogere en lagere standen. “Daar moet het heen”, zegt de Vrouwe. “Denk aan de liefde en rechtvaardigheid. Laat allen die geloven medewerken tot het goede.” (03-12-1949)


Rome Dan zie ik Rome weer voor mij. De Vrouwe gaat waarschuwend met de vinger over Rome heen en zegt:“Ach, ach, waarom niet van daaruit beginnen? Het moet helemaal omgebouwd worden.”En het is alsof Zij met haar handen om het Vaticaan heen gaat en daaronder woelt en alles ondersteboven haalt.(03-12-1949)


Duitsland. Modern heidendom Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt: “Kind, Ik breng je weer een boodschap voor Duitsland. Het moet gered worden.” Dan neemt de Vrouwe mij mee over Duitsland. Terwijl ik Duitsland zie liggen, voel ik de toestanden die er heersen: een verschrikkelijke achteruitgang van het land, van het volk, van de jeugd en een grote geloofsafval. De Vrouwe zegt: “Laten de bisschoppen toch werken. Zij moeten aan hun priesters bevel geven vooral onder de jeugd te werken tegen het humanisme, modern heidendom.” Ik zie allemaal kruisen voor mij staan. De Vrouwe laat mij zien hoe die kruisen op verschillende plaatsen gebracht worden. Nu zie ik in Berlijn een groot plein, waar het rijksdaggebouw staat. Het is alsof de Vrouwe daar een groot kruis plaatst en Zij zegt tegen mij: “Daar moeten de mensen gebracht worden. De jeugd moet van het modern heidendom afgehouden worden. Laten ze toch hard werken daarvoor.” (03-12-1949)


De zonnewijzer is gekeerd Dan zie ik verschillende figuren heel vlug door elkaar heen gaan. Het eerste dat ik kan onderscheiden zijn fakkels, die naar drie kanten licht verspreiden: naar het westen, noorden en oosten. Dan zie ik blauwe en witte strepen door elkaar gaan en dan sterren; het lijken net vlaggen. Daarna zie ik de sikkel en de hamer, maar de hamer gaat van de sikkel af en dat alles dwarrelt nu door elkaar. Dan zie ik een halve maan en een zon. Ook deze vlaggen gaan door die voorgaande beelden. Ten slotte komt er een soort springbok met grote horens die naar achteren lopen. Het lijkt mij een Afrikaanse springbok. Die bok maakt geweldig grote sprongen over dat alles heen. Terwijl alles door elkaar draait komt er aan de linkerkant een cirkel en daar doorheen draait de globe. Daarna zie ik ineens een grote zonnewijzer. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “De zonnewijzer is gekeerd.” (26-12-1947)


De strijd begint De oosterse volken houden hun handen voor het gezicht in Jeruzalem. Ze zullen ach en wee klagen over hun stad. Er is een grote bron, waarin gij u allen kunt wassen.” Dan zie ik geschreven staan: ‘Rechtvaardigheid’, ‘Liefde’ en‘Gerechtigheid’. De Vrouwe zegt: “Zolang deze woorden niet boven de mensenhoofden zullen hangen en in hun harten zullen leven, is er geen vrede in zicht.” Dan zie ik een kruis in de grond geplant. Daaromheen kronkelt een slang en alles wordt zwart en donker om mij heen. Daarna zie ik boven Europa en het oosten een zwaard hangen. Uit het westen komt een licht. Ik hoor de Vrouwe heel ernstig zeggen: “Christenvolkeren, de heidenen zullen het u leren.”(28-03-1948)


De strijd begint Ik zie de Vrouwe en Zij zegt: “Het zal gaan om het recht. Binnen zeer korte tijd zullen er ernstige dingen gaan gebeuren. Ze zullen voorafgegaan worden door een chaos, wanorde, twijfel en wanhoop. Boven de St. Pieter zullen zware wolken hangen, die met veel strijd en moeite zullen worden opgelost … Zo niet, ten onder gaan. Alle christenen moeten zich aaneensluiten. Dat zal gepaard gaan met veel pijn en ellende. Sluit u allenaaneen, want de strijd begint. De poorten gaan open. (28-03-1948)


Helse uitvindingen Dan krijg ik een heel typisch beeld. Ik moet in de lucht kijken; het is of er iets in de lucht wordt afgeschoten. Er vliegt iets langs mij heen, zo snel dat ik het nauwelijks kan zien. Het heeft een sigaar- of torpedomodel en de kleur is als van aluminium. Ineens zie ik er van de achterkant iets afspringen. Ik voel met mijn hand en krijg dan verschillende vreselijke indrukken over mij. Eerst een totale gevoelloosheid; ik leef en leef toch niet. Dan zie ik afschuwelijke beelden van mensen voor mij. Ik zie gezichten, brede gezichten vol vreselijke zweren, net een soort melaatsheid. Dan voel ik vreselijke dodelijke ziekten: cholera, melaatsheid, alles wat die mensen mee moeten maken. Dan is dat weer weg en zie ik heel kleine, zwarte dingen om mij heen zweven. Ik probeer te voelen wat het is, maar dat gaat niet; het lijkt mij heel dunne stof. Met mijn ogen kan ik niet onderscheiden wat het is. Het is alsof ik ergens doorheen moet kijken en beneden zie ik nu prachtig witte velden. Op die velden zie ik die kleine zwarte dingen, maar dan vergroot en het is alsof ze leven. Ik weet niet hoe ik dit moet uitleggen. Ik vraag aan de Vrouwe: “Zijn het bacillen?” Zij antwoordt heel ernstig: “Het is hels.” Dan voel ik mijn gezicht en mijn hele lichaam opzwellen. Voor mijn gevoel krijg ik een heel dik gezicht en is alles stijf en opgezet. Ik kan mij niet verroeren. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “En dat zijn ze aan het uitvinden,” en dan heel zacht: “die Rus, maar ook de anderen.” Daarna zegt Zij met klem: “Volkeren, weest gewaarschuwd!” En nu gaat de Vrouwe weg. (26-12-1947)


De verscheurde wereld Ik zie ineens een hel licht en voel in mijn hand een pijn komen; het is net een stralenbundel. Ik zie de Vrouwe en deze zegt: “Er zullen rampen komen van noord tot zuid en van zuid tot west en van west tot oost.” Ik zie nu een ronde koepel. Ik krijg in mij: dat is een koepel van Jeruzalem. Ik hoor nu: “Om en nabij Jeruzalem zullen zware gevechten geleverd worden.” Ineens zie ik duidelijk Cairo en ik krijg een vreemd gevoel daarover. Dan zie ik allerlei oosterse volkeren: Perzen, Arabieren enz. De Vrouwe zegt: “De wereld zal als het ware in tweeën verscheurd worden.” Ik zie nu de wereld voor mij liggen en zie daar een grote scheur in komen, een barst die in kronkels dwars over de wereld loopt. Daarboven zie ik zware wolken hangen. Ik hoor de Vrouw zeggen: “Er zal veel leed en ellende komen.” Dan zie ik oosterse plaatsen met witte daken.(26-12-1947)


Eenheid in Europa. Engeland Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Volkeren van Europa, schaart u aaneen. Het is hier niet in orde.” Midden in Europa zie ik Duitsland liggen en het is alsof dat land zich eruit wil woelen. Dan zie ik Engeland weer en ik moet nu met twee handen de kroon stevig vasthouden. Het is alsof die kroon heen en weer gaat en ik die vast over Engeland heen moet trekken. Ik hoor: “Engeland, besef uw taak goed. Engeland, gij zult terug moeten tot het Hoogste, the Highest.” En nu is de Vrouwe ineens weg.(7-2-1946)


Strijd en rampen Daarna laat Zij mij Rome zien. Heel duidelijk zie ik het Vaticaan ronddraaien. Het is alsof de Vrouwe mij nu met de vinger wenkt en Zij zegt: “Kom, kijk daar goed naar.” Dan steekt Zij drie vingers op en daarna de hele hand, dus vijf vingers. Dit herhaalt Zij een paar maal voor mij. “Kijk goed en luister,” zegt Zij, “het Oosten tegen het Westen.” Dan hoor ik de Vrouwe weer zeggen: “Pas op, Europa!” Nu zie ik plotseling Engeland voor mij. De Vrouwe doet als het ware een stap naar beneden en het is alsof Zij haar voet op Engeland zet. Ik kijk goed toe en zie de Vrouwe haar handen samenvouwen. Dan waarschuwt Zij weer, ik hoor haar zeggen: “Wee u, Engeland.”  Ik zie dan ineens weer Rome voor mij liggen en zie de paus zitten. De paus heeft een open boek in zijn hand dat hij aan mij laat zien. Ik kan niet zien wat het voor een boek is. Dan draait de paus dat boek naar alle kanten. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “Maar daar moet veel veranderd.” En Zij wijst naar waar de paus is. Zij kijkt zeer ernstig en schudt het hoofd. Weer steekt de Vrouwe de drie en daarna de vijf vingers op. Ik krijg ineens een verward gevoel over mij en hoor de Vrouwe zeggen: “Er komen weer nieuwe rampen over de wereld.”(7-2-1946)


Naastenliefde, rechtvaardigheid, waarheid view_romeDe Vrouwe komt een stap naderbij en zegt: “Kijk.” Ik zie ineens een bundel van allerlei kerktorens dicht bij elkaar. Dan neemt de Vrouwe een ijzeren band. Zij legt deze band om die bundel torens heen en bindt deze dicht. Wij kijken  samen daarnaar. Dan laat Zij die band los en zegt driemaal achter elkaar: “Omhoog.”Terwijl Zij dat zegt, brengt Zij haar handen iedere keer een beetje hoger. Dan begint Zij woorden boven die kerk te schrijven en ik lees hardop: ‘Naastenliefde’; dit zet Zij midden boven de torens. Daarna schrijft Zij rechts, doch lager:‘Rechtvaardigheid’. Dan gaat Zij naar links en schrijft daar:‘Waarheid’. Ik hoor de Vrouwe intussen zeggen: “Dit alles is nog niet echt te vinden, hoeveel malen heb Ik dit al gezegd!” En Zij schudt meewarig het hoofd. Ik zie ineens weer Rome. De Vrouwe wijst daarop en zegt: “Ik kan niet genoeg waarschuwen dat zij dit toch in de goede zin navolgen.” Ik zie daarna grote veranderingen komen, welke de Vrouwe mij laat zien.(4-1-1947)


De dag van de bekroning van de Vrouwe  (31 mei) “Daar ben Ik weer. De Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster staat nu voor u. Deze dag heb Ik uitgezocht, op deze dag zal de Vrouwe haar bekroning krijgen. Theologen en apostelen van de Heer Jezus Christus, luistert goed. De uitleg van het dogma heb Ik u gegeven. Werkt en vraagt om dit dogma. Gij zult de Heilige Vader smeken om dit dogma. De Heer Jezus Christus heeft grote dingen gedaan en zal nog meer geven aan u allen in deze tijd, in deze twintigste eeuw.” “Op deze datum zal de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster als de Vrouwe van alle Volkeren haar officiële titel krijgen. Let wel, deze drie gedachten in één gebaar. Deze drie.” Nu laat de Vrouwe mij drie vingers zien. Met de andere hand maakt Zij een beweging om zich heen en dan komt er als het ware een waas, een lichtende sluier om haar heen. “En nu laat Ik deze drie gedachten zien aan je theologen, deze drie gedachten in één gebaar. Ik zeg dit tweemaal omdat er zijn die één gedachte willen. De Heilige Vader zal hierin toestemmen. Gij echter zult hem helpen daarnaar toe. Begrijpt dit alles goed.” Nu is het alsof ik ineens met de Vrouwe boven de koepel van een grote kerk sta. Terwijl we naar binnen gaan, hoor ik de Vrouwe zeggen: “Ik neem je mee hier naar toe. Vertel wat Ik je laat zien en horen.” We zijn nu in een heel grote kerk, in de St. Pieter. Ik zie daar allemaal kardinalen en bisschoppen bijeen. Dan komt de paus binnen. Hij wordt gedragen op een soort stoel, maar later loopt hij. Mensen juichen, het koor zet in. Nu spreekt de Heilige Vader iets uit in een taal die ik niet versta, terwijl hij de twee vingers opsteekt. Dan ineens staat de Vrouwe weer op de aardbol. Zij glimlacht en zegt: “Zo, kind, heb Ik je laten zien wat de Heer Jezus Christus zijn wil is. Deze dag zal de bekroning worden van zijn Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was.”(31-5-1954)


Jericho Dan zie ik het kruis weer midden in de wereld staan en de Vrouwe wijst ernaar. Ik moet het opnemen, maar draai het hoofd om. Het is alsof ik de mensheid ben en het kruis van mij af gooi. “Neen,” zegt de Vrouwe, “dat moet opgenomen en middenin gezet worden. Er zal een categorie mensen zijn, die zullen vechten, vechten daarvoor en Ik zal ze brengen daarnaar toe.” Terwijl Zij dat zegt, krijg ik zo’n ontzettende pijn over mijn hele lichaam dat ik ervan kreun. “O, wat doet dat pijn”, zeg ik tegen de Vrouwe. Daarna hoor ik een stem heel hard roepen: “Jericho!” en de Vrouwe is weer op haar plaats in de hoogte gaan staan. Zij ziet naar beneden, kijkt op mij neer en zegt: “Dat moet gebracht worden, wat Ik je verteld heb, eerder is er geen vrede.” (03-01-1946)


Waarheid, naastenliefde en rechtvaardigheid Daarna moet ik in mijn handen kijken en ik stel de mensheid voor. “Ze zijn leeg”, zeg ik tegen de Vrouwe. Zij kijkt en dan moet ik ze samenvouwen, terwijl ik naar haar opzie. De Vrouwe lacht tegen mij. Het is alsof Zij een stap naar beneden komt en Zij zegt: “Kom.” Dan is het alsof ik met haar over de wereld ga. Ik krijg ineens een vreselijk moe gevoel en ik zeg tegen de Vrouwe: “Ik ben zo moe, zo hopeloos moe.” Ik voel dat door mijn hele lichaam. Maar de Vrouwe neemt mij steeds verder mee. Dan kijk ik voor mij uit en zie met heel grote letters geschreven staan: ‘Waarheid’. Ik lees dat hardop en dan gaan we weer verder. De Vrouwe schudt het hoofd. Zij kijkt heel ernstig en bedroefd en zegt tegen mij: “Zie jij Naastenliefde?” Ik kijk weer in mijn handen en zeg: “Die handen zijn leeg.” De Vrouwe neemt weer mijn hand en wij gaan verder. Terwijl ik een oneindige leegte voor mij zie, hoor ik de Vrouwe vragen: “Rechtvaardigheid, Gerechtigheid, waar is dat alles?” (3-1-1946)


De katholieke Kerk Maar dan wijst de Vrouwe me naar iets en is het alsof ik in vogelvlucht boven iets sta. Ik steek twee vingers op en zie ineens onze paus en daaronder het Vaticaan. Ik zie daarna de gehele Kerk van Rome. Boven het Vaticaan zie ik met grote, duidelijke letters in de lucht geschreven staan: ‘Encyclieken’. “Dat is de goede weg”, zegt de Vrouwe met nadruk tegen mij.“Maar ze worden niet beleefd”, zegt Zij droevig. Ik zie weer het Vaticaan en de hele katholieke Kerk eromheen. De Vrouwe kijkt mij aan en legt de vinger op haar mond, terwijl Zij tegen mij zegt:  “Als een geheim tussen jou en mij”, en Zij legt weer de vinger op de mond en zegt heel zacht: “ook daar niet altijd.” Zij glimlacht weer tegen mij. Bemoedigend kijkt Zij me aan en zegt dan: “Maar het kan goed komen.” (7-10-1945)


Het kruis Ik voel iets zwaars in mijn hand. Terwijl ik ernaar kijk, komt er een kruis in. Ik moet het op de grond zetten. Het kruis is zwaar en wankelt naar alle kanten, steeds heen en weer, van links naar rechts en van voor naar achteren. Een moment lijkt het alsof het voorover valt, maar dan komt het omhoog en het is alsof het nu lichter is en stevig in de grond staat. Ik moet nu naar de grond kijken en zie beenderen en helmen liggen onder dat kruis. Dan krijg ik een grote sleutel in mijn hand. Ik moet hem direct laten vallen. Hij valt tussen de beenderen en helmen in. Dan zie ik rijen jongens langs mij heen trekken. Het zijn militairen. Ik hoor die zeggen: “Sta onze jongens toch bij met geestelijke hulp.” Dan zie ik witte graven oprijzen, allemaal witte kleine kruisjes. Ik krijg dan een pijn in mijn hand en zie Amerika en Europa naast elkaar liggen. Daarna zie ik geschreven staan: ‘Economische oorlog, Boycotting, Valuta’s, Rampen’.  (26-12-47)


Christus Regnum abbey.1_resizeNadat ik dat gelezen heb, zie ik aan haar voeten een stenen leeuw met om zijn kop een aureool van doorschijnend licht. Achter die zetel zie ik torens en kerken verschijnen en zie ik bisschoppen. “Niet van onze Kerk”, zeg ik. Ik krijg in mij: dat is de Engelse kerk. Terwijl ik ernaar kijk, komt er een kruis doorheen in de vorm van een X. En ik zie de Vrouwe glimlachen. Ineens is het Kind op haar schoot groter; het staat nu rechtop en heeft de kelk in de hand. Dan zie ik naast dat alles een ladder komen en het is alsof ik die opga. Ik kom boven aan die ladder en zie ineens groot het volgende teken voor mij staan: een X met een P erdoorheen. De Vrouwe zegt: “De godsdienst zal een zware strijd krijgen en men wil ze vertrappen. Dit zal zo geraffineerd gaan, dat bijna niemand daar erg in zal hebben. Maar Ik waarschuw” en Zij kijkt zeer ernstig en wijst op de kelk. Ik hoor haar zeggen: “Christus Regnum.” en daarna zie ik Jeruzalem voor me liggen, dat wordt me ingegeven. Daar is een strijd. Dan zie ik ineens Armeense priesters voor mij. Daarna steek ik twee vingers op. Ik zie weer de Vrouwe op haar zetel zitten met alles eromheen en zie nu de Engelse kerk, een Russische kerk, een Armeense kerk en nog vele andere kerken. Deze draaien maar door elkaar heen. De Vrouwe kijkt bezorgd en ik hoor haar zeggen: “Rome, waak!” Zij zegt die woorden met nadruk en balt haar vuist. En dan ineens is de Vrouwe weg. (29-3-46)


De waarheid is zoek Ik zie een hel licht en zie in de hoogte de Vrouwe staan. Zij wijst naar beneden en ik zie Europa voor mij liggen. De Vrouwe schudt haar hoofd. Ik zie aan haar voeten net kleine engeltjes en terwijl ik kijk slaan ze de vleugels voor het gezicht. Dan komt er een groot licht om de Vrouwe heen. Hoe meer ik naar de aarde kijk, hoe donkerder het daar wordt; daar wijst de Vrouwe mij op. Ik kijk weer naar haar op, maar Zij wijst naar de aarde met een streng gezicht en daar zie ik in dat donker met grote letters geschreven staan: ‘Waarheid’. Ik zie ineens de engeltjes weer aan haar voeten en de vleugels gaan weer voor het gezicht. De Vrouwe zegt tegen mij: “Gij moet ze waarschuwen. De Waarheid is zoek.” Ik zeg in mijzelf: hoe kan ik dat doen? De Vrouwe wijst naar beneden en zegt: “Gaat en verspreidt.” Zij wijst met de vinger naar de wereld; ik zie daar veel geestelijken en kerken, maar vaag. (25-2-46)


De ware vrede EU_vlag_resizeNu kijkt de Vrouwe voor zich heen als in een diepte. Dan zegt Zij heel langzaam en duidelijk: Volkeren van Europa, sluit u aaneen! Het is de Vrouwe van alle Volkeren die dit u toeroept. Niet om uw vijand te willen verslaan, maar om uw vijand te winnen. Zoals gij het politiek eens zult zijn, zo moet ook gij in de ware, Heilige Geest het eens zijn. Zware druk hangt over de wereld. Uw vijand loert. Kerk van Rome, grijp uw kans. Het modern humanisme, realisme, socialisme en communisme, zij zijn het die de wereld in hun greep hebben.” Ik zie dan de wereld met al die groepen mensen daarop en een geweldig grote hand die daar als het ware een greep om maakt. De Vrouwe zegt: “Luistert naar de Vrouwe die uw Moeder wil zijn. Bidt volkeren, opdat uw offer welgevallig zij aan de Heer. Bidt volkeren, opdat de ware, Heilige Geest mag komen. Bidt volkeren, opdat de Vrouwe van alle Volkeren uw Voorspreekster moge zijn.” Dan zegt de Vrouwe heel langzaam en duidelijk: “En nu belooft de Vrouwe van alle Volkeren de ware vrede te geven. Maar de volkeren met de Kerk – versta goed: met de Kerk – zullen mijn gebed moeten bidden in dit jaar. Zeg dat tegen de sacrista. Zeg dat nu de tijd is aangebroken. Er zijn nog grote wereldgebeurtenissen op komst.”  (20-3-1953)


De Vrouwe en de Heilige Geest. De apostelen pentecoste_resizeDan kijkt Zij lange tijd voor zich heen. Zij heeft een eigenaardige uitdrukking op haar gezicht; het is alsof Zij lijkt op Maria van heel vroeger, toen Zij nog in de wereld was. Dan zegt Zij: “De Vrouwe, de Dienstmaagd des Heren, werd uitgezocht en bevrucht door de Heilige Geest.”Nu wacht de Vrouwe en ik zie rondom haar een waas, een lichtende sluier komen. Dan zegt Zij heel langzaam: “De Vrouwe werd uitgezocht. Zij zou ook tegenwoordig zijn bij de ontvangenis van de Heilige Geest. De Heilige Geest moest komen over de apostelen,” en met nadruk zegt de Vrouwe terwijl Zij haar vinger opsteekt: “de eerste theologen! Daarom heeft de Heer gewild dat zijn Moeder daarbij tegenwoordig was. Zijn Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren, werd bij het heengaan van haar Zoon de Vrouwe van alle Volkeren, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster ten getuige van één apostel, één theoloog. Hij immers moest zorgen voor de Moeder. Zij moest zorgen voor haar apostelen.” Terwijl de Vrouwe dit laatste zegt, zie ik eerst iemand uit vroeger tijden naast haar staan, een nog jonge man met een lang kleed. Daarna is die persoon weg en zie ik verschillende geestelijken om haar heen staan. (4-4-1954)


De Parakleet duif2_resize“Nu wil Ik eerst nog een antwoord geven aan allen die jou gevraagd hebben om een teken.” De Vrouwe schudde hierbij meewarig het hoofd. “En dan zegt de Vrouwe aan al diegenen: mijn tekenen zitten in mijn woorden. Gij kleingelovigen, gij zijt als een kind dat om vuurwerk dwingt en het ware licht en het ware vuur ziet ge niet.” Hierbij glimlachte de Vrouwe medelijdend. “Gij zoekt en zoekt in para-dit en para-dat. Ook hierop zal de Vrouwe van alle Volkeren u een antwoord geven.” En met een stem die geweldig door de kerk heen schalde, zei de Vrouwe: “Het is de Paracleet die dit alles in zijn werk stelt!” Ik begreep het woord ‘Paracleet’ niet en probeerde dat door hoofdschudden en schouderophalen aan de Vrouwe duidelijk te maken. Zij glimlachte en wees om zich heen. Ik zag nu allerlei geestelijken om haar heen staan. Terwijl Zij naar die geestelijken wees, zei Zij: “Gij weet wat de Vrouwe bedoelt.”  Toen ging Zij verder: “Hij is het zout. Hij is het water. Hij is het licht. Hij is de kracht waardoor de Vrouwe is overstraald. Hij is uitgegaan van de Vader en de Zoon. Hij heeft de Vrouwe van alle Volkeren doorstraald met zijn kracht; daardoor kan Zij en mag Zij de genade aan u uitdelen.”Ik zag weer een waas om de Vrouwe heen komen, zoals eerder toen Zij over de Heilige Geest sprak. (31-5-1957)


De volkeren verenigd rondom haar troon “Uw Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren, mag één keer per jaar tot u komen onder deze nieuwe titel. Later zal dit overgaan. Begrijpt deze woorden goed als Ik zeg: gij zult zorgen dat elk jaar om deze troon, bij deze beeltenis, de volkeren verzameld worden.” Terwijl de Vrouwe nog in dat prachtige licht staat, zie ik plotseling de kapel met het schilderij van de Vrouwe. Eromheen komen hele groepen mensen staan, heel veel vreemde volkeren. De Vrouwe zegt: “Dit is de grote gunst die Maria, Miriam of de Vrouwe van alle Volkeren, aan de wereld schenken mag.” (31-5-1955)


De voorsmaak tot het eeuwige leven Toen zei de Vrouwe, terwijl Zij voor zich heen keek met een hemelse uitdrukking: “Voordat de Heer Jezus Christus zijn natuurlijke dood stierf, voordat de Heer Jezus Christus opging tot de Vader, voordat de Heer Jezus Christus verscheen in de wereld, opnieuw kwam onder de mensen …” – Het leek of de Vrouwe dit ter verduidelijking zei omdat ik het hoofd schudde, omdat ik het niet begreep – “gaf Hij u het grote Mysterie, het grote Wonder van elke dag, elk uur, elke minuut. Hij gaf Zichzelf. Neen volkeren, niet een gedachte.” Hierbij schudde Zij heftig het hoofd. “Neen volkeren, luistert naar hetgeen Hij gezegd heeft, niet een gedachte, maar Zichzelf, onder de gedaante van een stukje brood, onder de gedaante van wijn. Zo wil de Heer onder u komen, alle dagen. Neemt dat toch, doet dat toch! Hij geeft u de voorsmaak, de voorsmaak tot het eeuwige leven.” “Dit is het, volkeren, wat de Vrouwe, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, u vandaag voor het laatst in het openbaar heeft willen zeggen.”  (31-5-1957)


De Drieëenheid Drie-eenheid_resizeDan zegt de Vrouwe heel bezorgd: “Volkeren, laat u niets voorpraten door valse profeten, luistert alleen naar Hem, naar God de Vader, de  Zoon en de Heilige Geest. Immers, dezelfde Vader is dezelfde Zoon. Dezelfde Vader en Zoon is dezelfde Heilige Geest.” De Vrouwe zegt dit heel langzaam. (31-5-55)


De hemel “Volkeren, luistert toch naar alles wat Ik gezegd heb. Heus, het is de moeite waard om de wereld te verlaten.” Het was of de Vrouwe dit tweeledig bedoelde. “Gij moet toch allen komen in de hemel!” Dit laatste zei de Vrouwe heel duidelijk en uitdrukkelijk. Het was alsof Zij een sluier wegtrok en ik kreeg een heel bijzondere toestand over mij, een hemelse, bovennatuurlijke toestand. Zo iets geweldigs zag ik, het is niet na te vertellen. Het was of de hemel openging, het was zo mooi. “De Heer heeft u allen verlost. Gij die afgedwaald zijt, keert terug. De Vrouwe wacht u.” Hierbij maakte de Vrouwe met haar handen een uitnodigende beweging, als om de mensen op te vangen. “Zij zal u helpen. Zij zal u terugbrengen.”(31-5-1957)


Het wonder van Kana De Vrouwe wacht even, dan vervolgt Zij: “Ik heb nog een antwoord te geven. De Vrouwe van alle Volkeren sprak en spreekt door de wil van de Heer Jezus Christus, daar waar Hij is.” De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Immers, was het niet de Heer Jezus Christus zelf die wachtte met zijn grote wonder,” – en nu zegt de Vrouwe zacht en met nadruk – “water veranderen in wijn, tot zijn Moeder gesproken had? Hij zou zijn wonder doen, maar wachtte tot zijn Moeder sprak. Begrijpt ge dit? Dit is mijn antwoord voor vandaag aan hen die niet konden begrijpen dat de Vrouwe 31 mei 1955 kwam in de Thomaskerk.” Nu wacht de Vrouwe weer even. Zij kijkt dan heel droevig naar de mensen die ons die avond zijn komen bezoeken na het Lof en zegt: “En ook voor de arme dwalenden zegt de Vrouwe dit. Deze gedachte zal ze helpen het begrip van de Vrouwe tegenover hun Heer te verstaan. Breng alles goed over.” Nu kijkt de Vrouwe bedroefd voor zich heen en zegt: “Ik had een ernstige en blijde boodschap willen brengen. Vraag om de beeltenis in het openbaar terug te brengen.”Dan gaat de Vrouwe langzaam, heel langzaam weg. (31-5-1956)


Het dagelijks Wonder De Vrouwe kijkt nu lange tijd voor zich heen en zegt dan: “Voordat de Heer Jezus Christus terugging tot de Vader, voordat het kruisoffer begon, gaf de Heer Jezus Christus aan de volkeren van heel de wereld een dagelijks Wonder.” Nu kijkt de Vrouwe zoekend over de wereldbol en zegt heel langzaam en vragend: “Hoevelen zijn er die dit grote Wonder . . .” – en dan wacht Zij even -“beleven? Dit grote Wonder gaan zij voorbij. Het dagelijks offer moet weer midden in deze verworden wereld komen.”(20-3-1953)


De opleiding van de geestelijken Nu zie ik rijen jonge geestelijken voorbijtrekken. De Vrouwe zegt: “Er moet echter veel veranderd worden in de Kerk. De opleiding van de geestelijken zal veranderd moeten worden; een meer moderne, in deze tijd passende opleiding, doch goed, met de goede geest.” Dit laatste zegt de Vrouwe met nadruk. Ik zie plotseling een duif rond mijn hand vliegen. Hij wordt vastgehouden en toch vliegt hij steeds in het rond. Die duif zendt nieuwe stralen uit. Dan wijst de Vrouwe op de paus en zegt:“Ruimte moet er komen, meer sociaal. Allerlei stromingen hellen over naar het socialisme, wat goed is,  doch het kan onder leiding van de Kerk.” De Vrouwe trekt nu een terneergeslagen gezicht en zegt: “Er moet zeer veel veranderd worden in de opleiding.” Ik zie grote tegenstromingen, veel strijd daartegen in de Kerk. En dan is de Vrouwe ineens weg. (29-8-1945)


Laat de kleinen tot Mij komen Ineens zie ik een vlakte voor mij; daar wordt een groot ei op gelegd. En terwijl ik kijk, zie ik een struisvogel hard weglopen. Daarna zie ik allemaal zwarte kinderen voor me. Dan zie ik weer een waarschuwing en zie blanke kinderen. Ik krijg de voorstelling te zien alsof Onze Lieve Heer daar staat met kinderen om zich heen. Het is een lichtende Gestalte die ik zie. Ik hoor: “Laat de kleinen tot Mij komen.” En ik zie geschreven staan: ‘De kinderen moeten in de christelijke leer worden opgevoed’. (7-2-1946)


Eenheid in de ware, Heilige Geest Weer kijkt de Vrouwe voor zich heen; dan zegt Zij: “Beseft toch, waarom Ik als de Vrouwe van alle Volkeren kom. Ik kom om alle volkeren in de Geest, in de ware, Heilige Geest tot elkaar te brengen. Mensen, leert toch de Heilige Geest te vinden. Streeft toch naar rechtvaardigheid, waarheid en liefde. Verstoot uw broeders niet. Leert ze de ware Geest kennen. Een zware taak ligt over de mensen van deze tijd. Overheden, ouders, denkt om de jeugd.” Ik zie dan grote groepen jonge mensen. De Vrouwe laat mij voelen dat zij verkeerd of helemaal niet geleid worden. Het is alsof zij losgeslagen zijn. De Vrouwe kijkt heel bezorgd naar al die jonge mensen en zegt:“Brengt ze tot de ware Kerk, de Gemeenschap. Het is nodig geweest dat de Heer zijn Dienstmaagd Maria zond in deze tijd als de Vrouwe van alle Volkeren. Ik waarschuw de wereld en breng daarom deze boodschap.” (8-12-1952)


Amsterdam, het middelpunt amsterdam_resize“Nu spreek Ik tot uw bisschop: laat de kerk van de Vrouwe van alle Volkeren toch komen op de plaats die Ik aangegeven heb in Amsterdam.” Dan wacht de Vrouwe even terwijl Zij in de verte kijkt. Daarna zegt Zij heel duidelijk en langzaam:“De mariale gedachten zullen meer komen in deze tijd. Amsterdam zal het middelpunt worden van de Vrouwe van alle Volkeren. Daar zullen de volkeren door deze beeltenis de Vrouwe van alle Volkeren leren kennen en haar vragen onder deze titel de eenheid te verkrijgen en de eenheid onder de volkeren. Deze beeltenis zal het laatste mariale dogma vooruitgaan. Deze beeltenis zal vooruit komen in Amsterdam. Voor de verspreiding zal zorg dragen uw leidsman en ieder die mee kan werken. Het moet één grote gemeenschap worden, waarvan Ik de leiding geef aan de Dominicaner paters. Laten zij toch beseffen wat Ik hun in handen geef. (10-5-1953)


Bidt, Volkeren 5_resizeNu wacht de Vrouwe lange tijd terwijl ik de aardbol zie ronddraaien onder haar voeten. Het is alsof er grote, zware wolken omheen hangen en de Vrouwe kijkt daarnaar. Dan zegt Zij: “Nu spreek Ik tot alle volkeren dezer wereld.” Met grote eerbied brengt de Vrouwe nu haar handen bij elkaar, alsof Zij bidt. “Bidt, volkeren, opdat uw offer welgevallig moge zijn aan de Heer. Volkeren, gaat terug en probeert tevinden uw eenvoudig geloof. Erkent uw Schepper en weest dankbaar. Dit is wat de mensheid niet meer kent.


 Vertrouwt op uw Moeder onder_uw_beschermingWeer wacht de Vrouwe lange tijd. Dan zegt Zij zeer bezorgd: “Er zullen grote dingen gaan gebeuren. Gij, jeugd, gij zult grote veranderingen meemaken. Het is de Vrouwe van alle Volkeren die u dit zegt. Zij zal u beschermen. Zij zal staan in deze tijd … in deze tijd, in deze wereld, over alle volkeren als de Vrouwe. De tijd zal komen van grote uitvindingen. Onrustbarende uitvindingen zullen komen, zodat zelfs uw herders verbaasd zullen staan en zeggen: wij weten het niet meer. Let dan op deze woorden die de Vrouwe u op 31 mei heeft gezegd. De Vader weet en laat toe alles wat in de wereld gaat gebeuren. Weet wel, de Heilige Geest is meer nabij dan ooit. De Heilige Geest komt nu eerst als gij daarom bidt. Van de aanvang af was Hij reeds. Nu echter is de tijd gekomen. De wereld weet niet meer hoe en waarheen. Welaan dan volkeren, vertrouwt op uw Moeder die toch nooit haar kinderen heeft verlaten. Zij mag komen onder deze nieuwe titel: Medeverlosseres, Middelares, Voorspreekster.”


Eén gemeenschap Daarna zie ik grote gebouwen, kerken. Er komen kerken van allerlei soort, dus niet alleen katholieke kerken.De Vrouwe zegt: “Het moet één grote gemeenschap worden.”Bij deze woorden krijg ik vreselijke pijnen in mijn hand. Er komen stormen over die kerken. (29 augustus 1945)


De Vrouwe en de Heilige Geest. De apostelen La-Pentecoste_resizeDe Vrouwe, de Dienstmaagd des Heren, werd uitgezocht en bevrucht door de Heilige Geest.” Nu wacht de Vrouwe en ik zie rondom haar een waas, een lichtende sluier komen. Dan zegt Zij heel langzaam: “De Vrouwe werd uitgezocht. Zij zou ook tegenwoordig zijn bij de ontvangenis van de Heilige Geest. De Heilige Geest moest komen over de apostelen,” en met nadruk zegt de Vrouwe terwijl Zij haar vinger opsteekt: “de eerste theologen! Daarom heeft de Heer gewild dat zijn Moeder daarbij tegenwoordig was. Zijn Moeder, de Vrouwe van alle Volkeren, werd bij het heengaan van haar Zoon de Vrouwe van alle Volkeren, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster ten getuige van één apostel, één theoloog. Hij immers moest zorgen voor de Moeder. Zij moest zorgen voor haar apostelen.”


Deze tijd is onze tijd san_pietro_resize“Ik heb gezegd: deze tijd is onze tijd. Daarmee bedoel Ik het volgende. De wereld is in verwording en vervlakking, weet niet welke kant heen. Daarom zendt de Vader mij om Voorspreekster te zijn dat de Heilige Geest zal komen. Immers, de wereld wordt niet gered met geweld, de wereld zal gered worden door de Geest. Immers, het is niets anders dan ideeën die de wereld regeren. Welaan dan, Kerk van Rome, ken uw taak. Breng uw ideeën, breng Christus weer opnieuw.” hr /> Kerk en kruis 0306f549f2c5f0dbb08b32d0b6b06ffc_resizeDaar staat de Vrouwe weer. Zij komt heel dicht voor mij staan en zegt: “Luister goed en zeg tegen de theologen en volkeren dezer wereld, dat zij mijn boodschap goed uitleggen en proberen te begrijpen. De Heer Jezus Christus kwam en bracht de Kerk en het kruis als geschenk van de Heer en Schepper. De Kerk is en zal blijven. De Heer en Schepper verlangt van het schepsel dankbaarheid. De Kerk is de gemeenschap van volkeren, die de Heer en Schepper, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zullen aanbidden en vereren. Al degenen die boven de gemeenschap zijn geplaatst, zullen zorgen dat de Kerk blijft en zich uitbreidt.”


Liefde harthand_resizeWerkt toch allen mee aan dat grote werk der wereld. “Vooral in het eerste en voornaamste gebod: Liefde.” Met grote letters zie ik nu dit woord geschreven staan.“Laten ze daarmee beginnen”, zegt de Vrouwe. Dan zie ik een bepaalde groep mensen; de Vrouwe kijkt daar heel meewarig naar en zegt: “En dan zullen de kleinen dezer wereld zeggen: wat kunnen wij daarmee beginnen? De groten immers zijn het die ons dit aandoen.” Dat zegt Zij heel mooi, alsof Zij heel erg begaan is met die mensen om haar heen. Maar dan verandert het gezicht van de Vrouwe en met veel nadruk zegt Zij: “En dan zeg Ik tot de kleinen: als gij de Liefde in alle finesses doorvoert onder elkander, hebben ook de groten geen kans. Ga tot uw kruis en zeg wat Ik u voorgesproken heb en de Zoon zal het verhoren.” (11 februari 1951)


Het kruis in de hand Cross_in_hand_resizeDe Vrouwe wacht weer een lange tijd en dan zegt Zij: “De Kerk, Rome, zal zich bezighouden met de volkeren van deze wereld. De schapen moeten gebracht worden in één kudde. Gij, christenmensen, neemt toch ieder voor zich het kruis in de hand.” Als de Vrouwe dit zegt, is het alsof Zij dat kruis opneemt en het laat zien. “Met dat kruis in de hand, zult gij het Koninkrijk bezitten. Met dat kruis in de hand, zult gij uw naasten tegemoet treden. Met dat kruis in de hand, zult gij uw vijand verslaan. Zo zullen de christenmensen dezer wereld zich één voelen met de Kerk en het Kruis. De gedachtenis van de Heer Jezus Christus zal meer onder de volkeren gebracht moeten worden. Bisschoppen, gij kunt daarvoor zorgen. Gij kunt het offer meer gezamenlijk laten brengen. Begrijpt deze woorden goed.”


Het goddelijk Kind resize_globeIk zie de Vrouwe weer staan. Zij heeft een kind op haar arm. Het heeft een aureool om het hoofd en het straalt aan alle kanten. Het is of de Vrouwe naar beneden komt en nu zie ik haar op een wereldbol staan. Die bol draait steeds onder haar door. De Vrouwe kijkt mij aan en zegt:“Kom, volg mij.” Ik ga achter haar aan en het is of wij over die wereldbol lopen. De Vrouwe draait zich naar mij om en zegt:“Hem”- en Zij wijst op het Kind – “wil Ik weer op die wereld brengen.” Maar terwijl Zij dat zegt, schudt de Vrouwe met het hoofd steeds van

Comments are closed.